© 2022 Universal Studios and Amblin Entertainment. All Rights Reserved
NOS Nieuws

Jurassic World (beetje) in het echt: kip met dino-eigenschappen in de maak

  • Ivo Landman

    redacteur Online

  • Ivo Landman

    redacteur Online

In sommige bioscopen draait hij al, maar de nieuwste (en vooralsnog laatste) Jurassic World-film gaat komende week officieel in première: Jurassic World Dominion. De allereerste film in de cyclus is bijna 30 jaar oud en inmiddels wordt op meerdere universiteiten écht onderzoek gedaan naar het 'hercreëren' van dinosaurussen. Hoe ver zijn ze daarmee?

Om maar met de deur in huis te vallen: op de manier waarop het gaat in de films, met dinosaurus-dna uit een in barnsteen bewaarde mug, kan het niet, zegt Anne Schulp, hoogleraar paleontologie aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij Naturalis. Dinosaurus-dna blijft niet zo lang goed, hooguit zo'n miljoen jaar. "In de film zit de mug in barnsteen. Dat ziet er aan de buitenkant aardig uit, maar als je het openmaakt zit er alleen zwart poeder in, en het dna dat erin zat is in hele kleine stukjes uit elkaar gevallen. Daar kun je helemaal niks mee."

Maar life finds a way. Geïnspireerd door de Jurassic Park-films schreef de Amerikaanse paleontoloog Jack Horner in 2009 het boek How to build a dinosaur. Hij deed de suggestie om het dna van kippen te gebruiken - vogels zijn immers de directe afstammelingen van een bepaalde groep dinosaurussen.

Wikimedia Commons / Nobu Tamura (CC BY 2.5)
De deinonychus, een dinosaurus uit de groep waar ook de moderne vogels uit voortkomen

Sindsdien proberen wetenschappers met een soort genetisch reverse engineering slapende dino-eigenschappen in het kippen-dna te activeren, en soms met succes. Onderzoekers van Harvard wisten in 2015 de snavel van een kip in in een dinobek te veranderen, en Chileense wetenschappers presenteerden een jaar later een kip met een langer kuitbeen zoals ook de voorouders hadden.

Horner richtte zich op de staart. Zo'n 130 miljoen jaar geleden veranderde de lange staart bij sommige soorten plotseling in een korte. Dana Rashid van de State University of Montana, onderzoeksleider bij project DinoChicken, benadrukt dat het doel niet is een dinosaurus na te bouwen. "Als journalisten ons bellen, willen ze horen dat we kleine T-rexen uitbroeden. Maar zo werkt wetenschap niet. We maken geen dinosaurus na, we proberen te bepalen hoe vogels zijn veranderd ten opzichte van hun voorouders."

Intussen is het gelukt kippen uit het ei te laten komen met staartwervels die qua structuur lijken op die van hun verre voorouder (al zijn de staarten nog even kort als een normale kippenstaart). Met als bijvangst ontdekkingen die helpen bij het onderzoek naar menselijke aandoeningen zoals de ziekte van Bechterew, een gewrichtsontsteking van de wervelkolom. Daarbij spelen dezelfde processen als bij de vorming van de dinostaart een rol.

Frankensteinen

Het zijn interessante ontwikkelingen, vindt paleontoloog Schulp. "Bijvoorbeeld bij die staart, er is niet voor iedere wervel afzonderlijk een complete set in je dna. Je hebt een recept van hoe je een wervel bouwt en een aantal triggers die zeggen: maak nog maar een wervel, en nog een, en nog een. Dat zijn de hoxgenen, en daar wordt door die onderzoekers een beetje aan gesleuteld. En het is natuurlijk heel interessant om te snappen hoe die regelgenen werken."

Maar Schulp heeft ook bedenkingen bij het reverse engineeren van vogels met het doel de evolutie terug te draaien. "Ik denk dat je dan een beetje aan het Frankensteinen bent. Ik weet niet of je er wel echt veel van leert en of je er er gelukkig van wordt qua dierenwelzijn."

En al zou het lukken om een vogel alle dino-eigenschappen terug te geven, dan is het nog geen dinosaurus. Dat geldt al meer voor het terugbrengen van een ander uitgestorven dier, de mammoet. Bij Harvard proberen wetenschappers die weer een beetje tot leven te brengen, als een hybride soort olifant die beter tegen de kou kan.

De BBC maakte vorig jaar deze video over de 'nieuwe' mammoet:

Dat kan wél met echt mammoet-dna, want dat dier liep enkele tienduizenden jaren geleden nog rond. Schulp: "Maar dan heb je nog steeds een hele stapel problemen. Dat embryo moet door een olifant verwekt worden en dan komt daar een jonkie met een vacht uit dat het ook niet helemaal snapt, en die krijgt dan een olifantenopvoeding. Terwijl zo'n mammoet misschien andere dingen nodig heeft."

Dinosaurussen en mammoeten zijn niet voor niets uitgestorven, concludeert Schulp. "Ik denk dat we onze energie nu vooral moeten steken in het voorkomen dat er nog meer dieren uitsterven, in plaats van uitgestorven dieren weer tot leven proberen te wekken."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl