ANP

De eerste mensen die met het AstraZeneca-vaccin ingeënt moeten worden, zijn 60- tot 65-jarigen. Dat adviseert de Gezondheidsraad aan het ministerie van Volksgezondheid. Het vaccin kan beter niet worden ingezet bij 65-plussers, omdat er twijfels zijn of het vaccin bij hen goed genoeg werkt.

Demissionair minister De Jonge noemde het inenten van 60- tot 65-jarigen met dit vaccin gisteren al als een van de scenario's. Hij wil het liefst het vaccineren van 60-plussers versnellen, om daarmee sterfte te voorkomen en de druk op de zorg te verlichten.

Of hij het advies van de Gezondheidsraad overneemt moet morgen blijken, maar als De Jonge dat doet dan wordt opnieuw afgeweken van de eerder vastgestelde vaccinatiestrategie. Daarin was bedacht dat het AstraZeneca-vaccin allereerst zou worden ingezet bij wijkverpleegkundigen, medewerkers in de gehandicaptenzorg, verpleeghuismedewerkers die nog niet zijn ingeënt en medewerkers en bewoners van ggz-instellingen.

Hun vaccinatie loopt vertraging op als De Jonge het advies van de Gezondheidsraad volgt. Na de 60- tot 65-jarigen moet volgens de raad een deel van de patiënten met een hoog risico met het AstraZeneca-vaccin worden ingeënt, zoals mensen met zeer ernstig overgewicht of mensen met het syndroom van Down. Daarna zouden 50- tot 59-jarigen moeten volgen en vervolgens 18- tot 49-jarigen met een medische indicatie.

Wanneer de oorspronkelijke groep die het AstraZeneca-vaccin zou krijgen dan aan de beurt moet komen en met welk vaccin, zegt de Gezondheidsraad niet in dit advies.

Leeftijdsgrens AstraZeneca verschilt per land

Eerdere adviezen van de raad nam De Jonge niet volledig over. De Gezondheidsraad adviseerde bijvoorbeeld om als eerste ouderen en kwetsbare patiënten in te enten, maar mede vanwege druk vanuit de sector koos De Jonge er toen voor om eerst acute zorgmedewerkers te laten vaccineren.

Verschillende landen hebben afwijkende adviezen gegeven over wie het AstraZeneca-vaccin moet krijgen. In het onderzoek dat de farmaceut gedaan heeft naar de werkzaamheid van het vaccin zijn te weinig mensen boven de 55 opgenomen om met zekerheid vast te kunnen stellen hoe goed het vaccin hen werkt.

Uit de beperkte onderzoeksgegevens over die leeftijdsgroep blijkt volgens de Gezondheidsraad wel dat ouderen een vergelijkbare hoeveelheid antistoffen aanmaken als mensen onder de 55 die zijn ingeënt met het vaccin. Daarom gaat de Gezondheidsraad ervan uit dat het vaccin waarschijnlijk ook goed zijn werk doet bij 60- tot 65-jarigen.

Voor mensen boven die leeftijd is die kans kleiner, omdat bekend is dat het immuunsysteem minder goed gaat werken naarmate de leeftijd toeneemt. Waarom de Gezondheidsraad de grens legt bij 65 jaar, wordt niet verder uitgelegd.

Snelheid verkiezen boven werkzaamheid

De reden om te kiezen voor de groep 60- tot 65-jarigen is omdat het doel van het vaccineren volgens de Gezondheidsraad is om "zoveel mogelijk ernstige ziekte en sterfte te voorkomen". Bij voorkeur zou deze leeftijdsgroep een zogeheten mRNA-vaccin krijgen van Pfizer of Moderna, omdat de werkzaamheid bij ouderen daar beter is vastgesteld.

Dan zouden ze echter pas later aan de beurt komen omdat er onvoldoende doses van beschikbaar zijn. Door 60- tot 65-jarigen eerder in te enten met een weliswaar minder goed werkzaam vaccin, worden er toch meer doden en ernstige ziektegevallen voorkomen, heeft de Gezondheidsraad laten berekenen.

Net als de meeste coronavaccins bestaat de AstraZeneca-vaccinatie uit twee prikken. De Gezondheidsraad adviseert de tweede prik in de twaalfde week na de eerste toe te dienen. Het kabinet was tot nog toe van plan dat na tien weken te doen. Door de tijd tussen de twee prikken uit te stellen tot twaalf weken kunnen meer mensen een eerste prik krijgen.

Nieuw onderzoek van de Universiteit van Oxford en AstraZeneca, dat nog niet officieel gepubliceerd is, suggereert ook dat de werkzaamheid van het vaccin toeneemt als de tweede dosis pas na twaalf weken wordt toegediend. De Gezondheidsraad verwijst in zijn advies nog niet naar dat onderzoek.

In dit schema zie je hoeveel doses vaccin het ministerie denkt dat er geleverd worden. Voordeel van het Janssen-vaccin is dat daarvan maar één prik nodig is; bij de andere vaccins zijn twee prikken nodig:

NOS

STER reclame