Een Nederlandse patrouille trekt langs een sawah in 1949 in toenmalig Nederlands-Indië
NOS NieuwsAangepast

Vijf vragen over onderzoek naar dekolonisatie Indonesië beantwoord

Na jaren onderzoek is vandaag het rapport Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950 verschenen. Dit onderzoek, uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, kijkt onder meer naar het Nederlandse geweld bij de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Een aantal vragen over de studie beantwoord.

Wat is er onderzocht?

Het onderzoekt kijkt naar de gebeurtenissen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië en de rollen die de verschillende partijen daarin speelden.

Voor de Tweede Wereldoorlog heeft Nederland het voor het zeggen in Indonesië. Daar komt een einde aan als Japan het land in 1942 verovert. Als Japan in augustus 1945 door de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki capituleert, roepen Indonesiërs op 17 augustus de Republiek Indonesië uit. Dat is het startpunt van dit onderzoek.

Nederland wil in de jaren daarna "de orde handhaven", lees: onafhankelijkheid voorkomen, en stuurt duizenden militairen naar Indonesië. Die komen in actie in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, die vroeger vaak eufemistisch werd aangeduid met de term "politionele acties". Die had als lading dat het om een binnenlandse aangelegenheid ging en niet om een oorlog tussen twee landen.

Het onderzoek kijkt naar het geweld dat is gebruikt door Nederlandse militairen en Indonesische guerrillastrijders in die oorlog, die tot de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 heeft geduurd. Daarnaast is gekeken in hoeverre de Nederlandse overheid op de hoogte was van alle gebeurtenissen.

Wat is eerder al onderzocht?

In de oorlog die Nederland in Indonesië heeft gevoerd zijn tussen 1945 en 1950 zo'n 100.000 Indonesiërs om het leven gekomen. Berichten over buitensporig geweld stammen al uit de eerste jaren. In 1949 werd er voor het eerst onderzoek naar gedaan, maar de uitkomsten bleven geheim.

Tot in 1969 veteraan Joop Hueting op televisie voor het eerst voor een breed publiek vertelde over oorlogsmisdaden die het Nederlandse leger had begaan en waarvan hij ook zelf getuige was geweest, zoals martelingen, verkrachtingen, het neerschieten van gevangenen en het vernietigen van kampongs. Zijn verhaal werd hem door veteranen zeer kwalijk genomen.

"Ik heb meegedaan aan oorlogsmisdaden en ik heb ze ze zien verrichten", zei Hueting in het veelbesproken interview:

Daarop liet de regering een nieuw onderzoek doen, waarvan de resultaten werden vastgelegd in de zogenoemde Excessennota. Daarin spreekt het kabinet van tientallen excessen, geweldsincidenten die uitzonderingen waren in plaats van oorlogsmisdaden. Het Nederlandse leger heeft zich over de hele linie correct gedragen, was het officiële standpunt, dat nog steeds geldt.

Waarom komt er nu een vervolg?

Sinds begin deze eeuw is er hernieuwde aandacht voor de rol van het Nederlandse leger in Indonesië. Zo won het Comité Nederlandse Ereschulden een rechtszaak tegen de Nederlandse staat. Daarbij kregen nabestaanden van het bloedbad in Rawagede (1947) een schadevergoeding en maakte Nederland excuses voor die gebeurtenis.

Daarnaast liet het boek De brandende kampongs van generaal Spoor van onderzoeker Remy Limpach in 2016 zien dat het Nederlandse leger structureel buitensporig geweld had gebruikt. Zijn boek leidde ertoe dat de Nederlandse regering 4,1 miljoen euro beschikbaar stelde om de rol van Nederland in de oorlog in Indonesië te laten onderzoeken.

Dat is dus sinds 2017 gedaan door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

Wat kan er met dit onderzoek worden gedaan?

Al voor de presentatie van de resultaten maakte het onderzoek veel los bij betrokkenen. Bij veteranen en hun nabestaanden zijn er zorgen over hoe hun rol ruim zeventig jaar na dato zal worden afgeschilderd.

Nieuwsuur spreekt een in 1931 in Surabaya geboren oud-piloot met een Nederlands-Duitse vader en een Molukse moeder. En een Nederlandse veteraan die vrijwillig als marinier naar Indonesië ging om de Indonesiërs juist te helpen. "We deden ook goede dingen."

'De waarheid over Indonesië verschuift, net als met slavernij'

Jeffry Pondaag van het Comité Nederlandse Ereschulden is juist bang dat er niks boven water komt omdat "Nederland anders de portemonnee moet trekken".

In 2020 bood koning Willem-Alexander tijdens een staatsbezoek aan Indonesië excuses aan voor de geweldsontsporingen. Of de Nederlandse regering na morgen aan het standpunt van 'excessen' kan vasthouden moet na de presentatie van het rapport blijken.

Wanneer wordt het gepresenteerd?

Morgen geven rond 12.00 uur de onderzoekers een persconferentie. Die is live te zien bij de NOS op NOS.nl en via de NOS-app.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl