ANP

Leraren, onderwijsassistenten en schoolleiders die werken op scholen met veel achterstanden krijgen de komende twee jaar extra salaris. Het gaat om een toelage van gemiddeld 8 procent, bedoeld voor vestigingen in zowel het primair onderwijs als het voortgezet (speciaal) onderwijs. Met de regeling wil het ministerie van Onderwijs het aantrekkelijker maken om op deze scholen te werken.

"Scholen staan voor de grote opgave om leervertragingen als gevolg van corona in te halen", licht demissionair minister Slob voor Basis- en Voortgezet Onderwijs toe. "Op scholen met veel uitdagende leerlingen is dit extra ingewikkeld. Deze scholen hebben de meeste moeite met het lerarentekort: het verloop van personeel is hoger en zij krijgen vacatures moeilijker vervuld."

Volgens het ministerie heeft zo'n 15 procent van de scholen in Nederland te maken met "uitdagende leerlingen" en een risico op achterstanden. Dat betekent dat ruim 1300 vestigingen in aanmerking komen voor de nieuwe regeling. Zij krijgen volgens Slob deze week te horen op welke bedragen zij kunnen rekenen.

Verschillende bedragen

Het extra geld wordt onderdeel van het budget dat scholen van de overheid krijgen om hun kosten voor personeel en faciliteiten te dekken, de zogeheten lumpsum. Ze moeten het daarna zelf over hun personeel verdelen. De verenigingen van basisscholen en middelbare scholen in Nederland (PO-Raad en VO-Raad) hebben daar richtlijnen voor opgesteld.

Hoeveel geld een school krijgt, is afhankelijk van het aantal leerlingen. De verhouding tussen het aantal leerlingen en medewerkers verschilt per vestiging. Daardoor kan het gebeuren dat een medewerker van de ene vestiging een hogere toelage krijgt dan een personeelslid van een andere vestiging.

In totaal is er 375 miljoen euro beschikbaar voor het tijdelijke extra salaris. Dat geld komt uit het Nationaal Programma Onderwijs, waarmee de overheid achterstanden probeert weg te werken die scholieren door corona hebben opgelopen. Scholen kunnen er in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 aanspraak op maken.

Waterbedeffect

Onderwijsvakbond AOb is blij met het extra geld, maar vindt het jammer dat er geen structurele oplossing komt voor het lerarentekort. "Je krijgt geld waar je niet veel mee kunt", zegt bestuurder Thijs Roovers in het NOS Radio 1 Journaal. "De regeling is voor twee jaar, terwijl het opleiden van nieuwe mensen vier jaar duurt."

Roovers vindt het goed om solidair te zijn met scholen waar tekorten zijn. Maar hij vreest een waterbedeffect. "Het is niet zo dat we ergens leraren over hebben. Als de ene school leraren trekt, gaan ze bij een andere school weg."

Minister Slob zegt te begrijpen dat scholen het liefst structureel geld willen, maar volgens hem kan het demissionaire kabinet dat niet uitgeven.

'Goed signaal, maar niet zaligmakend'

Volgens hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen (Tilburg University) kan een loonsverhoging een prikkel zijn voor aankomende studenten en zij-instromers, maar omdat zij niet meteen voor de klas staan blijft het aantal leerkrachten voorlopig gelijk. "En het risico bestaat dat bestaande leraren van de ene school naar de andere trekken. Je zoekt in dezelfde pool van schaarste."

Verder is een eventueel effect van een salarisverhoging vaak slechts tijdelijk, zegt hij. "Mensen zijn even blij, maar na een maand of zes zijn ze eraan gewend geraakt. Je gaat niet vrolijker door de klas lopen, alleen omdat je een loonsverhoging hebt gehad." Volgens Wilthagen heeft een aantrekkelijke baan ook te maken met bijvoorbeeld doorstroommogelijkheden of verlofregelingen.

"Dit extraatje is een goed signaal en kan in bepaalde situaties een prikkel zijn. Maar een loonsverhoging alleen is niet zaligmakend en de pool van leraren wordt er niet meteen groter van."

STER reclame