NOS/Bart Kamphuis

Werkenden in loondienst zien volgende maand op hun loonstrook over het algemeen een hoger netto salaris dan dit jaar. Door aanpassingen van belastingtarieven gaat voor veel mensen het nettosalaris met 1,5 tot ruim 2 procent vooruit. Hoe hoger het salaris, hoe minder het netto salaris percentueel stijgt.

In de berekening van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is alleen gekeken naar de gevolgen van aanpassingen van belastingtarieven, arbeidskorting en pensioenpremie. Stijging van loon door cao-afspraken of promoties is niet in de cijfers meegenomen.

Bij de cijfers is daarom ook een grote kanttekening te plaatsen. Door de crisis verliezen sommige mensen hun baan en zij profiteren niet van de belastingmaatregelen. Ook zeggen de cijfers niets over hoeveel mensen daadwerkelijk met hun geld kunnen kopen, aangezien er ook spullen en diensten duurder worden.

Portemonnee

De koopkrachtcijfers, die het ministerie ook heeft gepubliceerd. zeggen daarover meer. Daaruit blijkt dat de koopkracht stijgt voor het achtste jaar op rij, maar wel met de laagste stijging in drie jaar tijd: voor de helft van de huishoudens is dat met meer dan 1 procent, voor de andere helft minder dan 1 procent.

Een enkele groep gaat erop achteruit. Dat geldt voor alleenstaande ouders met een minimumloon en voor gepensioneerden met een relatief hoog aanvullend pensioen.

Minister Koolmees nuanceert de cijfers. "Ontwikkelingen zoals verlies van werk of een scheiding hebben een grote impact op de portemonnee van mensen, maar worden niet meegenomen in de ramingen. Zeker dit jaar, waarin door de gevolgen van het coronavirus mensen helaas hun baan of opdrachten verliezen, zullen verschillende huishoudens zich niet goed herkennen in de ramingen."

STER reclame