Vrijwilligers aan het opruimen nadat de MSC Zoe ruim 340 containers verloor ANP

Rijkswaterstaat wil de hulp van vrijwilligers bij rampen en andere grote incidenten landelijk beter regelen. In het Waddengebied wordt nu onderzocht hoe zo'n vrijwilligersregeling eruit kan zien.

Het was lang niet vanzelfsprekend dat Rijkswaterstaat met vrijwilligers in zee ging, zegt Willem Riesenkamp van Rijkswaterstaat Noord-Nederland tegen Omrop Fryslân. "We hebben als Rijkswaterstaat in het verleden vrijwilligers vaak een beetje afgehouden, omdat we dachten dat het problemen zou geven bij de operatie als er vrijwilligers doorheen rennen. Zo zijn we eigenlijk ook opgevoed in de crisisbeheersing", legt hij uit.

"Wat we de laatste jaren hebben gezien is dat vrijwilligers gewoon een meerwaarde hebben om een probleem op te lossen als er echt grote klappers zijn."

Zo kwamen vrijwilligers onder andere afgelopen zomer in Limburg na de overstromingen en in 2019 tijdens de containerramp met MSC Zoe op eigen gelegenheid in actie om bijvoorbeeld afval op te ruimen. Dat werk en dat van Rijkswaterstaat moet beter op elkaar aansluiten, vindt Riesenkamp. "Het zou fijn zijn als wij die vrijwilligers nog wat meer kunnen helpen. Als ze meer informatie krijgen, weten hoe ze spullen moeten wegbrengen. Dat we de keten tussen onze organisatie en de vrijwilligers beter laten aansluiten dan tot nu toe het geval was."

Wadloopgidsen

Volgens Riesenkamp moeten er ook afspraken komen met organisaties die vrijwilligers vertegenwoordigen of kunnen regelen. Vrijwilligers zouden dan bijvoorbeeld een opleiding kunnen krijgen om te leren hoe men omgaat met olieslachtoffers. Riesenkamp wil onder andere in gesprek met de wadloopgidsen. "Die kennen de gevaren van het gebied en ze kennen de ecologie ook; ze weten waar je wel of niet moet wegblijven."

Na de ramp met de MSC Zoe is in het noorden ook bestuurlijk afgesproken dat er echt iets geregeld moest worden over de inzet van vrijwilligers. Dat is ook de reden dat Rijkwaterstaat de Wadden nu als proeftuin gebruikt voor een landelijke vrijwilligersregeling. "We beginnen in Noord-Nederland en we willen ook verder langs de kust dit soort initiatieven gaan ontplooien", zegt Riesenkamp. "Het eindplaatje zou zijn dat we eigenlijk voor het hele land een goede regeling hebben voor vrijwilligers."

Vorig jaar sprak Rijkswaterstaat al met vrijwilligersorganisaties zoals het Wadloopcentrum Pieterburen over nauwere en snellere samenwerking bij rampen, zoals met de MSC Zoe. Na die gesprekken bleef het stil.

Riesenkamp lacht een een beetje als hem wordt gevraagd wat de rol van zijn eigen organisatie daarbij is geweest. "Toen ik hiermee begon, dacht ik dat het een project was. Het bleek eigenlijk meer een proces te zijn van draagvlak en neuzen dezelfde kant op krijgen. Want er werd nog wel verschillend over gedacht binnen Rijkswaterstaat."

'Zo snel mogelijk contact zoeken'

En dan is Rijkswaterstaat toch een vrij grote organisatie, voordat alles geregeld is, zegt Riesenkamp. "Dat was een onderschatting van de werkelijkheid, moet ik eerlijk zeggen." Nu is er volgens Riesenkamp wel overeenstemming over, inclusief met het ministerie.

Waddengids Henk Postma vertegenwoordigt zo'n 50 collega's en is blij met wat Rijkswaterstaat nu wil doen. Al heeft het wel lang geduurd. "Maar dat was ook wel wat te verwachten, want je hebt te maken met een hele grote organisatie. Maar ik ben blij dat er nu eindelijk wat van komt."

Postma heeft nog wel een advies: "Ze moeten zo snel als mogelijk contact zoeken." Hij wijst erop dat er al heel veel plannen liggen en wat hem betreft begint het trainingsprogramma zo snel mogelijk.

STER reclame