In dit pand in Oegstgeest komen erkende vluchtelingen te wonen met gescheiden mensen. NOS

In Oegstgeest opent binnenkort het eerste nieuwe type vluchtelingenopvang. Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers gaat vluchtelingen op een andere manier dan nu het geval is huisvesten. Naast grote asielzoekerscentra (azc's) komen er nu ook locaties waar niet alleen maar vluchtelingen wonen.

Op die locaties gaan niet alleen asielzoekers wonen, maar ook spoedzoekers op de woningmarkt. Het gaat dan om bijvoorbeeld al erkende vluchtelingen (statushouders), arbeidsmigranten, starters, studenten en mensen die dreigen dakloos te raken. Het COA hoopt daarmee meerdere vliegen in een klap te slaan.

Al meer dan twee jaar vraagt de opvangorganisatie gemeenten om nieuwe opvanglocaties beschikbaar te stellen. Maar die willen daar nauwelijks aan meewerken, omdat er geen draagvlak voor is onder inwoners. Een kleiner centrum, met ook voordelen voor de lokale bevolking, maakt het voor gemeenten en COA aantrekkelijker om zo'n locatie toch te realiseren.

Het andere voordeel van verschillende opvangsvormen is dat het makkelijker is om het aantal bedden voor asielzoekers sneller op en af te schalen. Tijdens de vluchtelingencrisis in 2015 waren er bijvoorbeeld ineens heel veel extra bedden nodig, nu is de instroom veel lager. De asielzoekerscentra zitten nog wel vol, maar dat komt doordat mensen die inmiddels een verblijfsvergunning hebben niet kunnen doorstromen naar een eigen woning: er zijn te weinig sociale huurwoningen beschikbaar.

Toch rumoer

Toch komen deze opvangcentra nieuwe stijl ook niet zonder rumoer op gang. In Oegstgeest wil het COA samen met de commerciële partner Divorce Housing onderdak bieden aan 175 statushouders en 80 mensen die met spoed een huis zoeken omdat ze zijn gescheiden. De lokale CDA-fractie wilde een aparte looproute voor de statushouders naar het winkelcentrum, zodat ze niet in de aangrenzende villawijk komen.

Het COA hoopt in het Gelderse Deelen, als de gesprekken met de gemeente goed verlopen, eind dit jaar in een voormalige locatie voor zorg te starten met huisvesting voor statushouders, 'evident kansrijke asielzoekers' en arbeidsmigranten. Er komt plek voor zo'n 350 arbeidsmigranten en 200 asielzoekers. De asielzoekers verblijven er maximaal 5 jaar. De huisvesting van voornamelijk Oost-Europese arbeidsmigranten, veelal seizoenswerkers, duurt 10 jaar.

Er dreigen toch een soort afgezonderde kampen te ontstaan, zoals destijds ook met Molukkers gebeurde.

Niene Oepkes, oud-beleidsmedewerker in Utrecht

De huisvestingsplannen van het COA zijn niet nieuw in Nederland, in 2015 ontstonden al soortgelijke initiatieven. In Katwijk werden asielzoekers gehuisvest samen met ouderen in een verzorgingshuis. In Leiden gingen asielzoekers, starters op de woningmarkt en mensen uit de maatschappelijke opvang samenwonen op een locatie. En in Amsterdam werden containers op elkaar gestapeld voor de huisvesting van jonge statushouders, studenten en jongeren uit die stad. Op alle locaties was het de bedoeling dat de bewoners elkaar zouden helpen.

Niene Oepkes, oud-beleidsmedewerker van de gemeente Utrecht, bedacht zo'n gemengde woongemeenschap: 'Plan Einstein' in de wijk Overvecht. Dat ontstond na felle protesten tegen een azc in die wijk. "In Overvecht waren ze bang voor de komst van de asielzoekers. Ze dreigden de boel in de hens te steken", zegt Oepkes. "Ik dacht toen: we moeten de wijk het centrum intrekken. Als hun kinderen hier ook kunnen wonen, doen ze dat niet."

In een leegstaand kantoor werd daarom een community gecreëerd van jongeren uit de wijk, studenten, jonge statushouders en in een apart gebouw asielzoekers. Er werden Engelstalige cursussen aangeboden, bijvoorbeeld over het starten van een onderneming. Die waren beschikbaar voor de bewoners van Einstein, maar ook voor de mensen in de wijk. Omdat de gemeente de wijk beloofde dat het centrum maar twee jaar zou blijven, is er inmiddels een einde gekomen aan het project.

Slecht voor integratie

Oepkes is niet enthousiast over de manier waarop het COA de huisvesting nu wil aanpakken. "Er dreigen toch een soort afgezonderde kampen te ontstaan, zoals destijds ook met Molukkers gebeurde", waarschuwt ze. Volgens Oepkes is het van belang veel meer verbinding te maken tussen de lokale inwoners en de bewoners van de COA-complexen.

Ook VluchtelingenWerk Nederland kijkt kritisch naar de COA-plannen om statushouders en andere kwetsbare personen gezamenlijk op locaties te huisvesten. De vluchtelingenorganisatie vreest dat dit plan een belemmering voor integratie zal gaan vormen.

"Het is voor de integratie van statushouders heel belangrijk om in het begin van hun leven in Nederland met zoveel mogelijk Nederlanders in contact te komen om onderdeel te worden van de maatschappij", vindt Martijn van der Linden van Vluchtelingenwerk. "Zo krijgen ze de Nederlandse taal sneller onder de knie."

Volgens Van der Linden is het lastig integreren op locaties waar zij vooral of zelfs alleen maar met kwetsbare personen in contact komen: de andere inwoners hebben hun handen al vol aan hun eigen privé-situatie, omdat ze bijvoorbeeld in scheiding liggen. Bovendien liggen de locaties vaak afgelegen.

VluchtelingenWerk ziet meer in tussenvoorzieningen en flexwoningen in de bewoonde wereld, zoals leegstaande schoolgebouwen of bejaardentehuizen. Dat moet dan slechts tijdelijk een oplossing bieden. Voorop moet volgens VluchtelingenWerk staan dat vluchtelingen zo snel mogelijk in een reguliere woning komen, waar zij echt kunnen starten met een nieuw leven opbouwen en hun trauma's kunnen verwerken.

STER reclame