AFP

Rusland zegt dat de Zuid-Oekraïense stad Marioepol in handen is gekomen van Russische troepen. Alleen het terrein van de Azovstal-staalfabriek is nog niet volledig in Russische handen, zegt de Russische defensieminister Sergej Sjojgoe. Volgens hem zijn meer dan 4000 Oekraïense militairen gedood, 1478 zouden zich hebben overgegeven.

President Poetin feliciteerde Sjojgoe met de "succesvolle operatie" op een bijeenkomst in het Kremlin. Hij vroeg de defensieminister om zijn felicitaties door te geven aan de Russische troepen. "Ze zijn helden."

De Russische president werd vanochtend geïnformeerd door defensieminister Sjojgoe:

Poetin hoort dat Marioepol is ingenomen door Russische troepen

Voor de Russen is de havenstad Marioepol van strategisch belang, omdat er met de inname een directe verbinding over land ontstaat met de Krim en de Donbas, die beide onder Russische controle staan.

Azovstal-terrein omsingeld

De afgelopen weken werd de stad al door de Russen omsingeld. Alleen op het enorme terrein van de Azovstal-staalfabriek hielden de Oekraïense troepen nog stand. Op het terrein van 11 vierkante kilometer zouden volgens Rusland nu nog 2000 Oekraïense strijdkrachten zitten.

President Poetin heeft opgedragen om het terrein niet aan te vallen, maar om te wachten totdat de laatste Oekraïense militairen door hun voorraden heen zijn. Russische militairen moeten het terrein blokkeren, "zodat geen vlieg er langs kan", zei Poetin.

De Russische president riep de Oekraïense militairen op om zich over te geven. Rusland zal hen met respect behandelen en medische hulp geven aan degenen die gewond zijn, beloofde hij.

Burgers in de schuilkelders

Naast militairen, zitten ook veel burgers vast op het fabrieksterrein. Zij houden zich onder meer schuil in de kelders van de fabriek. Volgens Oekraïne gaat het om 1000 burgers en 500 gewonde militairen.

Oekraïne wil dat Rusland ervoor zorgt dat zij door middel van een humanitaire corridor kunnen vluchten. "Ze moeten allemaal vandaag nog van het terrein worden gehaald", zegt vicepremier Irina Veresjtsjoek.

STER reclame