ANP

De kabinetsplannen leiden tot een verslechtering van de overheidsfinanciën en vergroten de financiële lasten voor toekomstige generaties fors. Dat blijkt uit de doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau (CPB).

Het is een inschatting van de effecten, zegt het CPB erbij, omdat veel maatregelen nog niet zijn uitgewerkt. Daardoor kunnen de effecten uiteindelijk toch anders uitvallen.

In de CPB-verwachting neemt de staatsschuld toe tot 56 procent van het bbp in 2025. Zonder de plannen uit het coalitieakkoord was de verwachting dat de schuld in dat jaar op 54 procent van het bbp zou uitkomen. De economie groeit wel wat harder door de kabinetsplannen: met gemiddeld een half procentpunt per jaar.

Incidenteel of structureel?

Er komt in de doorberekening een verschil van inzicht naar voren tussen het CPB en het nieuwe kabinet, dat gevolgen heeft voor de staatsschuld op de lange termijn. In het coalitieakkoord zijn verschillende uitgaven aangemerkt als incidenteel. Het gaat onder meer om fondsen voor volkshuisvesting en klimaat. Het idee is dat daar een bepaalde tijd geld voor wordt uitgetrokken, en daarna niet meer. Deze incidentele uitgaven drukken dan ook minder zwaar op de staatsschuld.

Het CPB gaat daar niet in mee. Het planbureau zegt dat een aantal maatregelen structureel van aard zijn. Bij klimaat bijvoorbeeld is geld uitgetrokken tot 2030, maar de klimaatdoelstellingen lopen door in de decennia daarna.

"Uit het verleden weten we dat beleid dat incidenteel wordt ingezet maar naar de aard structureel is, in de praktijk vaak niet meer wordt afgeschaft", schrijft het CPB. Als deze bedragen inderdaad niet incidenteel blijken te zijn, dan kan de staatsschuld op de zeer lange termijn enorm oplopen tot 92 procent van het bbp in 2060, berekende het CPB.

Dat betekent dus dat de lasten vooral terechtkomen bij toekomstige generaties. Daartegenover staat wel dat de positieve effecten van de uitgaven aan onderwijs, klimaat en milieu ook terechtkomen bij die generaties, schrijft het CPB. Hoe groot die baten precies zijn is onduidelijk. Het CPB neemt de langetermijneffecten van investeringen in bijvoorbeeld onderwijs niet mee in de modellen, omdat dat effect volgens het planbureau te moeilijk te meten is.

Het nieuwe kabinet maakte vorige maand bekend tientallen miljarden uit te trekken voor onder meer klimaat, stikstof, defensie en lerarensalarissen. De kinderopvang wordt nagenoeg gratis voor werkenden en er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd.

Het CPB houdt er rekening mee dat niet alle gepresenteerde plannen in deze kabinetsperiode uitgevoerd kunnen worden, omdat er niet genoeg mensen zijn. De arbeidsmarkt is historisch krap, er zijn meer vacatures dan werklozen.

De werkloosheid daalt verder, verwacht het CPB, omdat de werkgelegenheid in het onderwijs en bij de overheid toeneemt. De werkloosheid komt volgens de doorrekening in 2025 0,8 procentpunt lager uit dan voor deze plannen. In 2025 zullen er door de kabinetsplannen 100.000 extra banen zijn bij de overheid, en 18.000 extra in de zorg.

Het kabinet trekt 3 miljard euro uit voor lagere en middeninkomens. Dat zorgt ervoor dat de koopkracht volgens het CPB voor veel huishoudens ongeveer gelijk blijft, en voor lagere inkomens wat meer toeneemt dan voor hogere inkomens. Zonder het nieuwe beleid zou de koopkracht juist afnemen, onder meer vanwege de inflatie.

Voor de groep gepensioneerden blijft de koopkracht ondanks de aangekondigde plannen negatief. Zij gaan er zo'n 0,4 procent op achteruit, omdat wordt verwacht dat de pensioenen beperkt aan de inflatiecijfers worden aangepast, schrijft het CPB.

De plannen om de groeiende zorguitgaven in de toekomst te beperken, die door de oppositie 'bezuinigingen' werden genoemd, zijn in deze doorrekening niet volledig ingeboekt. Volgens het CPB zijn die plannen nog niet genoeg uitgewerkt.

STER reclame