nos

Sinds 2019 klopt er bij daklozenorganisaties in toenemende mate een groep aan die niet geregistreerd staat als dakloos: economisch daklozen, soms ook thuislozen genoemd. Dit zijn mensen zonder woning, maar met een inkomen.

Volgens brancheorganisatie van maatschappelijke opvang Valente waren er in 2019 ruim 500.000 Nederlanders zonder adres, recentere cijfers zijn er niet. Het gaat dan vaak om mensen die inmiddels zijn overleden of naar het buitenland zijn vertrokken. Maar volgens Valente gaat het in toenemende maten ook om mensen die sindsdien op wisselende adressen slaapt, in auto's of bijvoorbeeld op campings. Ze zijn slecht in beeld bij overheidsinstanties, want in de daklozencijfers worden ze niet meegenomen.

Die onzichtbaarheid leidt er volgens hulporganisatie De Regenboog Groep toe dat urgentie om daklozen te helpen niet altijd wordt gevoeld. Terwijl de groep door het aanhoudende en groeiende woningtekort groter wordt, zeggen verschillende organisaties tegen de NOS.

In buurthuizen organiseert De Regenboog Groep spreekuren om economisch daklozen te begeleiden. De NOS ging langs bij zo'n spreekuur:

'En zo kwam ik op straat'

De gemeente Amsterdam en kenniscentrum Platform31 hebben onderzoek gedaan naar economisch daklozen in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en de regio Noord-Veluwe. De Regenboog Groep vroeg de Wetenschapswinkel van de Universiteit Wageningen (WUR) oplossingen te onderzoeken. Vandaag worden de resultaten gepresenteerd.

Gemeenten beschouwen economisch daklozen vanwege hun inkomen en het ontbreken van verslaving en psychiatrie als zelfredzaam, waardoor ze geen gebruik mogen maken van daklozenvoorzieningen. "Die zelfredzaamheid waar de gemeente van uitgaat, is bij de mensen die bij ons aankloppen niet meer het geval", zegt Robin Trip van De Regenboog Groep. "Mensen die dakloos worden, zijn tijdelijk minder zelfredzaam."

Uit eerder onderzoek van Platform31 blijkt dit ook. Het huidige daklozenbeleid van gemeenten richt zich volgens de onderzoekers puur op mensen met een directe zorgvraag, terwijl veel economisch daklozen nog een tijd kunnen teren op hun eigen netwerk. Maar dat betekent niet per se dat ze zelfredzaam zijn.

Daarbij is er veel intensieve begeleiding nodig om een woonruimte te regelen. De Regenboog Groep is zich daarom de afgelopen jaren meer op economisch daklozen gaan richten. Trip: "Het voorkomen van langdurige dakloosheid is heel belangrijk. Als iemand echt op straat belandt, is de zorgvraag vele malen groter."

Hotelkamers

Volgens Karin Peters van de WUR is het noodzakelijk dat mensen zich realiseren dat dit iedereen kan overkomen: "Na een scheiding is het bijvoorbeeld momenteel heel lastig om een woning te vinden. Als we die schaamte wegnemen, zoeken mensen eerder hulp. Dat maakt uit."

De Wageningse onderzoekers concluderen nu dat de beste oplossing meer (tijdelijke) huisvesting is. Tijdens lockdowns werden bijvoorbeeld lege hotelkamers ingezet om daklozen op te vangen. "Dat heeft zoveel goeds gedaan. Maak daar lopende samenwerkingen van", zegt Peters. "Als één procent van alle hotelkamers in Amsterdam wordt ingezet voor tijdelijke opvang, zou een groot deel van het probleem zijn opgelost."

De Regenboog Groep heeft met zes hotels ook na de lockdowns zo'n afspraak aangehouden, en dat werkt volgens de organisatie uitstekend.

Simone Kukenheim (D66), wethouder zorg in Amsterdam: "Nu het toerisme weer aantrekt, is het gebruik van hotels lastig. We roepen daarom de markt op om creatief mee te denken. Zoals wonen in sloopwoningen, of de gemeente die in eigen vastgoed mensen tijdelijk opvangt."

Passantenpensions

'Housing first', is ook het credo van daklozenorganisatie HVO-Querido. Met hun passantenpensions kunnen mensen met een acuut woonprobleem voor 15 euro per nacht overnachten in een eenpersoonskamer.

Tijdelijk onderdak in zo'n passantenpension lost een deel van de onrust op die thuislozen ervaren. De dagelijkse stress om waar hun spullen zijn en waar ze die nacht zullen slapen, wordt erdoor verminderd.

Maar er zijn ook nadelen. Aangezien er geen fornuis of koelkast aanwezig is, moeten ze voor hun eten de deur uit. Kant-en-klaarmaaltijden en eten afhalen is een stuk duurder dan koken. Geldstress wordt er dus meestal niet door verminderd.

Dit soort tijdelijke oplossingen helpt, zegt Barbra Velthuizen, directeur zorg van HVO-Querido, "Maar het echte probleem zit 'm erin dat er te weinig woonruimtes zijn. De doorstroom is verstopt, en voor daklozen is het momenteel het allermoeilijkst om een woning te vinden."

Een klein woonprobleem kan uiteindelijk tot gigantische zorgproblemen leiden, zegt Velthuizen. "Dat is niet alleen vervelend voor wie het treft, maar kost ook de samenleving veel geld. Willen we de meest kwetsbare helpen, dan zijn er meer betaalbare woonruimtes nodig."

STER reclame