ANP

De komende jaren, tot het nieuwe pensioenstelsel in 2026 is doorgevoerd, blijven gunstige regels gelden voor de zogenoemde dekkingsgraad van pensioenfondsen. Daardoor blijft de kans groot dat de pensioenen niet verlaagd hoeven te worden. Dat valt op te maken uit de nieuwe pensioenwet, die vandaag officieel door minister Koolmees is gepresenteerd. Eerder was al duidelijk geworden dat de kans op verlaging klein is door de aangepaste regels.

Over zes jaar moet het nieuwe pensioenstelsel helemaal ingevoerd zijn. In dat stelsel is de dekkingsgraad niet meer bepalend voor de vraag of de pensioenen gekort moeten worden. Daarmee komt er ook een einde aan de discussie over de rekenrente, die gebruikt wordt om die dekkingsgraad vast te stellen. De dekkingsgraad is kort gezegd het geld dat een pensioenfonds beschikbaar heeft om de pensioenuitkeringen van de deelnemers te kunnen betalen.

Vanwege de coronacrisis besloot Koolmees al eerder dat de fondsen komend jaar alleen hoeven te korten als de dekkingsgraad onder de 90 procent is gezakt. Normaal ligt die grens op 104 procent.

Pensioenen flexibeler

Ook voor de overgangsperiode naar het nieuwe stelsel gaan dus soepele regels gelden. Uitgangspunt is daarbij dat er met de blik van het nieuwe stelsel naar de huidige situatie wordt gekeken. Er wordt niet gekort als dat niet strikt noodzakelijk is. Maar uit te sluiten is het zeker niet, waarschuwt Koolmees.

De ondergrens voor de dekkingsgraad blijft op 90 procent en pensioenfondsen moeten elk jaar kijken of ze op koers liggen om bij de definitieve overgang naar het nieuwe stelsel op 95 procent te zitten.

Is dat niet zo, dan zullen de pensioenen toch gekort moeten worden, staat in het voorstel van Koolmees. Maar omdat er al vooruitgelopen wordt op het nieuwe stelsel is de kans ook groter dat de pensioenen omhoog gaan met de inflatie, de zogeheten indexatie. De meeste pensioenen zijn al jaren niet meer geïndexeerd.

In het nieuwe stelsel worden pensioenen flexibeler, omdat ze meer afhankelijk worden van de economische ontwikkelingen. Gaat het economisch goed, dan kunnen de pensioenen eerder omhoog. Andersom geldt dat ook: bij een tegenvallende economie gaan ze sneller omlaag.

Meer zekerheid

Er worden wel 'veiligheidskleppen' ingevoerd om al te harde klappen op te vangen. Zo tellen de mee- en tegenvallers minder zwaar mee voor mensen die al dicht bij hun pensioen zitten. Zo hebben zij meer zekerheid over het bedrag dat ze uiteindelijk krijgen.

Het voorstel van Koolmees gaat vandaag in zogeheten 'internetconsultatie'. Dat wil zeggen dat iedereen die dat wil tot februari 2021 zijn zegje erover kan doen. Het is de bedoeling dat de nieuwe pensioenwet in 2022 ingaat. Na de overgangsperiode is het nieuwe stelsel in 2026 een feit.

Net boven ondergrens

"Dit is een volgende mijlpaal op weg naar het nieuwe stelsel", zegt José Meijer, voorzitter van de Pensioenfederatie. "Fondsen kunnen nu beginnen met de voorbereidingen."

Dat de ondergrens voor de dekkingsgraad opnieuw naar 90 procent gaat, is voor veel fondsen een opluchting, zegt Meijer. "De grootste fondsen lijken komend jaar niet te hoeven korten."

Toch wordt het voor de twee grootste pensioenfondsen nog spannend. Ambtenarenfonds ABP en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) schommelen al bijna het hele jaar rond de 90 procent. Sinds november zitten ze net boven die ondergrens.

"Maar als we er op 31 december nog onder schieten dan moeten we de pensioenen van onze deelnemers verlagen", zegt een woordvoerder van PFZW. "Hoe jammer we dat ook vinden."

STER reclame