NOS Nieuws

Koopkracht steeg vorig jaar met 1,3 procent

De koopkracht van de Nederlandse bevolking steeg in 2019 met 1,3 procent ten opzichte van 2018. Dat meldt het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS).

De koopkrachtstijging is hoger dan de twee jaar ervoor. Dat kwam onder meer door de grootste stijging van de cao-lonen in tien jaar tijd. Mede daardoor steeg de koopkracht van werknemers meer dan die van het doorsnee huishouden, namelijk met 2,5 procent. Verder hielden mensen meer geld over door een aantal belastingverlagingen, zoals een lagere inkomstenbelasting.

Koopkrachtontwikkeling, bron: CBS

2018 2019
Totale bevolking 0,6% 1,3%
Werknemers 1,9% 2,5%
Gepensioneerden -0,4% 0,5%
Bijstandsontvangers 0% 0,6%
Eenpersoonshuishoudens -0,1% 0,7%
Eenoudergezinnen 1,1% 1,7%
Paren zonder kinderen -0,3% 0,6%
Paren met kinderen 2,5% 2,8%

Die 1,3 procent is dus de doorsnee stijging, maar dat betekent niet dat van alle huishoudens de koopkracht omhoog ging. Dat is namelijk maar voor 62 procent het geval. Bij 38 procent van de huishoudens ging de koopkracht dus omlaag of bleef die gelijk. Zo'n koopkrachtdaling kan komen doordat mensen hun baan verloren of ervoor kozen om minder uren te gaan werken.

Koopkracht zelfstandigen nog onbekend

Van zelfstandig ondernemers als groep zijn de koopkrachtcijfers over 2019 nog niet bekend. Zij kunnen later belastingaangifte doen dan werknemers en daardoor heeft het CBS nog geen volledig beeld van de inkomens van zelfstandigen.

Een jaar eerder, in 2018, groeide de koopkracht van ondernemers (2,9 procent) harder dan die van werknemers (1,9 procent). Tegelijkertijd was er bij zelfstandigen toen meer variatie dan bij werknemers. Bij 43 procent nam de koopkracht in 2018 namelijk af, ondanks die doorsnee stijging van 2,9 procent. Bij werknemers daalde in 2018 de koopkracht van 39 procent.

Voorspelling 2020: 2,2 procent

Het CBS doet geen voorspellingen over de koopkracht. Het Centraal Planbureau (CPB) doet dat wel. In de nieuwste voorspelling van augustus verwacht het CPB voor dit jaar een doorsnee koopkrachtstijging van 2,2 procent en volgend jaar 0,4 procent.

De koopkrachtberekening achteraf van het CBS werkt anders dan de voorspelling van het CPB. Het CBS meet namelijk wat er daadwerkelijk gebeurde met iemands koopkracht door veranderingen in zijn of haar persoonlijke situatie. Je verdient bijvoorbeeld minder wanneer je je baan verliest of soms meer als je van baan wisselt.

Het CPB kan dat soort persoonlijke ontwikkelingen moeilijk voorspellen, dus voorspelt het CPB alleen de zogeheten 'statische koopkracht'. Daarbij gaat het CPB dus eigenlijk ervan uit dat ieders situatie gelijk blijft: iedereen houdt in de voorspelling dezelfde baan en niemand raakt zijn werk kwijt,

In tijden van corona heb je natuurlijk weinig aan zo'n voorspelling, omdat de situatie van veel huishoudens verandert. Mensen verliezen hun baan en er is meer onzekerheid dan eerder jaren.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl