Nieuwsuur

Veganisme is populair, maar is het ook gezond?

Nieuwsuur
Geschreven door
Renee van Hest
redacteur

Veganistische ijswinkels, veganistische producten in de supermarkt, veganistische restaurants. Veganisme is hip, of beter gezegd 'vegan' is hip. Want dat is volgens Google de term die de afgelopen vijf jaar in Nederland vaker als zoekterm is gebruikt dan gewoon 'veganisme'.

Je ziet het in de straten van de Randstad. Het ene na het andere veganistische restaurant opent zijn deuren. In Utrecht komt zelfs het grootste veganistische restaurant van Europa. En Amsterdam heeft sinds kort restaurants met vegan junkfood, zoals pastinaakfrites en bitterballen op sojabasis. Er schuilt een heuse commercie achter 'vega'.

Veganisme is populair, maar is het ook gezond?

'Hipster'

Een trend bestaat niet zonder volgers. Elly Kaldenberg, vice-voorzitter van de vereniging voor Nederlandse voedingsexperts, bekeek welke mensen er zich met de vega-trend bezighouden. "Het zijn met name jonge vrouwen, hoogopgeleid, die in de grote stad wonen."

Dat merkt ook Lisa Stel. Zij is een zogenoemde social influencer. Met haar instagram-account 'Lisa goes Vegan', met ruim 40.000 volgers, verdient ze haar geld. Bedrijven betalen haar bijvoorbeeld om vega-producten te laten zien. Daarnaast adviseert ze bedrijven en heeft ze haar eigen veganistische kookboek.

Ook maakt ze vlogs over hoe je makkelijke veganistische gerechten maakt. "Het heeft natuurlijk een behoorlijk 'hipster' gehalte", zegt Stel. "Maar uiteindelijk gaan wij weer terug naar de basis: groenten, granen, peulvruchten en kruiden."

Ronkende documentaires sporen aan om minder of geen vlees te eten of zelfs helemaal te stoppen met het consumeren van dierlijke producten. Zo laat Cowspiracy - wereldwijd miljoenen keren bekeken -zien hoe slecht het eten van vlees is voor het milieu. What the Health toont aan dat het ook desastreus is voor je gezondheid.

Trailer Cowspiracy

Maar is veganistisch eten ook echt gezond? Astrid Postma van het Voedingscentrum zegt dat veganisten over het algemeen gezonder zijn dan niet-veganisten. Ze lopen minder risico op hart- en vaatziekten. Maar dat is volgens haar niet toe te schrijven aan het veganistische eten.

Het hangt namelijk samen met het feit dat deze groep vaker gezonder leeft: ze roken minder en bewegen meer. Daarom is het moeilijk wetenschappelijk vast te stellen of het vegan-voedingspatroon zo'n grote rol speelt.

Ook Saraï Pannekoek, veganist, vlogger en diëtist, vindt dat veel vegans een verkeerd eetpatroon hebben. "Het is nu een enorme hype, maar veel mensen doen het niet goed. Neem die hippe veganistische eettentjes. Die zijn leuk, maar krijg je ook genoeg voedingsstoffen binnen?"

Advies van een veganist

Veganisten kunnen een tekort oplopen aan ijzer, eiwitten, vitamine B12 en jodium. "Als je langdurig onvoldoende eiwit eet, dan breekt je lichaam spieren af. Dat zijn juist de verbrandingsmotoren van je lichaam", vertelt Postma.

"Een B12-tekort kan gevolgen hebben voor je zenuwstelsel. En jodium is bijvoorbeeld voor zwangere vrouwen belangrijk om hun baby goed te laten groeien."

Boerenverstand

Ze ziet wel een verschil tussen de vegans van vroeger en en die van nu. "Veganisten waren altijd goed geïnformeerd. Maar sinds het hip is geworden zien we wel wat problemen. Er zijn nog te veel zogenaamde goeroes die misinformatie verspreiden."

Kaldenberg ziet dat ook: "Ik hoor bijvoorbeeld dat je heel makkelijk calcium kunt halen uit noten. Dat klopt, maar dan moet je extreem veel noten eten. Dat geldt ook voor spinazie, daar moet je kilo's van eten om alle voedingsstoffen binnen te krijgen."

Ze stelt dat het vooral belangrijk is om de goede dingen te halen uit het veganisme, bijvoorbeeld het eten van veel groente. Die bewustwording is belangrijk. "Maar verder moeten we ons nuchtere en boerenverstand blijven gebruiken."

Nederland telt tussen 470.000 en 700.000 vegetariërs, volgens de meest recente cijfers van de Vegetariërsbond. Dat is 3 tot 4,5 procent van de Nederlanders. Het aantal veganisten in Nederland is gestegen van ongeveer 16.000 twintig jaar geleden, tot 50.000 à 70.000 nu. Dat komt neer op zo'n 0,4 procent. De groep flexitariërs groeit gestaag. Zo at 55 procent van de Nederlanders in 2015 minimaal drie dagen per week geen vlees.