De Pirs-module op het ISS, die plaats moet maken voor de nieuwe module Naoeka NASA

De nieuwe ISS-module Naoeka, waaraan een grotendeels in Nederland ontwikkelde robotarm hangt, kampt sinds zijn lancering woensdagmiddag met vertraging door technische problemen. De module is in een baan om de aarde op eigen kracht onderweg om bij het ruimtestation te komen dat een stuk hoger vliegt, op zo'n 400 kilometer hoogte.

Om dat te doen heeft de wetenschappelijke module een eigen voortstuwingssysteem. Daar lijken problemen mee te zijn, melden onafhankelijke waarnemers.

Ruimtevaartjournalist Anatoly Zak meldde gisteren dat Naoeka's hoofdmotoren niet naar behoren werken. Een andere bron heeft het over een storing in het brandstofsysteem.

De Russische ruimtevaartorganisatie Roskosmos doet er nauwelijks mededelingen over. De organisatie liet gisteren wel weten dat het afwerpen van de ISS-module Pirs, die plaats moet maken voor Naoeka, morgen gebeurt. Eerder werd uitgegaan van vandaag.

Het probleem moet snel worden opgelost. In de wat lagere baan waarin Naoeka nu om de aarde draait, heeft de module meer last van wrijving van luchtdeeltjes uit de bovenste lagen van de atmosfeer, waardoor de baan na verloop van tijd minder stabiel wordt.

Inmiddels is er voorzichtig goed nieuws: Roskosmos meldt dat een test met de motoren (volgens waarnemers zou het om de back-upmotoren gaan) is gelukt. Daarbij is ook de baan iets verhoogd. Om bij het ISS te komen moeten de vluchtleiders in Rusland de motoren nog een paar keer aanzetten.

De dertien meter lange module kampt al jaren met tegenslag. Sinds 2007 werd de lancering voortdurend uitgesteld, met name vanwege technische problemen met de brandstofleidingen en tanks. Daardoor moest ook de Europese robotarm ERA lang wachten op transport naar het ruimtestation. De arm heeft zo'n 360 miljoen euro gekost. Twee derde van dat bedrag is door Nederland betaald.

NOS

STER reclame