ANP

Het is een belangrijke dag voor zo'n 5,5 miljoen (oud)-ambtenaren en zorgmedewerkers. De afgelopen jaren zijn kortingen bij ambtenarenfonds ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn voorkomen, maar niet eerder lag de grens zo dichtbij als nu.

Het is 31 december en dat betekent dat pensioenfondsen vandaag voor elke euro aan toekomstige pensioenuitkering 90 cent in kas moeten hebben. Een fonds dat niet voldoet aan die dekkingsgraad van negentig procent is verplicht om komend jaar de pensioenen te verlagen.

Eind november zaten ABP en Zorg en Welzijn op respectievelijk 91,5 en 91 procent. Het was het eerste meetmoment sinds de start van de coronacrisis dat de fondsen nét boven de grens van 90 uitkwamen. Aandelenprijzen hebben ondertussen wat aan terrein gewonnen. De voor pensioenfondsen belangrijke rente heeft weinig bewogen.

Ook als het dit jaar nét goed afloopt, is het onzeker of dat de komende jaren opnieuw gebeurt.

'Gek moment'

"Het is een heel cruciaal, maar eigenlijk ook gek moment", zegt Jaap van der Spek, medevoorzitter van Koepel Gepensioneerden. "Je meet op één dag en dat kan ontzettend veel consequenties hebben voor de jaren daarna." Bij een dekkingsgraad van pakweg 89 moet er ongeveer een procent gekort worden om weer op 90 te komen. Dat zou bijvoorbeeld 6 euro per maand zijn op een aanvullend pensioen van 600 euro.

Daarbij komt een eventuele korting bovenop het al jaren uitblijven van indexatie. Bij het ABP en Zorg en Welzijn was het aanvullend pensioen ongeveer een vijfde hoger geweest als er het afgelopen decennium was gecompenseerd voor inflatie. Dat de AOW-uitkering wél meebeweegt met hogere prijzen compenseert dit verlies aan koopkracht deels.

De minimale dekkingsgraad van 90 procent is, net als vorig jaar, een uitzondering die minister Koolmees van Sociale Zaken vanwege 'uitzonderlijke economische omstandigheden' maakt. In het huidige pensioenstelsel is het de bedoeling dat pensioenfondsen een dekkingsgraad van ongeveer 104 procent hebben. Veel grotere kortingen zijn daarmee in ieder geval voorkomen.

De minister ging niet mee in een oproep van vakbonden en linkse oppositiepartijen om pensioenkortingen dit jaar helemaal te schrappen. Hij gaf recent wel duidelijkheid over wat voor dekkingsgraad de komende jaren vereist is. Die mag in aanloop naar een nieuw pensioenstelsel ook lager zijn, als de fondsen in 2026 maar op 95 procent uitkomen.

2026 is het jaar waarin dat nieuwe pensioenstelsel in moet gaan. "Ik ben benieuwd hoe ermee wordt omgegaan als er straks gekort moet worden", zegt directeur Marike Knoef van pensioendenktank Netspar. Ze ziet het als een test voor dat nieuwe pensioenstelsel waarin pensioenen meer gaan meebewegen met de financiële markten. Als het slecht gaat wordt er eerder gekort en als het goed gaat eerder verhoogd.

Van der Spek ziet het somber in. Hij verwacht dat die 95 procent door de grote fondsen niet wordt gehaald. De lage rente blijft de komende jaren zwaar drukken op de dekkingsgraad.

Lastige vraagstukken

Het nieuwe stelsel leidt op de lange termijn tot betere resultaten, denken de meeste deskundigen, maar voor het zover is liggen er nog lastige vraagstukken op tafel. Zo moeten de collectieve pensioenpotten van nu, verdeeld worden over de verschillende generaties. Dat kan nog één keer, omdat in het nieuwe stelsel stromen van jong naar oud en andersom niet meer mogelijk zijn.

Nu is de lage rente bijvoorbeeld nog een stroom van oud naar jong. Pensioenfondsen moeten naarmate de rente lager wordt meer geld achter de hand houden. Ook de bij veel fondsen te lage premie is een stroom van oud naar jong. Werkenden betalen minder voor hun pensioenopbouw dan dat het bij deze lage rente kost.

Daar staat dan onder andere weer tegenover dat Nederlanders steeds ouder worden en dus langer pensioen krijgen. In het nieuwe stelsel stoppen deze geldstromen tussen generaties. Een te lage premie, een te hoog verwacht rendement, of een te hoge uitkering gaat dan ten koste van jezelf. Ook al is het idee dat er wel een buffer komt voor als de financiële markten crashen. Die moet pechgeneraties voorkomen.

Wat is evenwichtig?

Over hoe die overgang geregeld wordt is eigenlijk nog maar één ding echt afgesproken. Het moet 'evenwichtig' gebeuren. De grote vraag is wat evenwichtig precies is. "Wij vinden als gepensioneerden niet dat er twaalf jaar aan koopkrachtverlies ingehaald moet worden, maar er moet wel enige compensatie zijn", zegt van der Spek.

Knoef: "Om te weten wat evenwichtig is moet je eigenlijk in de toekomst kunnen kijken. Je kan best argumenten aandragen waarom gepensioneerden gecompenseerd moeten worden, maar als de rendementen in de toekomst lager zijn, hebben jongere generaties het vermogen ook nodig."

De grote fondsen verwachten na het weekend uitsluitsel te kunnen geven over hun dekkingsgraad van vandaag.

STER reclame