Een meisje kijkt naar een naaktfoto van een schoolgenootje, ter illustratie ANP

In 2020 zijn zeker 750.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder slachtoffer geworden van online seksuele intimidatie, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral jonge vrouwen en biseksuele vrouwen hadden te maken met ongewenst seksueel gedrag op het internet.

Ruim 5 procent van de ruim 30.000 ondervraagden gaf aan met online seksuele intimidatie te maken te hebben gehad. Daarbij ging het vooral om seksueel kwetsende opmerkingen of grapjes (2,1 procent van de ondervraagden), of het ongewenst versturen van naaktfoto's of seksfilmpjes (2 procent). Ook ging het bij 1,8 procent om het aandringen op een date of het aandringen op het toesturen van persoonlijke seksuele foto's of filmpjes (1,6 procent).

84 procent van de ondervraagden geeft aan geen last te hebben gehad van de online seksuele intimidatie. Bij bijna een op de tien leidde de intimidatie tot psychische problemen.

Waarom biseksuele vrouwen?

Vrouwen (6,7 procent) gaven anderhalf keer zo vaak als mannen (4,1 procent) aan dat zij online seksuele intimidatie hadden ervaren. Vooral jonge vrouwen tussen 16 en 18 jaar (bijna 30 procent) en van 18 tot 24 jaar (23 procent) werden hiermee geconfronteerd. Bij jonge mannen had 9 procent van de 16- tot 18 jarigen en 8 procent van de 18- tot en met 24 jarigen ermee te maken.

Vooral biseksuele vrouwen, homo's en biseksuele mannen kregen vaker met de seksuele intimidatie te maken dan lesbiennes en heteroseksuelen. Een verklaring hiervoor geeft het CBS niet.

Ook onderzoeker Jantine van Lisdonk van Bi+ Nederland kan daarover niets zeggen. "Dat komt omdat er eigenlijk nog geen onderzoek is gedaan naar de achtergrond van (seksueel) geweld en intimidatie bij deze groep."

Meer onderzoek in de maak

Dat wijt ze aan de onzichtbaarheid van de circa 1 miljoen bi+-mensen in Nederland, iedereen die "seksuele en/of romantische gevoelens of ervaringen hebben, gericht op mensen van meer dan één geslacht of gender". "Het is al een grote verbetering dat biseksualiteit überhaupt is meegenomen in het CBS-onderzoek."

Wel werd er in februari een Kamermotie aangenomen waarin de regering werd opgeroepen om dergelijk onderzoek uit te voeren. Demissionair staatssecretaris Blokhuis bevestigde in juni dat het onderzoek inderdaad is opgezet en dat hij de Kamer hopelijk eind dit jaar al de eerste resultaten kan toesturen.

Ze denken dat ze in de war zijn over hun seksuele oriëntatie

Laura Baams, onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen

Laura Baams van de Rijksuniversiteit Groningen doet onderzoek naar het welzijn van bi+-mensen in Nederland. De eerste resultaten verschenen in maart. Zij is niet heel verrast over de uitkomsten van de CBS-enquête. "Deze cijfers zien we al jaren in het buitenland. Hetzelfde patroon is nu dus ook hier vastgesteld."

Ze stelt dat veel bi+-mensen last hebben van vooroordelen bij hun partner en hun omgeving. "Die nemen bi+'ers minder serieus. Ze denken dat ze in de war zijn over hun seksuele oriëntatie of dat die oriëntatie tijdelijk of niet echt is."

Daarbij is ook een verschil te zien tussen biseksuele mannen en vrouwen. Bi-vrouwen geven aan dat ze zulke vooroordelen veel vaker horen en dat ze bijvoorbeeld vaker ongepaste vragen of vervelende grappen te horen krijgen. "Dat kan ermee te maken hebben dat biseksuele vrouwen opener zijn over hun seksualiteit dan mannen en daardoor dus zichtbaarder zijn", zegt Baams.

STER reclame