AFP
NOS Nieuws

'Meer dan 300 politici wereldwijd investeerden in belastingparadijzen'

Honderden wereldleiders en politici maken gebruik van financiële constructies via belastingparadijzen, waarbij ze mogelijk belasting ontwijken. Dat blijkt uit gelekte documenten die in handen zijn van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Het gaat onder anderen om de koning van Jordanië, de presidentiële familie van Azerbeidzjan, de premier van Tsjechië, de presidenten van Oekraïne, Kenia en Ecuador en kringen rond de Pakistaanse premier. Ook demissionair minister van Financiën Hoekstra is genoemd.

Bij het consortium zijn tientallen internationale media betrokken, waaronder The Guardian, Le Monde en The Washington Post. De nu gelekte documenten, afkomstig van veertien brievenbusmaatschappijen, zijn de Pandora Papers gedoopt. In 2016 kwamen via het consortium de Panama Papers naar buiten en in 2017 de Paradise Papers. Volgens het ICIJ gaat dit om de grootste verzameling gelekte documenten tot nu toe.

De media die bij het consortium betrokken zijn, benadrukken dat het vaak niet illegaal is om geld via brievenbusfirma's of zogenoemde offshoreconstructies te laten lopen. "Maar deze zaken komen er vaak op neer dat winsten uit landen met een hoog belastingpercentage, waar ze verdiend worden, verplaatst worden naar bedrijven die slechts op papier bestaan in landen met een laag belastingpercentage", zegt het ICIJ. "Het gebruikmaken van offshoreconstructies door politici is in het bijzonder omstreden, omdat ze gebruikt kunnen worden om politiek impopulaire of zelfs onwettige activiteiten verborgen te houden voor het publiek."

Vastgoeddeals

Uit de documenten blijkt dat de Jordaanse koning Abdullah II voor 100 miljoen dollar vastgoed bezit in Londen, Washington en Malibu. De Tsjechische premier Andrej Babis heeft via een offshorebedrijf een chateau in Frankrijk gekocht voor 22 miljoen dollar. Volodymyr Zelensky, de president van Oekraïne, verkocht tijdens zijn verkiezingscampagne een belang van 25 procent in een offshorebedrijf aan een vriend die nu werkt als zijn topadviseur.

De familie van de Azerbeidjaanse president Ilham Aliyev bezit voor zo'n 400 miljoen pond aan vastgoed in het Verenigd Koninkrijk. Eén van de vastgoedobjecten werd voor 67 miljoen pond verkocht aan de Britse koninklijke familie.

Ook mensen die gelieerd zijn aan de Pakistaanse premier Imran Khan worden genoemd in de documenten. Khan voerde een aantal jaar geleden campagne tegen zijn voorganger Nawaz Sharif, omdat Sharifs kinderen belangen hadden bij offshorebedrijven. Khan verwelkomde de Panama Papers waarin Sharif werd genoemd en waardoor die uiteindelijk moest aftreden. Uit de Pandora Papers blijkt dat Pakistans huidige minister van Watervoorziening geprobeerd heeft geld te stallen bij een offshorebedrijf. Khans minister van Financiën bezit vier offshorebedrijven.

De Keniaanse president Uhuru Kenyatta sprak zich in 2018 ook uit tegen deze constructies: "De bezittingen van elke ambtenaar moeten publiek worden gemaakt zodat het volk er vragen over kan stellen en zich af kan vragen: wat is legitiem? Als je jezelf niet kunt verantwoorden, heb je vragen te beantwoorden. Ook ik." Nu blijken Kenyatta en familieleden bezittingen te hebben in verschillende brievenbusfirma's.

Minimumbelastingtarief

De constructies lopen vaak via landen en eilanden in Zuid- en Midden-Amerika. Nederland staat internationaal gezien echter ook bekend als belastingparadijs. Volgens ngo Tax Justice Network spelen alleen de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda een grotere rol als belastingparadijs.

Internationaal worden door overheden verschillende initiatieven genomen om belastingontwijking aan te pakken. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) sprak dit jaar af dat er wereldwijd een minimumbelastingtarief moet komen. Dat is met name bedoeld om multinationals te belasten.

Bedrijven moeten dan overal minstens 15 procent belasting betalen. Het zou 125 miljard dollar extra aan belastinginkomsten moeten opleveren. Ontwikkelingsorganisatie Oxfam noemde dat percentage alsnog te laag.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl