David Rozing

Op middelbare scholen zijn door de coronapandemie forse achterstanden ontstaan, met name bij leerlingen op het vmbo. Ook bij de basisscholen zijn er achterstanden, maar die zijn kleiner, blijkt uit een rapportage van het ministerie van Onderwijs. Behalve achterstanden bij het leren zijn er ook zorgen over het welbevinden van kinderen op scholen.

Het is voor het eerst dat zo uitgebreid is gekeken naar wat de coronamaatregelen hebben betekend voor de schoolprestaties. De rapportage van het ministerie is ook bedoeld om te kijken of het extra geld dat het kabinet beschikbaar heeft gesteld, goed wordt besteed. Het is nu nog te vroeg om daar conclusies over te trekken, maar in vervolgrapporten komt dat wel aan de orde.

Op de middelbare scholen zijn de achterstanden het grootst bij Nederlandse leesvaardigheid. Gemiddeld voor alle leerlingen in het voortgezet onderwijs is de achterstand daarbij 27 weken, maar op het vmbo is dat, ook weer gemiddeld, een heel schooljaar.

Ook bij rekenen is de achterstand in het voortgezet onderwijs fors, gemiddeld 14 weken. Goed nieuws is er ook: leerlingen kennen veel meer Engelse woorden. Leraren denken dat dat komt omdat kinderen vaker naar Engelstalige series keken.

In het basisonderwijs lopen leerlingen vooral achter met rekenen, gemiddeld 10 weken. Bij Nederlandse leesvaardigheid is de achterstand 7 weken. Per leerjaar zijn er verschillen. Bij lezen en rekenen is er in de hoogste klassen de meeste vertraging, in de onderbouw vooral bij spelling.

Eerder dit jaar concludeerde het Cito ook dat er op basisscholen achterstanden waren ontstaan, maar ook dat die al voor een deel waren ingelopen.

Daarnaast maken schoolleiders van de scholen in basis- en middelbaar onderwijs zich zorgen over het welbevinden van leerlingen. Ook zijn er zorgen over de ontwikkeling van de vaardigheden die nodig zijn om te leren, zoals motivatie, plannen, samenwerken en aandacht vasthouden. In het (voortgezet) speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs zijn de zorgen het grootst.

Kwetsbare situaties

Het ministerie constateert dat sommige kwetsbare groepen leerlingen extra aandacht nodig hebben. Voor de basisscholen geldt: hoe lager de ouders zijn opgeleid, hoe groter de leervertragingen. Zo is bij rekenen en wiskunde de vertraging bij kinderen met laagopgeleide ouders twee keer zo groot als bij leerlingen met hoogopgeleide ouders.

Ook kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond, uit een eenoudergezin of een gezin met meer dan drie kinderen hebben meer achterstand opgelopen.

Om de corona-achterstanden in te lopen heeft het ministerie van Onderwijs extra geld beschikbaar gesteld. Voor dit schooljaar en het volgende gaat het in totaal om 5,7 miljard euro, voor alle schooltypen.

Op de meeste plekken wordt het geld gebruikt voor extra personeel, zodat er in kleine groepjes instructie kan worden gegeven. Veel scholen kiezen voor extra onderwijsassistenten of instructeurs om de leerkrachten te ondersteunen.

'Heel spannend'

Minister Slob zegt er vertrouwen in te hebben dat de achterstanden in relatief korte tijd kunnen worden weggewerkt. "Dat is op scholen ook al goed opgepakt." Hij noemt het wel "heel spannend" of bij de volgende rapportage, in het voorjaar van volgend jaar, de vertragingen zijn teruggebracht.

De PO-raad, de vertegenwoordiger van de basisscholen, zegt wel tegen knelpunten aan te lopen. Zo is het lastig om aan personeel te komen. Verder wijst de organisatie erop dat er alleen geld is voor dit jaar en volgend schooljaar. "De hele sector wil een aanpak voor de lange termijn om het personeelstekort tegen te gaan en de onderwijskwaliteit te verbeteren", zegt voorzitter Weima.

De VO-raad, de koepel van de middelbare scholen, noemt dezelfde punten en vraagt daarnaast aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. "Dat is moeilijker meetbaar en dreigt daarom onder te sneeuwen in de metingen."

STER reclame