Syrische families op de vlucht voor het geweld AFP
Turkse inval Syrië

Sinds de inval van Turkije vorige week in Noordoost-Syrië heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR bijna 32.000 mensen in het gebied geholpen. In Tal Tamer en Al-Hasakah zijn dekens en andere hulpgoederen uitgedeeld aan ruim 20.000 mensen. Ook kregen ruim 11.000 mensen die zich in schoolgebouwen en buurtcentra schuilhouden hulpgoederen uitgereikt.

Daarnaast is extra hulp onderweg naar Qamishli. Daar zijn dekens naartoe gestuurd voor 52.000 mensen, net als bouwmaterialen om aan 15.000 ontheemden onderdak te bieden en zonnelampen voor 20.000 mensen. De UNHCR schat dat nog eens 31,5 miljoen dollar nodig is om hulp te bieden. Ook de Koerden in het gebied spreken van verslechterende humanitaire omstandigheden sinds vorige week.

Veel ontheemden zoeken hun toevlucht tot grote gemeenschappelijke ruimtes in Al-Hasakah, Tal Tamer en Raqqa. De UNHCR stuurt teams naar gebieden om hulp te bieden. Door het aanhoudende geweld lukt het sinds vandaag niet meer om hulp te bieden in het kamp bij de plaats Ain Issa, dat zou zijn getroffen door Turkse bombardementen.

Veel vluchtelingen kwamen volgens de vluchtelingenorganisatie uit het gebied rond Kobani, pal aan de grens met Turkije. Velen hebben drie of vier dagen gelopen om veilige gebieden te bereiken.

Gevechten bij Manbij

Koerdische milities hebben met de Syrische regering afgesproken dat Koerdische strijders gebied opgeven in ruil voor bescherming van het Syrische leger tegen het Turkse leger.

Zondag werd afgesproken dat het Syrische leger Manbij en Kobani binnen 48 uur zou binnentrekken. Syrische staatsmedia melden dat dat in Manbij inmiddels is gebeurd. Het ministerie van Defensie van Turkije stelt echter dat Koerdische strijders vanuit de stad vandaag de aanval openden op Turkse troepen. Daarbij kwam één Turkse militair om en raakte acht militairen gewond. Als wraak zouden de Turken vijftien strijders hebben "geneutraliseerd".

Volgens president Erdogan hebben Turkse troepen en hun Syrische bondgenoten nu zo'n 1000 vierkante kilometer in Noordoost-Syrië "bevrijd van terroristen". De Turkse president is van mening dat de Koerdische strijders van de YPG een verlengstuk vormen van de PKK. Turkije beschouwt beide organisaties als terreurgroepen.

Erdogan beoogt het gebied in Noordoost-Syrië tussen Manbij en de Iraakse grens te veroveren op Koerdische milities en zo een zogenoemde safe zone langs de Turkse grens te creëren.

VN: executies onderzoeken

Intussen roept de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties Turkije op onderzoek te doen naar berichten over "standrechtelijke executies", die door Syrische rebellen worden uitgevoerd. De rebellengroepen zijn huurlingen van Turkije.

Commissaris Colville verwees daarbij naar videobeelden waarop te zien is dat Koerdische gevangenen langs een snelweg worden geëxecuteerd en de executie van een Koerdische politica, Hevrin Khalaf.

STER reclame