NOS Helen Kret

De hoeveelheid duurzame elektriciteit is vorig jaar met 40 procent gestegen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2020 kwam een kwart van het stroomverbruik uit groene Nederlandse bronnen, zoals zonne- en windenergie en biomassa. Het jaar daarvoor was dat nog 18 procent.

De grootste stijger is elektriciteit opgewekt met zonnepanelen. Dat nam met meer dan 50 procent toe. Werd in 2019 nog 5,3 miljard kWh stroom met zonnepanelen geproduceerd, vorig jaar steeg dat naar 8,1 miljard kWh. Het totale vermogen van zonnepanelen groeide in 2020 met ruim 3000 megawatt naar iets meer dan 10.000 megawatt. Inmiddels liggen er in Nederland 36 tot 37 miljoen zonnepanelen, op een dak of op de grond.

"Een opzienbarende stijging", zegt Cor Pierik van het CBS. "Normaal zouden we zeggen: windenergie is fors gestegen, namelijk met dertig procent, maar zonne-energie liet dus een nog grotere stijging zien. Zonne-energie is duidelijk bezig met een inhaalslag." Het CBS kan nog niet zeggen hoeveel van die zonne-energie op daken is opgewekt en hoeveel met zonneparken op de grond. Over twee maanden komt daar gedetailleerde informatie over.

Wel wekken windmolens de grootste hoeveelheid groene stroom op, ze hebben een aandeel van 45 procent. Biomassa is goed voor 29 procent en zonnepanelen voor 26 procent. De stijging van windenergie komt vooral door twee nieuwe grote windparken bij Borssele, voor de Zeeuwse kust. Op land steeg het opgestelde vermogen van windmolens met bijna 600 megawatt naar 4100 megawatt.

Knelpunten bij zon op dak

Maar vooral zonne-energie is dus aan een opmars bezig. Uit de voorlopige plannen van de dertig energieregio's (de RES'en) in Nederland, die het Klimaatakkoord uitvoeren, blijkt ook een grote voorliefde voor zonnestroom. Dit leidt tot discussies over ruimtegebruik en kosten. De ruimte is schaars in Nederland en er zijn zorgen over de biodiversiteit bij zonneparken. Eerder werd bekend dat er vorig jaar tientallen zonneparken bij zijn gekomen en er zijn er nog honderden gepland.

In veel regio's wordt wel gesteld dat daken de voorkeur verdienen boven (landbouw)grond. Ook in een recent advies aan het Nationaal Programma van de RES staat dat voor zonne-energie op daken het meeste draagvlak bestaat, maar in de praktijk zijn er nogal wat problemen bij het neerleggen van zonnepanelen op daken.

In het advies zijn tientallen knelpunten geïnventariseerd die op dit moment kunnen verhinderen dat een dakeigenaar daadwerkelijk zonnepanelen installeert. Zo is de gebruiker of huurder lang niet altijd de eigenaar van een gebouw, waardoor de eigenaar de kosten moet maken voor panelen, terwijl de besparing op de energierekening bij de gebruiker terechtkomt. Ook de aansluiting op het elektriciteitsnet kan tot problemen leiden.

Versnelling mogelijk

Toch zijn alle knelpunten eigenlijk wel oplosbaar, aldus het advies. Maar "de honderden en duizenden projecten voor zon op daken komen er niet allemaal vanzelf. Dit vergt een actieve overheid die zichtbaar (op alle bestuursniveaus) acties onderneemt om zon op daken te versnellen. Alleen op die manier wordt er een versnelling bereikt."

Dat eerst zoveel mogelijk naar daken gekeken moet worden, wil volgens het advies overigens niet zeggen dat zonneparken op de grond helemaal niet wenselijk of nodig zijn. "Er zijn te veel knelpunten en er is voor de overheid te veel afhankelijkheid van andere actoren om de afspraken uit het klimaatakkoord in het jaar 2030 te halen zonder een grootschalig beroep op (landbouw)grond."

STER reclame