Straatbeeld van Tripoli, een havenstad in Noord-Libanon NOS

Door armoede en gebrek aan perspectief zien veel mensen in de buitenwijken van Tripoli nog maar één uitweg. Vanuit de noordelijke Libanese havenstad vertrekken regelmatig bootjes richting Europa. Cyprus is maar een paar uur varen.

Smokkelaars vragen veel geld voor die reis en dat is niet voor iedereen weggelegd. Sommige jongens uit Tripoli kiezen nu voor een andere optie om de ellende te ontvluchten: ze sluiten zich aan bij IS in Syrië en Irak. Het IS-salaris van zo'n 1000 euro per maand lonkt. De afgelopen drie maanden zijn ze in groepjes stilletjes vertrokken.

"Tot nu toe gaat het om meer dan honderd jongens. De afgelopen drie maanden werden veel ouders in Tripoli wakker en ontdekten dat hun zoon verdwenen was", vertelt Mohammad Sablouh, een advocaat in Tripoli. Hij verdiept zich sinds 2007 in terrorismezaken en houdt nu nauw contact met familieleden van jongens die zijn afgereisd. "Op een ochtend waren er dertig tegelijk verdwenen."

Nutteloos

Sablouh vertelt dat veel jongens radicaliseerden in Libanese gevangenissen. Na hun vrijlating werden ze met de nek aangekeken en konden ze niet meer integreren in de samenleving. "Ze kwamen er slechter uit dan ze er in gingen. Meestal zaten ze jarenlang vast met radicale kopstukken. Eenmaal thuis, konden ze het normale leven niet meer hervatten. De autoriteiten zorgden ervoor dat hun leven een hel werd. Deze jongens voelen zich nutteloos in de samenleving en werden bij het minste of geringste weer opgepakt."

Dat is precies wat er gebeurde met de zoon van Oum Tarek. Haar zoon zat vijf jaar in de gevangenis, zijn vader overleed in die periode en eenmaal thuis was de uitzichtloosheid zijn grootste uitdaging. Een baan kon hij niet vinden. "Hij zou gaan trouwen, ik probeerde van alles voor hem te regelen. Maar twee weken geleden werd ik wakker en was hij verdwenen."

Ze geeft niet haar opvoeding maar de autoriteiten de schuld van het feit dat haar zoon nu bij IS zit: "De Libanese regering is hier de schuldige. Ze behandelen onze jongens onrechtvaardig. Ze hebben geen leven, ze houden ons opzettelijk arm", zegt ze en ze kijkt door haar raam vol kogelgaten uit over haar buitenwijk van Tripoli. Kinderen hangen op straat, er is al maanden geen school, water en elektriciteit is er maar sporadisch.

Bekijk ook deze reportage van onze correspondent Daisy Mohr

Libanese jongeren trekken naar IS-gebied: 'Overal is beter dan hier'

In een wijk iets verderop zijn onlangs ook 55 jongens vertrokken, vertelt een buurtbewoner. "Jongens van 18, 20 jaar. IS betaalt de reis. Ze hebben hun mensen in arme wijken zoals deze, die helpen met de organisatie van de trip."

Hij ziet dat de extreme armoede gekke dingen doet met de mensen om hem heen. "Mensen zijn tot alles in staat; we zien ze radicaliseren, onder onze ogen. Ze zijn afstandelijk, ze veranderen. Het is eng om te zien. Ik maak me zorgen om mijn zoon, mijn jongere broer. Ik wil niet dat ze in hun handen vallen. De regering, ngo's, niemand grijpt in. Als we een normale regering hadden gehad, had dit niet kunnen gebeuren."

Groeiende dreiging

De Libanese autoriteiten houden zich stil. Ouders willen graag weten hoe deze jongens zomaar de grens over konden komen en waarom ze niet werden opgepakt. "Er is een soort tolerantie als het gaat om IS-propaganda hier", merkt Mohanad Hage Ali, verbonden aan Carnegie in Beiroet, op. "En hoe konden deze jongens door regeringsgebied in Syrië reizen om hun bestemming te bereiken?"

Hoewel het kalifaat al sinds 2019 niet meer bestaat, is het gedachtengoed nooit verdwenen. Vast staat dat IS weer een groeiende bedreiging vormt. De zeer gewelddadige bevrijdingsactie in een gevangenis vol IS-leden in Hasaka in Noordoost-Syrië illustreert waartoe de terreurgroepering nu weer in staat is.

In de Syrische woestijn rond Palmyra en in Irak zijn zeer regelmatig IS-aanslagen op militairen en controleposten. De chaotische omstandigheden in delen van Syrië en Irak zijn perfect voor IS dat zich wil hergroeperen. Hage Ali: "de regionale heropleving is een feit".

STER reclame