anp

Meer uitgeprocedeerde asielzoekers terugsturen naar hun land van herkomst - een van de speerpunten van het kabinet - is tot nu toe mislukt. Drukmiddelen die in het regeerakkoord staan om andere landen te bewegen onderdanen terug te nemen, zijn in de afgelopen kabinetsperiode nooit toegepast.

Ook is nog nauwelijks werk gemaakt om greep te krijgen op de grote groep vreemdelingen die jaarlijks de illegaliteit in verdwijnt. Dat blijkt uit onderzoek van Nieuwsuur. De Adviesraad voor Migratie benadrukt naar aanleiding van het Nieuwsuur-onderzoek dat op deze manier het asielbeleid wordt ondergraven. Daardoor, zegt de Raad, komt het draagvlak onder druk te staan.

'Positieve prikkels'

Groot probleem is dat herkomstlanden weigeren mee te werken aan de terugkeer van uitgeprocedeerde onderdanen. In het regeerakkoord werd daarom afgesproken om positieve of negatieve drukmiddelen te gebruiken, zoals het verstrekken of juist onthouden van ontwikkelingsgeld, het verstrekken of weigeren van landingsrechten of visa; maatregelen die tevens in de verkiezingsprogramma's van de VVD en het CDA stonden.

Geen van die maatregelen is echter uitgevoerd, bevestigt het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een van de oorzaken, vertellen bronnen rond dit ministerie, is dat handels- en diplomatieke belangen zwaarder wegen.

Ongeveer een derde van de vreemdelingen die Nederland jaarlijks verlaten, keert daadwerkelijk terug naar het land van herkomst. Een kleiner deel wordt teruggestuurd naar het eerste EU-land waar de asielzoeker een aanvraag deed. Maar de helft laat Justitie uit het zicht verdwijnen; deze mensen duiken vaak onder in de illegaliteit.

Tegenwerkende herkomstlanden

Oud-staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen (CDA) zegt in Nieuwsuur dit beeld te herkennen. Hij wijst erop dat drukmiddelen eigenlijk alleen in Europees verband effectief kunnen zijn. Maar ook binnen de EU komt de aanpak van herkomstlanden nauwelijks van de grond, zo erkent hij.

Een van de weinige succesjes die, mede dankzij Nederland, in EU-verband is gerealiseerd, is de komst van een EU-visumcode. Hiermee zou de EU visa van tegenwerkende herkomstlanden kunnen intrekken.

Als die discrepantie blijft bestaan tussen wat opgeschreven wordt en wat uitgevoerd wordt, dan ondergraaft men zijn eigen draagvlak.

Koos Richelle, adviesraad van het kabinet over migratie

Maar volgens Koos Richelle, jarenlang topambtenaar in Brussel en momenteel voorzitter van de onafhankelijke adviesraad van het kabinet over migratie, blijft het fundamentele probleem dat de verschillende lidstaten elk hun eigen voorkeuren hebben voor de behandeling van herkomstlanden. De vraag is dan ook of dit instrument zal worden toegepast.

Richelle is kritisch over het huidige beleid. "Als die discrepantie blijft bestaan tussen wat opgeschreven wordt en wat uitgevoerd wordt, dan ondergraaft men zijn eigen draagvlak. We hebben procedures, en als de uitkomst is dat iemand hier niets te zoeken heeft, dan is het logische gevolg dat hij ook vertrekt", zegt Richelle.

Ander EU-land

"En zo niet, en iedereen blijft hier hangen, dan hebben we die procedures ook helemaal niet meer nodig. Dan zetten we de grenzen gewoon open en dan wachten we af wat er gebeurt. Dat kan niet. Dat verwacht de bevolking ook niet van de eigen regering", aldus Richelle.

Opvallend is dat de uitgesproken ambities van het kabinet niet sporen met het beleid dat wordt uitgevoerd. Zo staat in de Rijksbegroting dat gestreefd wordt om de helft van de vreemdelingen die jaarlijks als 'vertrekker' worden geregistreerd, aantoonbaar uit te zetten. Maar een groot deel daarvan wordt niet uitgezet naar het land van herkomst, maar naar een ander EU-land.

Onuitzetbaar

Belangrijker is nog dat het kabinet erin berust om de andere helft van de vertrekkers uit het zicht te laten verdwijnen. Het streefcijfer voor deze groep, die Justitie registreert als "vertrek zonder toezicht", ligt voor de komende jaren telkens op 50 procent. Het kabinet weet zich geen raad met deze illegalen, die - vaak omdat herkomstlanden niet meewerken - onuitzetbaar zijn. Daarom zet Justitie ze maar op straat.

De situatie leidt regelmatig tot onvrede tussen de twee betrokken departementen, Buitenlandse Zaken en Justitie. Als Buitenlandse Zaken in bepaalde gevallen medewerking krijgt van een herkomstland, kan Justitie de betreffende illegalen vaak niet meer vinden.

Het gaat voor een groot deel om uitgeprocedeerde asielzoekers die dus amper kunnen worden teruggestuurd, ook al zouden de herkomstlanden beter meewerken aan het terugnemen van hun onderdanen.

STER reclame