NOS

Niet de groei van het aantal besmettingen of ziekenhuisopnames maar de uitkomsten van een enquête over naleving van de basisregels en reisbewegingen bepalen of het Outbreak Management Team komende woensdag strengere coronamaatregelen gaat adviseren.

Dat zeggen OMT-voorzitter Jaap van Dissel, directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding en hoofdmodelleur Jacco Wallinga, beiden van het RIVM, in een interview met de NOS.

Vanaf vandaag zijn de coronapas en het mondneusmasker op meer plekken verplicht. Hoe bepalen jullie of die maatregelen, samen met de basisregels zoals testen bij klachten, voldoende zijn?

Van Dissel: "Je zou moeten zien dat men zich beter houdt aan de basisregels die het aantal contacten moeten verminderen. We gaan dat komende week laten meten door de RIVM-gedragsunit via een enquête en aan de hand van gegevens over de mobiliteit. Daar zouden we dan betere opvolging van de regels moeten zien."

"Om een voorbeeld te noemen: als eerder 40 procent van de bevolking aangaf dat ze zich bij een positieve test toch buiten het huis begeven en niet in isolatie gaan, en dat is volgende week woensdag 0 procent, dan volgt iedereen de regels. Dan zie je dus een verandering ten goede. Dat is van voorspellende aard."

Waar gaan jullie dan precies op letten?

Van Dissel: "We gaan dat woensdag beoordelen, we hebben daar ideeën over, maar we gaan ons niet nu al op specifieke waarden vastleggen. De conclusie komt volgende week. We willen niet pas over drie weken vaststellen dat iets onvoldoende was. Daarom is het goed dat er nu sneller een reflectie op de maatregelen komt."

"Een gedragsverandering zal overigens voorlopig nog niet leiden tot minder besmettingen of minder ziekenhuisopnames, dat kost zo'n twee weken."

Dus als de uitkomsten van de enquête niet goed genoeg zijn, dan volgt het advies aan het kabinet om vrijdag 12 november strengere maatregelen te nemen?

Van Dissel: "We geven in de laatste OMT-brief aan het kabinet al een vooruitblik (onder andere de herinvoering van de verplichte 1,5 meter, red), maar de politiek moet de conclusies trekken. Wij kunnen alleen zeggen of we onder of boven de gehoopte naleving van de basismaatregelen komen."

En een lockdown, kan dat dan nodig zijn?

Van Dissel: "We denken en hopen dat het niet hoeft."

Heeft u er vertrouwen in dat we ons de komende dagen voldoende aan die basisregels gaan houden?

Van Dissel: "Ik denk dat de ernst toch bij iedereen wel helder is. Je hoopt dat mensen het oppikken en niet denken: het is nog niet verplicht dus ik doe het niet."

Drie weken geleden voorspelde het RIVM dat de piek qua ziekenhuisopnames half januari zou komen, nu verwacht u die piek al half december. Hoe kan de voorspelling zo snel veranderen?

Jacco Wallinga: "Deze prognose is gebaseerd op de IC-opnames, en een paar weken geleden zagen we nog een daling van het aantal IC-opnames. Op basis daarvan weet je niet precies wanneer de golf komt, en dus ontstaat er een piek in januari omdat dan het grootste seizoenseffect verwacht wordt. Maar sinds begin oktober zijn de IC-opnames gaan stijgen en is de groeisnelheid duidelijk. Met deze informatie is een preciezere prognose gemaakt."

Komt de piek nu dan wel echt half december?

Wallinga: "We zijn heel erg onzeker over wat er de komende tijd precies gaat gebeuren. Je ziet dat er een waarschijnlijk scenario is waarbij we nu al bijna op een piek zitten. Maar er is ook een mogelijk scenario waar er nog een grote piek aankomt. Het is aan ons om vroeg te ontdekken dat we in dat slechtste scenario zitten. We zullen dan weer strenge maatregelen moeten nemen."

Hadden we eigenlijk eerder moeten ingrijpen toen de besmettingen begin oktober opliepen?

Van Dissel: "Er is een indeling in fases gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid (waakzaam, zorgelijk, ernstig, red) met acties om de contacten en daarmee de besmettingen te beperken. Er zit een grijs gebied tussen de fases waarbij je achteraf kan zeggen dat je iets eerder had kunnen doen. Maar tegelijkertijd moet meespelen of er wel urgentie wordt gevoeld om opvolging te geven aan de maatregelen."

Maar die urgentie had u dan toch eerder kunnen uitstralen?

Van Dissel: "Ja, maar de praktijk heeft geleerd dat zeggen dat iets urgent is niet hetzelfde is als het voelen en om je heen zien. Dat geldt ook internationaal: in Denemarken, dat een andere aanpak heeft, zie je nu ook een piek ontstaan. Net als in Ierland, Duitsland en veel andere landen."

Zelfs met de hoge vaccinatiegraad zitten we nu weer met hoge besmettingscijfers en een overbelaste zorg. Denkt u eigenlijk dat we ooit van corona afkomen?

Van Dissel: "De komende jaren verwacht ik dat niet. Er zijn nog zoveel gebieden waar geen vaccins zijn en ik verwacht dat het nog jaren gaat duren voordat zij vaccins hebben, áls die er al komen. In de tussentijd zal het virus zich daar kunnen verspreiden."

"Nederland is toch een soort hub in Europa, met onze havens en luchthavens. Daar komen een heleboel personen bij elkaar en kan je je eigenlijk niet voorstellen dat er bij ons geen nieuwe introducties van het virus en nieuwe varianten gaan komen."

Hoe zien de komende coronagolven eruit, denkt u?

Van Dissel: "De WRR en KNAW hebben hier een rapport over uitgebracht. Ze schetsen verschillende scenario's voor de lange termijn. Ik denk het scenario van een 'griep+' met introducties van nieuwe varianten door globalisering het meest aannemelijk is. Hoe erg het wordt zal te maken hebben met welke varianten we krijgen."

Zal dat dan betekenen dat er ieder jaar weer maatregelen komen?

Van Dissel: "Je zou je kunnen voorstellen dat je kwetsbare groepen bij herhaling moet inenten. Het hangt er verder vanaf hoe mensen reageren op nieuwe varianten van het virus, als ze al immuniteit hebben.

"Uiteindelijk gaat het er ook om wat we willen met z'n allen. Als jouw doel is om de zorg niet te overbelasten, dan moet je kijken wat wij daar in ons gedrag voor over hebben en of je wat flexibiliteit in kan bouwen zodat de zorg pieken in de belasting beter aan kan. Dat zijn alleen geen OMT-vragen meer, maar algemene zaken die wel heel logisch klinken."

STER reclame