Een door de politie in scene gezette arrestatie ANP

De kans dat jongeren met een migratieachtergrond verdacht worden van een misdrijf is twee tot drie keer zo groot als bij jongeren met een Nederlandse achtergrond. Dat blijkt uit onderzoek van sociologen van de Erasmus Universiteit in opdracht van het onderzoeksprogramma van de politie, Politie en Wetenschap.

"Er zijn heel veel jongeren die iets hebben misdaan, maar een deel daarvan komt in beeld bij de politie", zegt een van de onderzoekers, Willemijn Bezemer, in het NOS Radio 1 Journaal. "Wij hebben onderzocht wat de achtergronden zijn van de jongeren die wel of niet in beeld komen bij de politie. En daardoor is te zien welke type jongeren een grotere kans heeft om als verdachte te worden gekenmerkt."

Bezemer zegt dat de grootste verschillen tussen etnische groepen is te zien. "En daarbij de opstapeling tussen bepaalde kenmerken als woonplaats en opleidingsniveau." Een wit meisje in een kleine gemeente op het vwo met hoogopgeleide ouders heeft de minste kans om verdacht te worden van een misdrijf. Jongens van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst uit de stad met een vmbo-niveau zijn voor datzelfde misdrijf het vaakst verdacht.

De onderzoekers kwamen tot die conclusies door voor het eerst politiecijfers naast cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te leggen. Die hield in 2010 en 2015 bij wat 6000 jongeren zelf rapporteerden over hun eigen criminele gedrag. De jongeren moesten daarbij vragen invullen die sociaal wenselijke antwoorden eruit filterden. Op basis van die antwoorden konden onderzoekers bepalen welke jongeren bereid waren om naar waarheid iets over hun criminele gedrag te vertellen.

Geen hard bewijs voor etnisch profileren

De onderzoeksresultaten lijken op het eerste gezicht het eerste wetenschappelijke bewijs voor etnisch profileren door de politie. Bezemer zegt dat het toch wat complexer is dan etnisch profileren alleen. Op basis van de politiecijfers is een oververtegenwoordiging van bepaalde groepen te zien. Maar omdat die cijfers nooit naast andere cijfers en kenmerken zijn gelegd, is het een eenzijdig beeld.

"Etnisch profileren is mogelijk een deel van de verklaring, maar andere factoren kunnen ook een rol spelen", zegt ze. "Het zijn bijvoorbeeld regelmatig burgers die de politie inschakelen bij bepaalde situaties. Het is een probleem dat speelt in de hele maatschappij. Veel politiewerk is reactief. Ze worden gebeld en dan moeten agenten iets doen."

Arjen Leerkes, de tweede onderzoeker, zegt in de Volkskrant dat de resultaten gisteren met de politie zijn besproken. "Dat was een constructief gesprek. We hopen dat de politie dit onderzoek als een kans ziet om te leren, en dat ze het willen blijven monitoren." Leerkens stelt dat niet alleen de politie lessen kan trekken uit dit onderzoek. Dat geldt volgens hem ook voor burgers die aangifte doen.

STER reclame