"Ik ben blij dat ik op deze manier een mooi einde aan mijn carrière heb kunnen maken. Het is goed zo."

Met een score van 13,833 op het toestel waarmee hij is vergroeid valt in de Japanse ochtend het doek voor Epke Zonderland. De 35-jarige Fries, die tijdens Londen 2012 de sportwereld aan zijn voeten krijgt met een nimmer geëvenaarde oefening op de rekstok, legt het negen jaar later af tegen de opponent waarvan hij de laatste tijd maar niet slaagt te winnen: zijn eigen lichaam.

Opnieuw blijkt zijn huwelijk met de Spelen er eentje te zijn van diepe dalen, al is die ene hoge berg verankerd in het collectieve geheugen. De zevende plaatsen van Peking 2008 en Rio 2016 plus de vroege aftocht uit Tokio zijn evenwel te verwaarlozen voetnoten op een curriculum vitae waarop Londen 2012 prominent prijkt.

Verwonderlijk is het niet dat zijn lichaam hem in Tokio voor de zoveelste maal in de steek laat. Het bedrijven van topsport is ongezond.

Wie met een snelheid van drie meter per seconde zwaait aan een rekstok met een doorsnee van negen centimeter ontkomt niet aan blessures. Het is pure roofbouw op het lichaam, hoe getraind de torso ook is. Rekstok is het turntoestel met het grootste afbreukrisico.

Ep Oogklep

Zonderland denkt aanvankelijk niet na over de gevaren. De Lemster is een man waar een harde kop op zit, zoals dat in Friesland heet. Als geen ander verstaat hij de kunst van het focussen. Het verklaart de bijnaam die hij in zijn jonge jaren draagt: Ep Oogklep.

Risico's nemen zit bovendien in het dna van de Friese turner. Aan de huiselijke borreltafel, en later ook in de media, is het verhaal over opa Zonderland een geheid succesnummer. Als een ware acrobaat loopt die in zijn jonge jaren thuis op de boerderij op zijn handen over de smalle nok van de ene naar de andere kant van het dak.

In Zonderlands ouderlijk huis, bij vader Huite en moeder Sophie, gaat het er iets minder spectaculair aan toe. In de tuin staan turntoestellen waar de jonge Epke, samen met zus Geeske en broers Johan en Herre, hun talent als gymnast in alle onbevangenheid kunnen ontwikkelen.

In de turnzaal wordt hij aan de hand genomen door trainer Gerard Speerstra. Als Zonderland twaalf jaar oud is, traint hij al 21 uur in de week.

Epke Zonderland aan de rekstok AFP

De vele uren aan de toestellen blijken niet voor niets. Zonderlands ontwikkeling vertoont een duidelijk stijgende lijn. In 2003 maakt hij, officieel nog junior, zijn debuut op de wereldkampioenschappen. In Anaheim speelt hij op de meerkamp een anonieme rol. Van de twaalf mondiale titeltoernooien die daarop volgen zal hij er niet één missen. Driemaal (in 2013, 2014 en 2018) laat hij zich kronen tot 's werelds beste turner op rekstok.

Zonderland is 22 jaar oud als hij in Peking voor de eerste maal aantreedt op de Olympische Spelen. Sinds Amsterdam 1928 is het niet meer voorgekomen dat een Nederlandse man deelneemt aan het olympisch turntoernooi.

Schouderblessures dwingen de voormalige allrounder dan al tot specialisatie op rekstok. Het geluk laat hem in Peking evenwel in de steek. In de finale klapt het leertje in zijn polsversteviger dubbel, waardoor hij valt en slechts als zevende eindigt.

In 2010 komt er na achttien jaar een einde aan de samenwerking tussen Zonderland en Speerstra. Het is voor de Fries een aangename verrassing als turnbond KNGU hem daarop uitgerekend koppelt aan Mitch Fenner.

Mitch Fenner met Epke Zonderland in 2014 ANP

De Brit is een vermaard turncoach, geliefd commentator van de BBC én een man die voor de televisie nimmer zijn bewondering voor Zonderland onder stoelen of banken steekt. Geassisteerd door de jonge Friese coach Daniël Knibbeler timmert Fenner een oefening in elkaar die zijn gelijke niet kent.

