Nieuwsuur

Ollongren wilde kritisch rapport inlichtingendiensten pas na referendum publiceren

ANP

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken wilde niet dat een kritisch rapport van de toezichthouder op de inlichtingendiensten vlak vóór het referendum over de Inlichtingenwet verscheen. Dit staat in stukken die Nieuwsuur heeft opgevraagd op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en de Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv).

Een ambtenaar schrijft een week voor het referendum: "Min BZK (de minister) heeft besloten dat, nu verzending van het rapport niet meer enige tijd voor het referendum kan plaatsvinden, verzending na het referendum te verkiezen is. Deze tijd zal ook nodig zijn voor het zorgvuldig afstemmen van onze lijn met buitenlandse partners."

Het ministerie ontkent dat de timing van publicatie enig verband houdt met het referendum, en dat het alleen was vanwege de afstemming met het buitenland. "De minister wilde het rapport in zijn geheel openbaar maken en helemaal niet witten. Juist vanwege het belang van transparantie. Overeenstemming hierover bereiken met de buitenlandse inlichtingendiensten kost tijd.

Lees hier alle onderliggende documenten die Nieuwsuur via de Wob-procedure heeft opgevraagd. Meest relevant zijn de mails met nummers 12, 23 en 26. Mail nummer 12 gaat over de buitenlandse inlichtingendiensten, nummer 23 gaat het over het niet onleesbaar maken van tekst in verband met het referendum, nummer 26 gaat over het uitstel tot na het referendum.

'Bewust buiten het debat gehouden'

Oppositiepartijen SP en PvdA concluderen anders op basis van de stukken en eisen opheldering. "Heel opmerkelijk", vindt Kamerlid Ronald van Raak (SP). "Ze heeft in de Tweede Kamer gezegd dat ze het zo snel mogelijk daarheen wilde sturen. Uit deze stukken blijkt dat ze dat juist niet heeft gedaan. Ze heeft de Kamer dus op zijn minst niet goed ingelicht. En ze heeft heel belangrijke informatie van de onafhankelijke toezichthouder op de geheime diensten bewust buiten het debat gehouden."

Ook Attje Kuiken (PvdA) is "heel onaangenaam verrast, want we hebben voortdurend aan de minister gevraagd waarom het rapport niet eerder naar de Tweede Kamer is verzonden. Het gaat om heel belangrijke informatie: privacy en nationale veiligheid. Daar moet je gewoon heel open over zijn."

In het rapport concludeert de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) dat de privacy beter beschermd moet worden bij de uitwisseling van gegevens met buitenlandse diensten. Ook wordt niet altijd een risicoweging gemaakt voorafgaand aan de samenwerking met deze diensten.

Een week na het referendum over de inlichtingenwet verscheen het rapport van toezichthouder CTIVD over de uitwisseling van gegevens door de AIVD met buitenlandse diensten. In de discussie voorafgaand aan het referendum speelde de uitwisseling van informatie met buitenlandse diensten een grote rol.

De oppositie was boos dat het rapport niet eerder was gepubliceerd: dan had het rapport nog een rol kunnen spelen bij de campagne van het referendum. De minister had het rapport 9 februari al in haar bezit. Ollongren benadrukte dat het niet ongewoon is bij rapporten om gebruik te maken van de wettelijke termijn van zes weken voor je publiceert. Deze tijd was volgens haar nodig om met de buitenlandse partners te overleggen, die niet op het rapport zaten te wachten.

Uit de opgevraagde stukken blijkt dat het rapport een lange ontstaansgeschiedenis kent. Een eerste versie ligt al half september 2017 op het bureau van de minister van Binnenlandse Zaken.

Omdat het rapport gaat over een internationaal samenwerkingsverband, moet dit ook afgestemd worden met buitenlandse inlichtingendiensten. Die krijgen al op 30 november een eerste versie en hebben dan drie weken de tijd om te reageren. Op basis daarvan wordt een deel van het rapport geheim verklaard, maar aan de conclusies wordt niks veranderd.

Op 9 februari 2017 krijgt de minister het definitieve rapport en heeft dan tot uiterlijk 23 maart, twee dagen na het referendum, om het naar de kamer sturen. De planning is dan om dit ervoor, rond half maart te doen.

Er is een discussie of er in het definitieve rapport nog passages moeten worden weggelakt. De minister zegt dat de afstemming zo lang duurde omdat zij niks wilde weglakken. Kennelijk speelde er ook een ander argument, want in een andere mail staat dat een hoge ambtenaar besloten heeft om niet te witten "met name vanwege de slechte timing (referendum Wiv)".

Na het referendum

Op 12 maart krijgt de minister een conceptbrief met een samenvatting van het rapport om naar de Tweede Kamer te sturen. Maar 15 maart schrijft een ambtenaar dus na overleg met de minister dat besloten is na het referendum te publiceren.

Het rapport moet dan eigenlijk uiterlijk 23 maart verschijnen. Maar op 20 maart staat in een mail: "begreep trouwens dat MINBZK aanbieding van het rapport over het weekend heen wil tillen. Daar is nog overleg over." 28 maart gaat het rapport eruit.

Uit de stukken blijkt dat afstemming met buitenlandse diensten belangrijk was. Maar nergens staat waarom dit niet voor half maart afgerond kon zijn. De partners hadden het stuk immers al vanaf 30 november in handen. Veel stukken zijn in verband met het vertrouwelijke karakter 'gewit'.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Reportage: Kritisch rapport over inlichtingendiensten
Nieuwsuur

Nieuwsuur is een programma van

STER Reclame