Winkelend publiek in Utrecht ANP
Prinsjesdag 2021

De economie is bezig met een sterk herstel van de coronacrisis en groeit volgend jaar met 3,5 procent, na een groei van 3,9 procent dit jaar. Dat verwacht het Centraal Planbureau in de zogeheten Macro Economische Verkenningen van Prinsjesdag.

De Nederlandse economie komt dus relatief goed de coronaperiode door, mede door tientallen miljarden aan overheidssteun voor bedrijven en door het innovatieve Nederlandse bedrijfsleven, zoals de koning het in de Troonrede verwoordde. Eind dit jaar is de economie al weer groter dan voor corona, verwacht het CPB.

Permanent groeiverlies

Mocht er de komende tijd toch weer een nieuwe lockdown nodig zijn, dan blijft de economie groeien, maar wel minder: 3,3 procent dit jaar en 2,2 procent volgend jaar. En de coronacrisis heeft de economie sowieso een langdurige achterstand opgeleverd. De economie zal permanent zo'n 1,5 procent kleiner blijven dan die zonder corona zou zijn geweest, denkt het CPB.

Op de arbeidsmarkt is er zo'n tekort aan krachten dat de werkloosheid maar een klein beetje oploopt, ook als de steunmaatregelen voor bedrijven voorbij zijn. In augustus was de werkloosheid 3,2 procent, voor 2022 verwacht het CPB gemiddeld 3,5 procent.

Bekijk hier de belangrijkste economische verwachtingen van het CPB:

CPB/NOS

De staatsschuld daalt volgend jaar dus alweer relatief, onder meer doordat de economie flink groeit. De schuld blijft daardoor onder het EU-maximum van 60 procent ten opzichte van de grootte van de economie van het land. Onder economen is discussie of het nodig is dat de staatsschuld zo laag blijft. Vanwege de coronacrisis hoeven landen zich overigens niet aan dat maximum te houden.

Over de Nederlandse staatsschuld maakten we onlangs deze video:

De ups en downs van de Nederlandse staatsschuld

Dan de koopkracht. We hebben een demissionair kabinet en dus is dit een 'beleidsarme' Prinsjesdag oftewel er zijn maar weinig grote beslissingen genomen. Dat zien we ook op koopkrachtgebied. Voor grote groepen verandert er qua koopkracht maar weinig, is de verwachting van het CPB.

Koopkracht: +0,1 procent

De koopkracht van een doorsnee huishouden stijgt volgend jaar miniem, met 0,1 procent. Dat geldt dus voor het doorsnee huishouden en niet voor alle huishoudens. Zo gaat vijf procent van de huishoudens er 0,7 procent of meer op achteruit en gaat ook vijf procent van de huishoudens er 0,8 procent of meer op vooruit.

En zoals altijd kan de economie zich volgend jaar toch anders ontwikkelen, met gevolgen voor de koopkracht. Mocht bijvoorbeeld de inflatie harder stijgen dan verwacht en de lonen en uitkeringen stijgen niet mee, dan gaat de koopkracht voor veel mensen omlaag.

Zie hieronder wat de doorsnee koopkrachtontwikkeling is voor verschillende groepen:

Mocht er snel een nieuw kabinet komen, dan kan dit koopkrachtbeeld voor 2022 nog veranderen. Misschien willen ze dan werkenden wat meer koopkracht geven, door bijvoorbeeld de belastingen voor hen wat te verlagen of misschien juist voor mensen met een uitkering.

Nibud: somber 2022

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) vindt 2022 een somber jaar voor mensen die moeilijk kunnen rondkomen, omdat veel huishoudens niet meer te besteden krijgen. "Grote groepen zitten op dit moment structureel klem, denk aan gezinnen in de bijstand, mensen met een laag inkomen en hoge huur- of zorgkosten en jongeren die geen woning kunnen vinden", zegt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart.

Het Nibud heeft voor 117 voorbeeldhuishoudens de koopkrachtontwikkeling berekend. Zo gaat bijvoorbeeld een alleenstaande zzp'er die 40.000 bruto verdient er 6 euro per maand op achteruit. Bekijk alle voorbeeldhuishoudens hier (pdf).

STER reclame