Aangepast

Reactie minister Dennis Wiersma en ministerie van SZW

Reactie van minister Dennis Wiersma (Onderwijs):

Het tegengaan van antidemocratische, antirechtstatelijke en anti-integratieve gedachtes vraagt om een stevige aanpak. Adviezen hierover weeg ik altijd mee. Uiteindelijk is het aan mij als bestuurder om uit te voeren wat wij in het coalitieakkoord hebben afgesproken: sneller ingrijpen bij (informele) onderwijsinstellingen en hun vertegenwoordigers die anti-integratief, antidemocratisch of antirechtsstatelijk opereren en een verbod op het gebruik van lesmaterialen die kinderen antidemocratische of antirechtsstatelijke waarden aanleren.

De signalen dat indoctrinatie plaatsvindt, komen via verschillende wegen bij zowel mijn ambtenaren als mij terecht. Dat kan zijn via werkbezoeken, maar ook via andere informatiebronnen. Omdat dit ook gaat om vertrouwelijke signalen vanuit de veiligheidsdiensten, kunnen wij daarbij geen specifieke casussen of scholen benoemen.

Het feit dat we nog niet alles weten is precies de reden waarom we een wet willen die het mogelijk maakt om hier toezicht op te kunnen organiseren. Dat toezicht moet alleen gelden voor die kleine groep die bewust kinderen tegen onze samenleving opzet, binnen welke stroming dan ook. Ik heb voorbeelden genoemd die schetsen welke radicale ideeën binnen diverse stromingen heersen en ons zorgen baren. Reden genoeg om hier strak toezicht op te organiseren.

Reactie ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

Allereerst goed om te benoemen dat het om informele scholing in den brede gaat en niet over weekendscholen, zoals in sommige media is verschenen. Verder is de brief in de ministerraad akkoord bevonden en vanuit het kabinet verstuurd. Het gaat dan ook om een uitwerking van een in het coalitieakkoord opgenomen voornemen.

SZW vindt dat informele scholing gericht op taal, cultuur of religie bijdraagt aan de eigen identiteitsvorming van jongeren binnen de Nederlandse maatschappij. Maar ook aan de vorming van het zelfvertrouwen en het leren van sociale vaardigheden, wat maakt dat zij beter hun weg in de samenleving weten te vinden. Dit gaat in grote getalen heel goed.

Voor de beperkte aantallen waarin dit niet goed gaat en sprake is van uitwassen, zoals benoemd in de brief wil het kabinet een mogelijkheid maken om gericht toezicht te kunnen uitvoeren en, indien nodig, gericht op te kunnen treden. De minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs heeft in zijn brief uiteengezet hoe hij deze opgave wil uitwerken.

Het advies van de Landsadvocaat laat zien dat dit een hele complexe opgave is. Nieuwe wettelijke definities en normen waarop toezicht gebaseerd kan worden, moeten rekeninghouden met de strikte grenzen van bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst of levensovertuiging en de democratische rechtstaat. Tevens moet een afbakening van de groep, waarop toezicht wordt gehouden, proportioneel zijn én mag geen ongeoorloofd onderscheid gemaakt worden. Dat is randvoorwaardelijk, voordat verdere stappen genomen kunnen worden, zoals ook wordt vermeld in de brief.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl