Ook de seksclubs en raamprostitutie moesten vorig jaar sluiten ANP

Het aantal meldingen van mensenhandel is het afgelopen jaar afgenomen, maar er is toch reden tot zorg, zegt het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel CoMensha in zijn jaarrapport.

Dat er minder meldingen zijn, komt onder meer omdat opsporingsdiensten als de politie, de marechaussee en Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in coronatijd minder controles hebben gehouden. De politie erkent dat.

"Dat was ook lastig", zei directeur-bestuurder Ina Hut in het NOS Radio 1 Journaal. Verder gingen seksclubs en de raamprostitutie dicht en kon er een tijd niet gevlogen worden, waardoor vrouwen uit niet-Europese landen, zoals Nigeria, niet naar Nederland gehaald konden worden.

Andere vormen

CoMensha richt zich behalve op seksuele uitbuiting ook op arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting, gedwongen bedelarij en gedwongen orgaanverwijdering. Volgens Hut komen al deze vormen in Nederland voor. Toch is daar weinig zicht op, zei Hut. Dat geldt met name voor orgaanverwijdering.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel schat dat er in Nederland jaarlijks 5000 tot 7500 mensen slachtoffer worden van mensenhandel. Bij CoMensha komen per jaar iets meer dan 1000 meldingen binnen. "Dus het is maar een topje van de ijsberg."

Hut vindt daarom dat opsporingsdiensten het opsporen van mensenhandel prioriteit moeten geven, ook al is dat lastiger geworden. "De slachtoffers worden nu niet gezien en niet uit de uitbuitingssituatie gehaald, en dat is heel kwalijk."

Cijfers

CoMensha registreerde in 2020 1013 nieuwe slachtoffers van mensenhandel. In 2019 waren dat er nog 1372.

Het merendeel van de slachtoffers was vrouw. De meeste slachtoffers (190) hadden de Poolse nationaliteit, gevolgd door de Nigeriaanse (185) en de Nederlandse (155).

STER reclame