ANP

Relatief minder studenten stroomden door van een bacheloropleiding naar een masterstudie sinds in 2015 het leenstelsel is ingevoerd, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) na onderzoek naar de studententijd van enkele honderdduizenden jongeren. Zo begon in 2014, een jaar voor de invoering van het leenstel, nog 85 procent van de studenten na hun bacheloropleiding aan een master. In 2018 was dat gedaald naar 70 procent.

Van hen slaagden studenten uit de minst welgestelde gezinnen er vaker in om een eenjarige master daadwerkelijk in één jaar af te ronden dan studenten uit welvarender milieus. Het CBS vermoedt dat studenten uit die eerste groep druk ervaren om hun opleiding af te maken binnen de tijd die daar officieel voor staat.

Verder zijn studenten niet sneller of langzamer gaan studeren sinds in 2015 het leenstelsel is ingevoerd, zegt het CBS. Ook wisselen hbo'ers en wo'ers nog net zo vaak van opleiding als voorheen.

Het CBS keek bij dit onderzoek naar hbo- en wo-studenten die tussen 2007 en 2015 aan een opleiding begonnen. "Zo konden we ze allemaal even lang volgen en kan je de vergelijking beter maken", zegt een woordvoerder. De studenten zijn vier jaar na de start van hun studie onderzocht. Met de data die het CBS van de Dienst Uitvoering Onderwijs kreeg, konden de onderzoekers tot september 2019 terugkijken.

Leenstelsel

Het leenstelsel voor studenten aan de hogeschool en universiteit werd in 2015 ingevoerd, als vervanging van de basisbeurs. Hbo- en wo-studenten kunnen maandelijks een bedrag lenen bij de overheid en moeten hun opgebouwde schuld binnen 35 jaar terugbetalen. Studenten uit minder welvarende gezinnen kunnen nog wel een aanvullende studiebeurs krijgen.

Eind vorig jaar bleek dat zo'n 70 procent van de studenten in het hoger onderwijs geld leent om te kunnen studeren. In 2019 ging het gemiddeld om 700 euro per maand.

Vaker lenen

Vorig jaar bleek het leenstelsel geen belemmering te zijn voor middelbare scholieren om naar de universiteit of een hogeschool te gaan. Studenten zijn wel meer en vaker gaan lenen; voor de meeste studenten een gemiddeld bedrag van 25.000 euro. Dat waren de belangrijkste conclusies in het eindrapport over de gevolgen van de invoering van het leenstelsel van het onafhankelijke onderzoeksinstituut ResearchNed.

Ook het Centraal Planbureau meldde vorig jaar na onderzoek dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet veranderde door de invoering van het leenstelsel. De instroom in het hoger onderwijs bleef na de invoering van het leenstelsel gelijk: net als voorheen koos zo'n 85 procent van de havo- en vwo-leerlingen voor een opleiding aan hbo of universiteit. Ook kinderen van ouders met lage inkomens gingen niet minder studeren.

'Forse wissel'

Er is steeds minder politieke steun voor het leenstelsel. Daarnaast pleiten studentenorganisaties al langer voor afschaffing van het stelsel. Studenten ervaren volgens hen een enorme druk om snel af te studeren, blijven vaker thuis wonen en houden maar weinig tijd over naast werk en studie.

Zo maken de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en FNV Young & United zich zorgen over de daling van het aantal masterstudenten sinds het invoeren van het leenstelsel. "Wij wisten al langer dat het leenstelsel een forse wissel zet op de keuzes die studenten maken tijdens hun studie", zegt LSVb-voorzitter Lyle Muns. "Nu zien we ook dat studenten het doen van een master vermijden om studieschulden te voorkomen. Het is een zorgwekkend signaal dat laat zien dat de brede ontwikkeling van studenten onder druk staat."

STER reclame