Artilleristen van de Mariniersbrigade vuren brisantgranaten af uit een 25-ponder tijdens een actie in Tanjungsari, Oost-Java, begin 1947. NIMH

Nederland heeft tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog structureel excessief geweld gebruikt, en politiek Den Haag keurde dat stilzwijgend goed. Tot deze conclusie komen de wetenschappers die sinds 2017 op verzoek van de Nederlandse overheid onderzoek hebben gedaan naar de aard en de oorzaak van het geweld in de voormalige kolonie.

"Het onderzoek heeft uitgewezen dat het overgrote deel van de verantwoordelijken aan Nederlandse kant - politici, officieren, ambtenaren, rechters en andere betrokkenen - wel degelijk kennis had of kon hebben van het stelselmatig gebruik van extreem geweld", schrijven de onderzoekers in een persbericht. "Op alle niveaus was er bereidheid de geschreven en ongeschreven rechtsregels en het eigen rechtsgevoel opzij te zetten."

"Het beeld dat oprijst is dat van een koloniale oorlog die steeds grimmiger en verbetener werd gevoerd en ook letterlijk allesbeheersend werd. Het behalen van een militaire overwinning werd maatgevend, naast het beperkt houden van eigen verliezen."

De conclusie staat haaks op de lijn die het kabinet sinds 1969 aanhoudt, dat slechts bij uitzondering extreem geweld was gebruikt. Morgen wordt het onderzoeksrapport officieel gepresenteerd. Premier Rutte komt naar verwachting daarna met een eerste reactie.

Koloniale houding

Het onderzoek richt zich op de periode tussen 1945 en 1950. Meteen na het einde van de Tweede Wereldoorlog hadden Indonesische nationalisten zich onafhankelijk verklaard terwijl Nederland al in 1942 had besloten om direct na de oorlog troepen te sturen om de kolonie weer in het gareel te brengen.

Volgens de onderzoekers was het een onmogelijke taak om zo'n groot gebied met te weinig manschappen te controleren, waardoor het leger al snel zijn toevlucht nam tot extreem geweld. In het rapport wordt gesproken over buitenrechtelijke executies, martelingen, willekeurige massa-arrestaties, brandstichting van dorpen en een gebrek aan aandacht voor slachtoffers onder de burgerbevolking.

Beide partijen in het conflict maakten zich schuldig aan excessief geweld, maar het Nederlandse militaire optreden bleef tot dusver onderbelicht. "Het duurde lang voordat er in de Nederlandse samenleving meer ruimte kwam om kritisch te reflecteren op deze episode, die zo slecht past bij het diepgewortelde rooskleurige nationale zelfbeeld."

Volgens de onderzoekers overheerste bij de legerleiding en de Haagse politiek een koloniale attitude: men was ervan overtuigd dat de nationalisten nooit een onafhankelijke staat zouden kunnen leiden. Ook onderschatte men de wens van Indonesiërs om onafhankelijk te worden: nationalisten als Soekarno werden gezien zien als Japanse stromannen met weinig invloed.

Bestuurders, "overtuigd van hun eigen superioriteit", lieten zich leiden door de koloniale wens van Nederland en het idee nodig te zijn in 'de Oost'. "De oorlog paste in een koloniale traditie van gewelddadige onderdrukking, racisme en exploitatie", schrijven de onderzoekers.

'Mentale afstand'

In Den Haag was naar nu duidelijk wordt veel meer bekend over de geweldplegingen dan opeenvolgende regeringen wilden toegeven, blijkt uit het onderzoek. Zo kreeg premier Drees er al in 1949 een rapport over in handen, maar dat werd niet breed gedeeld. Bij de officiële publicatie van het onderzoek verschijnt het document voor het eerst in druk.

"Politici in Nederland, gesteund door hun aanhang, gaven weinig aandacht aan het extreme geweld en namen er in feite ook geen verantwoordelijkheid voor", concludeert het rapport. "Ze konden zich die houding veroorloven omdat er een breed maatschappelijk draagvlak was voor de oorlogvoering."

"Bovendien werden zij in de samenleving, waaronder de media, nauwelijks kritisch gevolgd. De geografische, maar vooral de mentale afstand speelde hierbij een belangrijke rol."

'Over de grens'

Uit een analyse van krijgsraadvonnissen blijkt dan ook dat zogenoemd 'functioneel geweld' als het doden van krijgsgevangen, martelen tijdens verhoor of platbranden van kampongs haast nooit bestraft werd. Zelfs bij verkrachtingen of moorden "toonden de Nederlandse rechters uitermate veel begrip voor de militairen en hun positie en was er vooral oog voor militaire belangen".

Precieze cijfers van slachtoffers blijven onduidelijk, omdat de administratie bewust slecht werd bijgehouden. Wel staat in het rapport dat de geschatte slachtoffercijfers voor zich spreken: onder de inheemse bevolking vielen zo'n 100.000 doden, terwijl er circa 5000 Nederlandse militairen sneuvelden.

Hoewel de onderzoekers vinden dat een juridisch en politiek oordeel over het geweld niet aan hun is, zeggen ze dat het excessieve geweld ook onder de destijds geldende normen over de grens was.

De volledige uitkomsten van het onderzoek worden morgen gepubliceerd. Bij expertisecentrum NIOD geeft de leiding van het onderzoeksteam dan een toelichting op de bevindingen.

Nieuwsuur spreekt een in 1931 in Surabaya geboren oud-piloot met een Nederlands-Duitse vader en een Molukse moeder. En een Nederlandse veteraan die vrijwillig als marinier naar Indonesië ging om de Indonesiërs juist te helpen. "We deden ook goede dingen."

'De waarheid over Indonesië verschuift, net als met slavernij'

STER reclame