De hoge beurskoersen blijven de buffers van pensioenfondsen spekken, dus stegen in het derde kwartaal opnieuw de dekkingsgraden van de vier grootste fondsen. Bij alle vier ligt de graadmeter voor de financiële gezondheid van een fonds nu al maanden boven de 100 procent.

Maar daar profiteren gepensioneerden nog nauwelijks van. "De kans op een pensioenverlaging in 2022 is gelukkig klein", zegt Joanne Kellermann, bestuursvoorzitter van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) "Tegelijkertijd is een pensioenverhoging helaas nog niet in zicht."

Ook de andere drie grote fondsen voorzien nog geen pensioenverhogingen voor komend jaar. "We begrijpen de roep om verhoging. Maar de realiteit is dat de huidige regels, die voor alle fondsen gelden, daarvoor geen ruimte bieden", zegt Corien Wortmann-Kool, bestuursvoorzitter van ambtenarenpensioenfonds ABP.

Volgens de regels mogen pensioenfondsen hun uitkeringen pas verhogen als de dekkingsgraad een jaar lang gemiddeld boven de 110 procent ligt. De dekkingsgraad ligt nu nog bij alle grote fondsen onder de 110 procent.

Bij bpfBOUW, met 776.000 deelnemers het vijfde fonds van Nederland, lag de dekkingsgraad de afgelopen 12 maanden gemiddeld wel ruim boven de 110 procent-grens. Gepensioneerde bouwvakkers mogen dus voorzichtig hopen op een verhoging komend jaar. "Hopelijk kunnen we deze groei doorzetten in de laatste maanden van dit jaar. We zien nog wel veel onzekerheden op de financiële markten", reageert bestuursvoorzitter Eline Lundgren.

Er zijn plannen om de regels te versoepelen, zodat fondsen eerder de pensioenen kunnen verhogen. Vanaf 2023 mogen ze al meer uitkeren bij een dekkingsgraad van 105 procent.

Voorzichtigheid onnodig

Maar er gaan ook stemmen op om nog soepeler om te gaan met pensioenverhogingen. Sinds 2008 is het vermogen van alle fondsen samen bijna verdriedubbeld van 592 miljard euro naar 1692 miljard euro in 2020, schreef emeritus hoogleraar toegepaste economie en lid van het verantwoordingsorgaan van pensioenfonds ABP Bernard van Praag eerder dit jaar.

Als de pensioenen sinds 2008 mee waren gestegen met de inflatie hadden de fondsen bijvoorbeeld vorig jaar samen 4 miljard euro ingeteerd op hun buffers, volgens Van Praag. "Dat is nog geen 0,25 procent van het totale vermogen."

Een bedrag dat de pensioenfondsen met hun rendementen zonder bezwaar hadden kunnen betalen, aldus Van Praag. De voorzichtigheid van de politiek sinds 2008 is volgens hem dan ook "volstrekt onnodig geweest."

Nieuwe stelsel

"De berekening van Van Praag lijkt me iets aan de lage kant", zegt Corine Reedijk, pensioenconsultant bij Aon. "Maar de algehele gedachte is niet vreemd. Die is in zekere zin in lijn met het nieuwe pensioenstelsel, dat uiterlijk in 2027 moet in gaan. Daarin is het idee dat rendementen die gemaakt worden, ook meer worden uitgekeerd. Maar tot die tijd zitten we nog vast aan de regels die we nu hebben."

Ook hoogleraar Marike Knoef ziet dat Van Praags pleidooi op de gedachte achter het nieuwe stelsel lijkt. "Daarin kun je sneller indexeren, maar moet je ook sneller korten", zegt de Leidse hoogleraar economie en directeur van pensioendenktank Netspar.

"Maar je moet er wel eerlijk bij vertellen dat als we nu de pensioenvermogens gebruiken om pensioenen te verhogen dat ook betekent dat je deels geld dat voor jongere generaties is gereserveerd uitdeelt aan de huidige ouderen."

STER reclame