Explosie Beiroet
Reuters

Lang was Libanon een populaire vakantiebestemming in het Midden-Oosten, met mooie stranden en een bruisende clubscene. Nu zit het land met een ongekende economische crisis, hyperinflatie, politieke spanningen en een pandemie. Gisteren kwam daar nog een klap bij toen een groot deel van de haven in de hoofdstad compleet werd weggevaagd door een kolossale explosie. Wat betekent dat voor het land?

"Het is echt ramp op ramp", vat correspondent Daisy Mohr de situatie samen. De bevolking zag het Libanese pond de afgelopen maanden enorm in waarde dalen. "Dat is funest voor ontzettend veel mensen hier. En we hebben de coronacrisis. We waren net weer begonnen aan een lockdown, omdat het aantal besmettingen omhoog gaat. En dan nu dit."

De gouverneur van de stad hield het niet droog toen hij de ravage met eigen ogen zag:

'Het lijkt Hiroshima of Nagasaki wel. Zulke verwoestingen heb ik nog nooit gezien'

Er zijn nu drie dagen van nationale rouw afgekondigd, er zijn extra kabinetszittingen en mensen worden opgeroepen vooral thuis te blijven. Maar hoe moet dat als je huis onbewoonbaar is geworden? "Ik ken genoeg mensen van wie het huis in puin ligt en die daar niet hebben kunnen slapen. Er zijn hotels die gratis kamers aanbieden, maar het is de vraag hoe snel dit is opgelost."

'Wat doe ik hier nog?'

Libanon-kenner Wafa al Ali vindt het moeilijk om naar de beelden van de gewonden en weggeblazen gebouwen te kijken in de stad waar ze vaak heeft rondgelopen. "Het valt mij zwaar, al die beelden. Het komt echt binnen. Ik maak me al een paar jaar zorgen over hoe het in Libanon gaat, maar gisteren had ik voor het eerst het gevoel dat ik er naar toe wil om te helpen, als ik wat kan doen. Ik dacht: wat doe ik hier nog?"

Er zijn hele straten weggevaagd, huizen liggen in puin. "Ik zag beelden van beschadigde gebouwen op kilometers afstand. Hoe gaan ze dat weer opbouwen? Libanon kan dit er echt niet bij hebben."

De explosie was in de haven, dicht bij het centrum van de stad NOS

Al Ali is bang dat deze nieuwe ramp het land nog verder zal destabiliseren. Sinds het einde van de burgeroorlog in 1990 heeft het land momenten van rust gekend, maar sektarische spanningen zijn nooit ver weg. Sinds oktober gaan demonstranten de straat op om te protesteren tegen wat zij zien als de corrupte elite en de economische malaise.

"De regering had beloofd voor vernieuwing te zorgen, maar er zijn nog steeds banden met de oude elite", zegt Al Ali. "Toen het met de economie steeds verder bergafwaarts ging, probeerde de regering dat te spinnen door de betogers de schuld te geven van de crisis, maar de economie was daarvóór al heel slecht. De demonstranten zien zichzelf steeds armer worden en de rijken steeds rijker en ze zien ook dat voor politieke topposities steeds weer mensen uit de oude elites worden gekozen."

Het is niet zomaar een economische crisis. Veel mensen lijden echt honger. Al maanden wordt er gehamsterd door wie het nog kan betalen, veel anderen hebben simpelweg geen geld meer voor wat er nog in de supermarkten ligt. "Dat geldt voor arme mensen, maar ook mensen uit de middenklasse hebben het steeds moeilijker. Omdat ze geen werk meer hebben of omdat ze hun salaris niet krijgen uitbetaald. Er was dit voorjaar zelfs een campagne waarin de bevolking werd aangespoord om moestuintjes aan te gaan leggen."

Golf van solidariteit

De crisis treft ook de vluchtelingen zwaar die tijdens de oorlog in Syrië naar Libanon kwamen. Sommigen hebben een woning in Beiroet, maar een deel woont nog steeds in kampen in het oosten van het land. Al Ali: "Dat zijn vaak de armste vluchtelingen, je zag een paar jaar geleden al veel Syriërs bedelen in de straten. Ze worden ook gediscrimineerd."

Er zijn ook lichtpuntjes. De mega-explosie in de haven van Beiroet heeft een golf van solidariteit op gang gebracht op sociale media en er wordt veel internationale hulp aangeboden.

Maar in het verdeelde land is niet voor iedereen alle hulp welkom. Hulp uit bijvoorbeeld Iran is omstreden, want Iran steunt Hezbollah, en veel Libanezen beschuldigen die groepering ervan het corrupte politieke systeem in Libanon in stand te houden. Nadat Libanon en Israël in 2006 een korte oorlog hadden uitgevochten, bouwde Hezbollah met hulp van Iran het land snel weer op. "Maar het is de vraag of de bevolking die hulp nu weer accepteert. Een groot deel van de bevolking is daar wel klaar mee", zegt Al Ali.

Sommige Libanezen roepen het buitenland op om hulpgeld vooral niet aan de regering te geven, maar direct aan hulporganisaties om er zeker van te zijn dat het bij de bevolking terecht komt. De Nederlandse regering snapt dat, vermoedt Al Ali. "Minister Kaag heeft geld aan het Rode Kruis beloofd. Ze heeft de Libanese regering helemaal niet genoemd, gelukkig."

STER reclame