Nieuwsuur
Rijksmuseum / Publiek domein

Het was een warme winter. Op een paar sneeuwvlokken na, is er amper echt winterweer geweest. Volgens het KNMI was de meteorologische winter de op een na zachtste sinds de metingen in 1707 begonnen. Alleen de winter van 2007 was met gemiddeld 6,5 graden nog net iets zachter.

De gevolgen voor de natuur zien we dagelijks om ons heen. Maar wat is de impact op onze cultuur en identiteit nu die typische koude Nederlandse winters door de opwarming van de aarde steeds zeldzamer worden?

Dát het strenge winterweer ons heeft gevormd, staat wel vast. "Die winter is heel bepalend voor de Nederlandse identiteit. Het voornaamste is natuurlijk dat je die levend doorbrengt", zegt Jan Buisman (95). Niemand weet meer van de Nederlandse winters dan hij. Al ruim veertig jaar verdiept hij zich in scheepsjournalen, dagboeken en talloze andere historische bronnen om het weer in het verleden te achterhalen.

Doodgevroren op de kakstoel

Het heeft geleid tot een gedetailleerd beeld van het weer in de Lage Landen in de afgelopen duizend jaar. In zeven delen van elk vele honderden bladzijden beschrijft de oud-leraar en historisch geograaf wat we weten over het weer én over de mensen die dat weer ondergingen.

Bij het onderzoek kwam hij opvallende anekdotes tegen. "Dan lees je bijvoorbeeld 'men vond het kind dood in de kakstoel'. Doodgevroren kinderen in huis, niet buiten. Gewoon thuis."

Buisman bestudeerde tien eeuwen winterweer. Zelf maakte hij daarvan bijna een eeuw mee. In de video hieronder kun je hem horen vertellen over zijn persoonlijke winterherinneringen.

Jan Buisman bestudeerde 1000 jaar winterweer en maakte er zelf bijna 100 mee

Als vierjarige maakte Buisman de winter van 1929 mee. "Die winter heb ik met mijn moeder op het ijs van de Lek gelopen." Ook de winter van 1979, een van de strengste van de vorige eeuw, herinnert hij zich nog goed. "Ik ben met mijn kinderen naar Friesland gegaan en heb gezegd: Ik laat jullie iets zien wat je voorlopig niet meer ziet. Er lag metershoge opgewaaide sneeuw."

Na 1979 werden de winters langzaam minder bar en boos, zag Buisman. Hij laat een tabel zien met de afwijkende temperaturen door de eeuwen heen. De onderste vakken beslaan de afgelopen vijftig jaar en zijn felrood: duidelijk bovengemiddeld.

Koek en zopie

De strenge winters die Buisman beschrijft doen denken aan schilderijen zoals het beroemde Winterlandschap met ijsvermaak van Hendrick Avercamp (1585-1634), te zien boven dit artikel. Een typisch Nederlands winterlandschap uit die tijd, zegt cultuurhistoricus Lotte Jensen. "Dit is wat we ons voorstellen bij de klassieke Nederlandse winters. Met z'n allen op het ijs, jong en oud, arm en rijk. Saamhorigheid en koek en zopie. Nederlandser dan dit ga je het niet vinden."

De verbeelding van die klassieke winters zit diep verankerd in ons idee van wat Nederland is.

Lotte Jensen, cultuurhistoricus

Volgens Jensen zijn dergelijke beelden tot op de dag van vandaag bepalend voor hoe wij onszelf zien. Door de opwarmende aarde verwachten meteorologen dat strenge winters zeldzamer worden. Jensen: "Dat betekent dat we dit soort taferelen in de werkelijkheid minder gaan zien. Maar doordat het zo mooi verbeeld is, blijft het wel leven."

De cultuurhistoricus denkt dat meer zachtere winters beperkt gevolgen zullen hebben voor onze cultuur. "We verliezen herinneringen en een stuk van de Nederlandse identiteit. Maar dat is vooral ook nostalgie. Wat we niet verliezen is de verbeelding van die winters. Die zit diep verankerd in ons idee van wat Nederland is."

Jensen denkt dus dat de winters uit het verleden zó in ons DNA zitten dat we daar amper sneeuw of ijs voor nodig hebben. En, zegt ze lachend, als die typisch Nederlandse winters van weleer straks alleen nog in het museum te zien zijn, "trekt dat misschien wel extra bezoekers".

STER reclame