De vlucht werd uitgevoerd vanaf de luchtmachtbasis in Jordanië Defensie

Bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015 zijn zeker zeventig mannen, vrouwen en kinderen om het leven gekomen, bleek eind oktober. Driemaal werd er over gedebatteerd in de Tweede Kamer, maar een belangrijke vraag bleef onbeantwoord: hoe heeft het mis kunnen gaan? Nu, vier maanden later, is een deel van die vraag te beantwoorden.

Een reconstructie op basis van interne documenten die op verzoek van NOS en NRC zijn verstrekt met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur en gesprekken met diverse betrokkenen.

In het voorjaar van 2015 weet bijna niemand in Hawija dat aan de rand van hun stad de grootste bommenfabriek van terreurgroep IS ooit staat. Voor de bezetting door IS was het een druk gebied met garages en kleine autobedrijfjes. Nu worden er autobommen gefabriceerd, die mogelijk worden ingezet in een groot deel van Irak. Het fabrieksterrein is afgesloten voor burgers, om te voorkomen dat het bestaan van de fabriek uitkomt.

Trucks, humvees en bommenauto's

Toch krijgt de internationale coalitie eind mei lucht van de bommenfabriek. Meerdere bronnen uit Hawija - mogelijk infiltranten bij IS - bevestigen dat er tientallen trucks, humvees en bommenauto's in het gebouw staan. Het is een geweldige opsteker voor de coalitie, die samen met de Koerdische Peshmerga probeert de frontlinie bij het nabijgelegen Kirkuk te verdedigen en regelmatig te maken heeft met IS-autobommen.

Beelden van een drone, die permanent boven Hawija hangt, worden bestudeerd. Hoeveel auto's rijden de fabriek binnen? Hoe groot is de fabriek en hoeveel munitie zou er kunnen liggen? Hoe ziet het dagelijks leven op straat eruit? De coalitie krijgt foto's van dicht bij de fabriek, waarop te zien is dat er nog meer auto's en explosieven naar binnen worden gebracht.

Nul doden

Voor alle coalitielanden geldt in 2015: als vooraf duidelijk is dat er ook maar één burgerdode zal vallen, mag een aanval niet uitgevoerd worden. Om dat te berekenen, wordt gebruikgemaakt van Amerikaanse software die de zogenaamde Non-combatant Casualty Cut-off Value (NCV) berekent: het aantal burgers dat mogelijk om zal komen bij de aanval. De procedure begint met het trekken van een cirkel rondom het doel waar de schade naar verwachting zal optreden.

Op onderstaande satellietbeelden is goed te zien hoe het het complete industrieterrein in Hawija is weggevaagd door de aanval. Beweeg naar links of rechts om het verschil te zien.

voor en na

De berekening wordt gemaakt door Amerikaanse militairen in Qatar, maar omdat Nederland de aanval op Hawija heeft toegewezen gekregen, kijkt een Nederlandse militair - de zogeheten Red Card Holder - over de schouder van zijn Amerikaanse collega's mee. De bommenfabriek ligt op tweehonderd meter van een woonwijk. Zonder voorzorgsmaatregelen lijken burgerdoden niet te voorkomen, dus worden er maatregelen in het systeem ingevoerd.

Ondanks het gebruik van een precisiegeleide glijbom volgt uit de berekening dat er mogelijk een klein aantal burgers zal omkomen. Pas als wordt ingevoerd dat de aanval 's nachts zal plaatsvinden - als niemand meer op straat is - komt de uitkomst op NCV = 0. De aanval mag in principe doorgaan.

Maar in de Amerikaanse procedure, de Collateral Damage Estimation (CDE), kan één ding niet: het is niet in staat om uit te rekenen hoe groot de impact is van de tweede ontploffing, die zal ontstaan door het exploderen van de munitie in de fabriek. Een losse inschatting moet worden gemaakt, op basis van eerdere aanvallen op bommenfabrieken. Daaruit komt naar voren dat de nevenschade groter zou kunnen zijn dan de CDE aangeeft. Maar omdat de impact naar verwachting beperkt zal blijven tot het industriegebied, gaat men ervan uit dat er alleen materiële schade zal zijn. De aanval krijgt groen licht van de Nederlandse Red Card Holder.

Volledig fout

Op 2 juni scheert rond middernacht de eerste Nederlandse F-16 vlak over de stad. De bewoners van Hawija weten dan hoe laat het is: ze rennen in het donker naar buiten, in afwachting van de bom die zal vallen. Een paar minuten later volgt een tweede F-16, een korte knal en een gigantische tweede explosie die 400 huizen tot op een kilometer verderop gedeeltelijk doet instorten en op 60 kilometer nog te horen is. Meer dan 70 burgers verliezen het leven.

IS is een geweldige slag toegebracht. De Koerdische militairen in Kirkuk zijn opgelucht. Maar de schade in Hawija is gigantisch. De uitkomst van de berekeningen blijkt volledig fout te zijn. Er ligt 18.000 kilo springstof in de fabriek, veel meer dan ze verwacht en berekend hadden. Niet alleen het industriegebied, maar ook de nabijgelegen wijken worden daardoor getroffen. Of de informatie van een informant uit Hawija - die NOS en NRC vertelde dat hij gemeld heeft dat vier vrachtwagens de fabriek daags voor de aanval waren binnengereden - de internationale coalitie heeft bereikt is niet duidelijk.

De F-16's vliegen nog een extra rondje boven Hawija om een Battle Damage Assessment te doen, maar door de enorme hitte en rook blijkt dat onmogelijk. Onbemande vliegtuigjes moeten worden ingezet om de schade op te nemen. Later die week worden nog meerdere vluchten uitgevoerd, en blijkt hoe groot de schade op de grond is.

Ook vier jaar later was die nog goed te zien, zag onze verslaggever in oktober:

Dit is de plek waar de Nederlandse F-16-bom viel

Op het ministerie van Defensie in Den Haag kijkt men na afloop puur naar de rechtmatigheid van de aanval. Hoe men zo verrast kon zijn door de hoeveelheid explosieven, en of de procedures wel voldoen, wordt niet onderzocht. Alleen de Amerikanen hebben daarnaar gekeken. In een rapport dat ook naar Nederland is gestuurd, komen ze met twee aanbevelingen, waarvan één door het Amerikaanse Centcom wordt overgenomen, zo staat in het rapport.

Wat die aanbevelingen zijn wil Defensie niet kwijt, omdat de informatie door de Amerikanen is geclassificeerd. Wel is duidelijk dat Nederland sinds Hawija geen enkele aanval meer heeft uitgevoerd op bommenfabrieken in de buurt van woonwijken.

STER reclame