De Europese titel op rekstok die Zonderland in 2011 in Berlijn behaalt, de eerste van in totaal drie, is de opmaat tot zijn magnum opus. Twaalf maanden lang schuurt, schaaft en timmert hij aan een serie van drie vluchtelementen die opeenvolgend moeten worden uitgevoerd.

Er moet een rechtszaak aan te pas komen om hem startgerechtigd te krijgen voor de Olympische Spelen van Londen. Zonderland verzekert zich via de meerkamp ten koste van Jeffrey Wammes van een ticket, maar krijgt dat slechts na winst in een door Wammes aangespannen rechtszaak en een extra kwalificatieronde.

In de Londense North Greenwich Arena heeft Zonderland op 7 augustus 2012 welgeteld 43 seconden nodig om met een spectaculair, maar verre van vlekkeloos staaltje vliegwerk de wereld te veroveren.

Cassina-Kovacs-Kolman. Klaar.

Anders dan die andere beroemde sportman uit Lemmer, Rintje Ritsma, slaagt de hoogvlieger er wél in olympisch kampioen te worden. Hij wordt gelauwerd, geridderd en krijgt de eer dat de turnhal in Heerenveen waar hij traint naar hem wordt vernoemd.

2012: Epke Zonderland toont zijn olympische gouden medaille AFP

De vier jaar tussen Londen 2012 en Rio 2016 kenmerken zich door twee wereldtitels. Dan gaat het mis. In het pre-olympisch jaar loopt hij bij een val uit het rek een zware hersenschudding op. Het is het abrupte einde van een onbezorgd bestaan als turner, zegt hij daar later over. De angst die zich op dat moment tussen de oren nestelt, maakt hem kwetsbaar. Later dat jaar wordt hij ook nog tweemaal geopereerd aan chronisch ontstoken bijholtes.

Het lichaam mag dan protesteren, hij vervolgt zijn marsroute naar Brazilië. Hij vertrouwt op ervaring en instinct, maar komt bedrogen uit. Hij grijpt mis bij het vluchtelement Kovacs en landt acht jaar na dato opnieuw vroegtijdig op de mat. Wéér wordt de zevende plek zijn deel. Het is slechts een kleine troost dat zijn Duitse vriend Fabian Hambüchen zich over zijn erfenis ontfermt.

Tokio 2020 moet dan maar het passende sluitstuk van zijn loopbaan worden. Gesterkt door de wereldtitel die hij in 2018 in Doha behaalt, droomt Zonderland hardop van een olympische finale met niet minder dan vijf vluchtelementen. Tijdens de EK van een jaar later wint hij opnieuw. In Polen turnt hij naar eigen zeggen zijn beste oefening ooit.

Hij ligt op schema. 4 augustus 2020 moet zijn dag worden. Het draaiboek ligt klaar. Cassina en Kovacs gecombineerd, een aantal tussenzwaaien, gevolgd door de Kovacs gestrekt, Kolman en Gaylord 2 achter elkaar.

Coronapandemie

En dan is daar opeens de wereldwijde coronapandemie. Het uitstel van de Zomerspelen valt hem rauw op het dak. Zonderland gooit in een opwelling de handdoek. Nóóit meer zal hij turnen. Al snel komt hij terug op dat emotionele besluit. Omdat hij dan nog niet zeker is van deelname aan de uitgestelde Spelen traint hij in alle eenzaamheid door.

Tijd blijkt allesbehalve Zonderlands vriend. Leeftijd is meer dan slechts een nummer voor de man die zo lang de eeuwige jeugd heeft gehad. Twaalf maanden uitstel wreken zich meer dan hem lief is.

Epke Zonderland warmt zich op tijdens de podiumtraining in Tokio ANP

In de eerste maanden van 2021 schrikt hij nog van de vorm waarin hij plots verkeert. Maar gaandeweg merkt hij dat het lichaam steeds minder herstelt van trainingen en wedstrijden. Het ontbreekt hem aan energie om ook maar een oefening uit te turnen. Met een hoofd vol snot en vragen stapt hij in het vliegtuig richting Tokio.

In Japan hoopt hij stiekem op een wonder, een engeltje op zijn voorheen zo geteisterde schouders. Hoop blijkt ook ditmaal drijfzand.

STER reclame