ANP

Er is in Nederland veel meer animo voor zonne-energie dan voor nieuwe windmolens. Dat beeld rijst op uit een analyse van de voorlopige plannen in 24 van de dertig energieregio's, meldt het Nationaal Programma van de zogenoemde Regionale Energie Strategieën (RES) in antwoord op vragen van de NOS. Als de voorstellen op deze manier worden uitgevoerd, zal de verhouding tussen wind- en zonne-energie in Nederland grondig veranderen.

Die verhouding is in Nederland op dit moment 60 procent wind en 40 procent zon. Als alle plannen die nu zijn gemaakt ongewijzigd worden uitgevoerd, zou die verhouding veranderen in 80 procent zon en 20 procent wind. Kennelijk zien veel regio's meer windturbines niet zitten, en kiezen ze massaal voor zonne-energie.

Vier belangrijke aandachtspunten

Tegelijk kan dat tot de nodige problemen leiden, stelt het Nationaal Programma. Het is zelfs de vraag of al die plannen wel uitgevoerd kunnen worden. Volgens directeur Kristel Lammers geven netbeheerders aan dat het beter zou zijn als er een gelijkwaardiger verhouding tussen zon en wind is. "Zoveel zonne-energie ten opzichte van wind vraagt meer infrastructuur, is kostbaar en kan op die manier weer invloed hebben op het draagvlak", zegt ze.

Om het klimaatakkoord uit te voeren, is Nederland opgedeeld in dertig energieregio's. Elke regio moet uiterlijk 1 oktober een conceptplan af hebben. De RES'en worden ondersteund door een landelijk bureau, dat eens in de zoveel maanden de balans opmaakt. Uit de jongste inventarisatie, die vandaag wordt gepubliceerd, komen vier belangrijke aandachtspunten naar voren.

Naast de ruimtelijke inpassing van alle nieuwe zonne- en windenergie, en de impact daarvan op het stroomnet, wordt ook het verkrijgen en behouden van voldoende draagvlak voor de plannen als belangrijk element gezien. Daarbij is er tot nu toe een groot verschil tussen regio's, als het gaat om de vraag in hoeverre burgers mogen meepraten. Ook het coronavirus speelt hierin mee.

Een vierde punt is dat een aantal regio's hun plannen onderling nog goed op elkaar moeten afstemmen. Anders lopen mensen die precies op de grens tussen regio's wonen het risico dat ze met extra veel windmolens of zonnepanelen worden geconfronteerd. In sommige regio's wordt vooral gekeken naar de grenzen, omdat dat geregeld om buitengebied gaat waar de inpassing van windturbines en zonnepanelen gemakkelijker gaat.

Allerlei vormen van inspraak

In het document dat het landelijk bureau van de RES vandaag publiceert, staat: "Ook hier zien we (... ) de impact van het coronavirus. Vraagstukken als: 'Een online peiling bij bewoners uitzetten, is dat nu wel of niet passend om in deze tijd te doen?', of: 'Kunnen we deze bijeenkomsten ook in een online vorm toch laten doorgaan?', zijn aan de orde van de dag."

Veel RES'en hadden juist in deze periode allerlei vormen van inspraak willen organiseren. Zo staat op de website van de RES in Gelderland: "We hadden de komende weken uitgetrokken om met inwoners en raden in gesprek te gaan om reacties op de concept-RES in de samenleving op te halen. Inmiddels hebben we echter te maken met de coronacrisis en is het niet mogelijk om dit gesprek met elkaar te voeren."

Geen kant en klare oplossing

Het is nog niet duidelijk hoeveel zonne-energie op daken wordt opgewekt, of juist op andere plekken, zoals in zonneparken bij boerenbedrijven. Vorige maand verscheen een rapport dat is opgesteld in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de impact van alle klimaatmaatregelen op het landschap.

Onderzoeker Taco Kuijers van Generation.Energy is vooral nieuwsgierig naar de verdeling tussen zonnepanelen op daken en op de grond. Maar bij beide is veel overleg met de omgeving een vereiste, zegt hij. "Er bestaat hierbij geen kant en klare oplossing die overal van toepassing is. Daarom moet voor iedere plek een lokale afweging worden gemaakt."

STER reclame