De resten van de man in Herculaneum die niet wist te ontkomen aan de pyroklastische stroom EPA

Het geweld waarmee de Romeinse kuststad Herculaneum werd weggevaagd bij de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus is vergelijkbaar met wat de atoombom aanrichtte die in 1945 op Hiroshima werd gegooid. Dat zei de Italiaanse archeoloog Domenico Camardo bij de presentatie van de overblijfselen van een slachtoffer van de vulkaanuitbarsting.

De stoffelijke resten werden in oktober gevonden. Het waren de eerste opgravingen in Herculaneum in bijna drie decennia. Volgens Camardo vertonen de overblijfselen van inwoners van Herculaneum overeenkomsten met hoe slachtoffers in de Japanse stad werden aangetroffen.

De pyroclastische stroom die met honderden kilometers per uur van de vulkaan rolde na de uitbarsting - bestaande uit gas, lava en as - had in Herculaneum volgens wetenschappers een temperatuur van zo'n 400 tot 500 graden Celsius. Bij dat soort temperaturen koken hersenen en bloed onmiddellijk. "Het geeft echt een idee van de horror en tragedie die zich hier hebben afgespeeld", zei Camardo tegen de Britse krant The Guardian.

Hij noemde de vondst van de resten van een man van ongeveer 40 jaar als voorbeeld van de abruptheid waarmee levens werden beëindigd. Hij werd aangetroffen op een paar meter van de zee. Mogelijk was hij op de vlucht. Hij droeg een leren tasje bij zich met daarin kostbare bezittingen. Zijn kleding was weggeschroeid. Zijn botten waren flink beschadigd, veroorzaakt door het vulkanische geweld.

Anders dan Pompeï

Het is in Herculaneum lastiger graven dan bijvoorbeeld in het nabijgelegen Pompeï, dat bij dezelfde uitbarsting werd vernietigd. Zo is er een nieuwe plaats bovenop Herculaneum gebouwd; de Romeinse stad werd in de achttiende eeuw per toeval ontdekt bij het slaan van een put. Verder ligt de stad begraven onder een bijna twintig meter dikke, versteende laag modder.

Volgens archeoloog Camardo is er nog genoeg te vinden. Hij legt uit dat Herculaneum op een andere manier werd getroffen door de uitbarsting dan Pompeï. "Pompeï werd vernietigd door een drie meter dikke laag van as en vulkaanstenen. Herculaneum werd eerst geraakt door de pyroclastische stroom, die een einde aan al het leven maakte. Vervolgens kwamen er zeker zes vulkanische moddergolven als vloedgolven over de stad heen."

Door die dikke modderlaag kwam nagenoeg geen zuurstof, waardoor ook onder meer organisch materiaal bewaard is gebleven. "We vinden in Herculaneum bijvoorbeeld voedsel. Dat hebben we nog nooit in Pompeï gevonden", zegt Camardo.

STER reclame