NOS Bart Kamphuis

Het Nederlandse klimaatbeleid moet op alle terreinen flink worden aangescherpt, om aan de nieuwe Europese klimaatdoelen te kunnen voldoen. Daarnaast is op onderdelen ook een koerswijziging van beleid nodig. Dat blijkt uit een analyse door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), op verzoek van de Tweede Kamer en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

"Het betekent in feite dat alle plannen die er al waren, sneller op de mensen af zullen komen. Het verduurzamen van woningen zal eerder moeten gebeuren dan werd gedacht en ook het omschakelen naar elektrische auto's zal misschien sneller dichterbij worden gebracht", zegt Michiel Hekkenberg van het Planbureau.

Het PBL zegt er wel meteen bij dat de voorstellen nog flink kunnen veranderen als de Raad van Ministers en het Europese Parlement ze bespreken.

In juli presenteerde Eurocommissaris Frans Timmermans de nieuwe Europese klimaatplannen, onder de naam 'Fit for 55'. Daarmee werd verwezen naar het percentage van 55 procent, waarmee Europa in 2030 de uitstoot van broeikasgassen wil laten verminderen. Het Planbureau signaleert nu in de analyse 'Nederland fit for 55?' dat de voorstellen voor een deel aansluiten bij het lopende Nederlandse beleid, maar voor een ander deel nog niet.

Bindende doelstellingen

De voorstellen moeten ervoor zorgen dat het tempo waarmee de uitstoot daalt in de hele Europese Unie flink wordt opgevoerd. PBL schrijft: "In het pakket worden wijzigingen voor vrijwel alle belangrijke pijlers van het klimaat- en energiebeleid voorgesteld." De EU zet in op het steeds duurder maken van CO2-uitstoot, het instellen van scherpere normen en het opleggen van bindende doelstellingen voor de lidstaten.

Ook de internationale lucht- en scheepvaart moet er daarbij aan geloven, en meer gaan bijdragen dan tot nu toe het geval was. Voor huizen, auto's, de landbouw en lichte industrie in Nederland betekenen de nieuwe doelen een forse aanscherping, van ongeveer vijftien megaton. Ook moet Nederland meer inzetten op energiebesparing en hernieuwbare energie.

De commissie geeft niet aan hoe de verdeling over die sectoren moet zijn. Dat is aan de lidstaten om zelf in te vullen, vertelt Hekkenberg. "Maar de opgave is wel zo groot dat je je moeilijk kunt voorstellen dat één van de sectoren buiten schot zal kunnen blijven."

Aandacht voor energie-armoede

De plannen betekenen dus niet alleen een aanscherping van het huidige beleid, op onderdelen gaat het ook om een beleidsverandering. Zo wil de Europese Commissie dat de lidstaten specifiek aandacht gaan besteden aan energie-armoede. Daarmee wordt bedoeld dat mensen die te weinig geld hebben om duurzame investeringen te doen in hun huis, daarmee geholpen worden. In Nederland gaat dat tot nu toe via het algemene inkomens- en koopkrachtbeleid.

"De Commissie zegt dat je daar nu in je klimaatbeleid rekening mee moet houden. En bijvoorbeeld prioriteit moet geven aan het verduurzamen van sociale huurwoningen, zodat mensen niet in zo'n klem terecht komen", zegt Hekkenberg.

Ook voor een deel van de industrie in Nederland zouden de Europese plannen een koerswijziging betekenen. "Aan de industrie wordt gevraagd om groene waterstof te gebruiken, die direct uit duurzame elektriciteit wordt gemaakt. Daarmee lijkt de Commissie de stap over te willen slaan, waar Nederland nu op inzet", legt Hekkenberg uit. In Nederland bestaat op dit moment de gedachte dat voorlopig waterstof wordt gebruikt, die wordt gemaakt met aardgas, waarna de vrijkomende CO2 wordt afgevangen en onder de grond wordt opgeslagen.

Je kunt je dus afvragen of daarbij een middenweg geen verstandigere koers zou zijn.

Michiel Hekkenberg, Planbureau voor de Leefomgeving

Het Planbureau zet vraagtekens bij die verlangde koerswijziging. "De vraag is of de hoeveelheid waterstof die daarvoor nodig is, ook wel tijdig gemaakt kan worden. Op dit moment is er voor groene waterstof in Nederland nog bijna geen productie. De hoeveelheden waar de Commissie het over heeft, zouden een enorme tempoversnelling betekenen. Je kunt je dus afvragen of daarbij een middenweg geen verstandigere koers zou zijn."

De plannen betekenen overigens ook goed nieuws voor de industrie, zegt Hekkenberg. "De opgave wordt voor álle landen in Europa flink vergroot. Dat betekent dat bijvoorbeeld de industrie, die in het klimaatakkoord een extra opgave kreeg met onder meer een CO2-heffing, ook in de rest van Europa zal moeten verduurzamen. Daardoor ontstaat voor de industrie een gelijk speelveld in de EU."

STER reclame