Nieuwsuur
AFP

De Verenigde Staten zijn in de ban van een ware beeldenstorm. Steeds meer zuidelijke stads- en staatsbesturen verwijderen standbeelden die gezien worden als symbool voor het slavernijverleden. Het verzet daartegen mondde vorig weekend uit in het extreem-rechtse geweld in Charlottesville. Daarbij viel een dode.

De beelden verdelen de Amerikaanse samenleving, zegt de Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy. "Voor veel blanke zuiderlingen staan de beelden van generaals symbool voor de offers die zijn gemaakt om hun thuisland te verdedigen in de burgeroorlog. Maar voor zwarte zuiderlingen en andere tegenstanders zijn het vooral overblijfselen van een racistisch systeem dat nog niet geheel ontmanteld is."

Standbeelden verdelen Amerika

Blanke zuiderlingen verbinden de standbeelden niet met het slavernijverleden of het verheerlijken ervan, legt Amerikadeskundige Koen Petersen uit. Voor hen zijn symbolen voor de zuidelijke trots en identiteit. Elk dorp heeft wel een monument voor de Confederatie: naar schatting zijn het er meer dan 1500.

De beelden vertegenwoordigen het land dat ze eigenlijk terug willen, zegt Petersen. "Het zijn symbolen van een mooie, oude tijd. Een tijd met economische welvaart, eigen wetten en regels en de blanken die het voor het zeggen hadden. Veel blanke jongeren in het Zuiden weten precies wie er vijf of zes generaties geleden in de burgeroorlog heeft gestreden."

Met het verwijderen van de beelden vrezen ze dat hun culturele identiteit in gevaar is. Het blanke zuiden krijgt daarbij de steun van Donald Trump, die vindt dat de beeldenstorm geschiedvervalsing is. "Deze week is het Robert E. Lee. Krijgen we volgende week George Washington, vraag ik me af, en Thomas Jefferson de week erna? Waar houdt het op? Je verandert de geschiedenis, de cultuur", aldus Trump.

Hij kreeg daarop meteen kritiek van Amerikaanse historici die zeggen dat door het verwijderen van de beelden niet het verleden wordt veranderd, maar hoe mensen zich dat verleden herinneren.

STER reclame