Foto ter illustratie anp

In de afgelopen tien jaar heeft 16 procent van de Nederlanders te maken gehad met seksuele intimidatie op de werkvloer, vrouwen twee keer vaker dan mannen. Maar slechts 37 procent van de slachtoffers maakt daar melding van, concludeert het College voor de Rechten van de Mens na onderzoek onder 2000 werknemers en 300 werkgevers.

De belangrijkste reden is dat slachtoffers vaak denken dat hun situatie niet ernstig genoeg is. Ze vragen zich af wat seksuele intimidatie precies is en wanneer een grapje overgaat in grensoverschrijdend gedrag. Ook zijn sommige slachtoffers bang dat ze de situatie overdrijven. Zij hebben bepaald gedrag dan weliswaar als seksueel ongewenst ervaren, maar zeggen dat "er niet werkelijk iets is gebeurd", staat in het onderzoek.

De impact van seksuele intimidatie op werknemers is heel groot, zegt Adriana van Dooijeweert, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, in het NOS Radio 1 Journaal. "Zeker als het langer duurt en het niet bij een enkele opmerking of grap blijft. Werknemers voelen zich er onprettig door en gaan soms minder goed functioneren." In de horeca en zorg komt seksueel intimiderend gedrag verder opvallend vaak voor, zegt Van Dooijeweert.

Volgens Van Dooijeweert speelt ook schuldgevoel een rol bij het niet melden van seksueel intimiderend gedrag. "Slachtoffers vragen zich af of ze het gedrag niet over zichzelf hebben afgeroepen. De meeste geïnterviewden weten nog exact wat ze aan hadden op het moment. Dat betekent dat ze onbewust bezig zijn met: heb ik het niet uitgelokt, was mijn topje niet te laag, mijn rok te kort of mijn jeans te strak?

Ook bestaan er misverstanden over de rol van vertrouwenspersonen, zegt de voorzitter van het College. "Sommige slachtoffers willen wel praten, maar deinzen terug omdat ze denken: als ik die stap zet, wordt er meteen actie ondernomen richting de dader en dat wil ik niet. Terwijl een vertrouwenspersoon alleen faciliteert en pas actie onderneemt als jij dat wil. Goede voorlichting daarover is belangrijk."

De meeste slachtoffers die wél melding hebben gemaakt van seksuele intimidatie, geven aan dat hun melding het gewenste resultaat heeft gehad. Zo luchtte het op om er met iemand over te praten en is in sommige gevallen de dader aangesproken op zijn of haar gedrag. Ook geven veel melders aan dat zij zich serieus genomen voelden.

Maar het gaat niet altijd goed: sommige slachtoffers zeggen dat er na hun melding niets is veranderd of dat ze na hun melding te maken kregen met vijandig gedrag. Een enkele keer kreeg een melder een negatieve beoordeling of geen contractverlenging. Dat kan vooral gebeuren als de dader een leidinggevende is, schrijft het College voor de Rechten van de Mens.

Rol werkgevers

Volgens voorzitter Van Dooijeweert hebben ook werkgevers een belangrijke rol. Zij vermoeden vaak wel dat er meer speelt dan zij zien of horen, maar vinden het lastig om de problemen boven tafel te krijgen. En als het probleem eenmaal bekend is, kan de afhandeling beter, zegt het College voor de Rechten van de Mens.

Sommige werkgevers vinden het moeilijk om rekening te houden met alle belangen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de gesprekken indruk maken op de dader. "Soms zitten ze met twee mensen om tafel die allebei in hun werk goed functioneren en die ze niet kwijt willen. Ze willen richting het slachtoffer duidelijk maken dat ze het ongewenste gedrag aanpakken, maar dat vinden ze dan wel moeilijk. Vooral als het intimiderende gedrag al langer duurt, dan is er soms weinig meer aan te doen."

Het is in ieder geval van belang dat werkgevers seksuele intimidatie bespreekbaar maken en alle signalen goed opvolgen, vindt Van Dooijeweert. "Soms is dat lastig, en we zien ook dat werkgevers hier hulp bij kunnen gebruiken."

STER reclame