Bovenaanzicht van de blootgelegde bakkerij in Pompeï
NOS Nieuws

Voortdurend werken in het donker: vondst toont hel van Romeinse slaven

  • Heleen D'Haens

    correspondent Italië

  • Heleen D'Haens

    correspondent Italië

Dat het leven van een slaaf in de Romeinse oudheid niet over rozen ging, zal niemand verrassen. Maar wat archeologen recent blootlegden is "het meest schokkende voorbeeld van Romeinse slavernij in Pompeï", zegt de directeur van het archeologisch park Gabriel Zuchtriegel.

In het hart van de Romeinse stad, die in het jaar 79 werd bedekt door een laag as bij een uitbarsting van de vulkaan Vesuvius, is een bakkerij gevonden waar slaven werkten. "We kenden de verhalen enkel uit geschriften. Nu zien we dit in het echt," aldus de parkdirecteur op een persdag waar de vondst wordt gepresenteerd.

De recente opgravingen zijn in het centrum van Pompeï, in een gebied dat tot nu toe bedekt was gebleven. Omdat de grond begon te verzakken werd uit veiligheidsoverwegingen besloten om toch te gaan graven. Een van de gebouwen die daarbij zijn blootgelegd, is een groot woonhuis met daarnaast de bakkerij waar tot slaaf gemaakte personen het meel maalden.

"Het enige raampje hier zat heel hoog in de muur, met tralies ervoor", wijst Zuchtriegel. De deur kwam uit op de hal van het huis, en niet zoals gebruikelijk rechtstreeks op straat. "Het was de bedoeling dat hier niemand zou ontsnappen. De slaven werkten voortdurend, vrijwel in het donker. Dit moet een hel zijn geweest."

In rondjes lopen

In de krappe ruimte vonden archeologen drie maal-installaties vlak bij elkaar. Elke installatie bestond uit een stenen kegel met daarop een loodzwaar tweede blok steen met een kegelvormige holte. "Uit de literatuur weten we dat de bovenste steen werd rondgedraaid door een geblinddoekte ezel en een man. In de hoek stond waarschijnlijk iemand met een zweep."

Omdat de maalstenen zo dicht tegen elkaar stonden was het belangrijk dat de tot slaaf gemaakten een vast tempo aanhielden. "Anders zouden ze tegen elkaar botsen", zegt de parkdirecteur.

Interessant vindt hij de cirkelvormige patronen die in de vloer zijn uitgehouwen. "Die hebben we vaker gezien in deze stad, maar pas nu weten we wat hun doel is. De slaven en de ezels moesten voortdurend blijven lopen, aan een vast tempo, precies in die cirkels. Anders zouden ze elkaar raken."

Het uitgesleten patroon in de vloer is hier te zien

Aan de andere kant van de muur, in de entreehal van het woonhuis, wijst alles juist op een luxueus bestaan van de eigenaren. "Deze muur was de scheiding tussen het Pompeï dat we kennen uit de geschriften, het Pompeï van rijke en machtige mensen, en het andere Pompeï", vertelt Zuchtriegel.

Over dat 'andere Pompeï', het Pompeï van slaven, prostituees, maar ook van arme Romeinen, is door geschiedschrijvers in de oudheid veel minder geschreven. "Gewone mensen maakten zo'n 80 procent uit van de bevolking, maar hun levens werden minder interessant geacht."

Juist daarom wijdt het park dit jaar een tentoonstelling aan het thema, waarin juist de levens van 'gewone mensen' centraal staan. Die gaat over geboorte, kindersterfte, voeding, kleding en omgang met de dood. "Op fresco's zien we bijvoorbeeld goed gevulde banketten, terwijl in de huizen van de meeste mensen vooral brood en vruchten zijn aangetroffen", duidt Zuchtriegel. "Op veel vlakken wijkt de praktijk af van het beeld dat wij hebben van het leven in de oudheid."

Niet alle slaven opgesloten

Centraal in de tentoonstelling staat een kopie van een slavenkamer die enkele jaren geleden werd opgegraven even buiten Pompeï. Op 16 vierkante meter staan drie eenvoudige bedden, waarvan een op kindermaat. In de hoeken liggen amforen en op de vloer ligt werkmateriaal.

"Anders dan in de bakkerij is hier wel een deur naar buiten. Deze mensen waren niet opgesloten. De vraag is hoe hun meester ervoor zorgde dat ze niet ontsnapten. Wellicht bestond er een hiërarchie onder de slaven, waarbij sommigen diegenen onder hen controleerden. In plaats van opsluiting was hier sociale controle."

De leefomstandigheden van tot slaaf gemaakten verschilden onderling dus sterk, zegt Zuchtriegel. Het belangrijkst vindt hij dat elk verhaal aan bod komt. Niet alleen van slaven maar ook van armere Romeinen.

"We leren op school dat typisch Romeinse huizen een atrium hadden. Maar 80 procent van de mensen had dat niet. Zij woonden in kleine appartementen. Het is belangrijk dat we hun verhalen net zo serieus nemen. Er mag dan minder over hen geschreven zijn, zij hebben deze stad gemaakt."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl