NOS
NOS Nieuws

Nabestaanden Hawija klagen Nederlandse staat aan

  • Ben Meindertsma

    redacteur

  • Ben Meindertsma

    redacteur

Een groep van elf Irakezen heeft de Nederlandse staat gedagvaard in verband met de schade die ze hebben geleden door de Nederlandse luchtaanval op een autobommenfabriek in Hawija, in 2015. Liesbeth Zegveld, de advocaat van de families, claimt dat de aanval onrechtmatig was.

De Irakezen verloren als gevolg van de aanval elf familieleden, onder wie negen kinderen. Verschillende huizen van hen werden verwoest en sommige slachtoffers liepen chronische lichamelijke schade op. Omdat de aanval door Nederlandse F16-piloten werd uitgevoerd, eisen ze een individuele schadevergoeding van de Nederlandse staat.

Bij de aanval op de autobommenfabriek van IS ging het volgens het ministerie van Defensie mis doordat er veel meer munitie lag opgeslagen dan gedacht. De munitie explodeerde en daardoor werden in de omliggende woonwijk honderden huizen beschadigd of verwoest. Zeker zeventig burgers kwamen om het leven.

Vijf kinderen

De Zoetermeerse postbode Alaa en zijn vrouw Wafaa, wier zoon bij de luchtaanval blind werd aan een oog, zijn twee van de eisers. Wafaa zelf heeft blijvend letsel door de glasscherven die ze in haar rug heeft gekregen.

Een andere eiser is de 40-jarige witgoedmonteur Abdallah. Hij verloor door de explosie zijn vrouw en vijf kinderen. Het gezin was op de vlucht en op doorreis, maar mochten van IS niet verder reizen. Hierdoor moesten ze naar eigen zeggen noodgedwongen een woning huren in Hawija. Ze woonden op ruim 200 meter van de bommenfabriek. Twee van zijn kinderen overleefden de aanval wel.

Ontploffing

Uit onderzoek van NOS en NRC bleek twee jaar geleden dat Amerikaanse militairen weliswaar precies hadden berekend wat de schade zou zijn van een bominslag, maar dat ze niet wisten wat er zou gebeuren als de bommenfabriek zou ontploffen. Er was namelijk geen methode voorhanden om de impact van die ontploffing te berekenen.

Sterker nog, de Amerikaanse militair die verantwoordelijk was voor de berekeningen verklaarde na afloop dat er geen enkele informatie was over "de hoeveelheid en soort munitie in de fabriek". Het was daarom "niet redelijk om te veronderstellen dat er geen nevenschade zou zijn", concludeerde hij. Toch was Nederland bereid de aanval op de fabriek in het woongebied uit te voeren.

Bekijk hier de reportage die Lex Runderkamp in 2019 maakte in Hawija.

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

Ank Bijleveld, minister van Defensie ten tijde van de publicaties, heeft in de Tweede Kamer meerdere keren gezegd dat er vooraf geen aanwijzingen waren dat er burgerdoden zouden vallen. Op basis van de ervaring die er was met vier eerdere luchtaanvallen op bommenfabrieken meende men dat er geen groot risico op schade in de omliggende woonwijk was.

Dat er een gigantische hoeveelheid munitie in de autobommenfabriek lag, was volgens Bijleveld niet te voorzien. Volgens Defensie was er met de procedure en de uitvoering van de aanval dan ook niets mis.

Beperkt militair voordeel

Advocaat Zegveld bestrijdt dat. Volgens haar heeft Nederland met de aanval een onaanvaardbaar risico genomen. "De staat wist of had behoren te weten dat de luchtaanval enorm veel burgerslachtoffers zou (kunnen) veroorzaken", stelt ze in de dagvaarding. Ze verwijt Nederland dat er geen serieuze berekening is gemaakt om de impact van de explosie te berekenen.

Bovendien claimt ze dat het militaire voordeel van de aanval beperkt was, op basis van Amerikaanse militairen die in evaluaties spreken van een "gematigd negatief effect". En omdat niet berekend kon worden wat de schade van een ontploffing zou zijn, kon dit beperkte militaire voordeel niet goed worden afgewogen tegen de mogelijke burgerdoden, aldus Zegveld. De Nederlandse red card holder, een hoge militair die basis van alle verzamelde informatie groen licht moet geven, had volgens haar daarom nooit mogen instemmen met het bombardement.

Onafhankelijk onderzoek

Zegveld verwijt Nederland ook dat er "niet op tijd, niet adequaat en niet onafhankelijk" onderzoek is gedaan. Volgens haar was Nederland, op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, hiertoe wel verplicht.

Twee jaar geleden diende Zegveld al een claim in namens 52 Irakezen, waarin ze Nederland aansprakelijk stelde. Omdat het kabinet die aansprakelijkheid niet heeft erkend, maakt ze namens een aantal van hen nu de gang naar de rechter.

Het vorige kabinet heeft vier miljoen euro ter beschikking gesteld voor wederopbouwprojecten in Hawija. Ook doet een commissie, onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager, op verzoek van Defensie momenteel onderzoek naar de toedracht van de aanval. Dat rapport wordt komend jaar verwacht.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl