Medische beschermingsmiddelen op de cohortafdeling van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis ANP

De week ging van start met 5214 coronabesmettingen, dat getal liep dinsdag terug naar 3979, eindigde vrijdag weer op 5790 en vandaag meldde het RIVM 4499 nieuwe coronabesmettingen. Doordat het aantal gemelde besmettingen enorm fluctueert, lijkt er geen peil te trekken op de ontwikkeling van het virus in Nederland. Dat is echter niet het geval, zeggen de GGD en het RIVM.

Het zou volgens hen dan ook beter zijn om te kijken naar de weekcijfers. Die geven een beter beeld, omdat dagcijfers onderhevig zijn aan allerlei factoren. Zo wordt er aan het begin van de week flink meer getest, blijken mensen die in het weekend zijn getest vaker een positieve uitslag te krijgen en zijn de dagcijfers soms onjuist door storingen.

Hoe zit dat dan?

Het heeft volgens GGD-woordvoerder Sonja Kloppenburg alles te maken met het aantal tests dat dagelijks wordt afgenomen. De ene dag worden er namelijk veel meer tests afgenomen dan de andere. Daarom is het dus belangrijk om te kijken naar het percentage positieve testuitslagen: het aantal besmettingen in vergelijking met het aantal tests dat die dag is afgenomen.

Dat percentage, de zogenoemde besmettingsgraad, verandert veel gelijkmatiger dan het aantal dagelijkse besmettingen, zegt de GGD.

Vandaag zijn er 1282 minder besmettingen dan vrijdag. Vrijdag waren er juist 1292 méér dan donderdag. Dat betekent dus, als je naar de cijfers van de afgelopen twee dagen kijkt, dat de dag die meetelde voor vrijdag er relatief meer is getest. En de dag die meetelde voor vandaag er minder is getest. De besmettingsgraad van deze dagen is namelijk hetzelfde.

NOS

Al maanden is het zo dat meer mensen zich in het begin van de week laten testen dan aan het einde van de week, weet de GGD. "Je ziet dat er meer mensen bellen op maandag of dinsdag. Die worden dan op maandag, dinsdag of woensdag getest. Van hen komt dinsdag, woensdag of donderdag de testuitslag binnen. Daarom is op die dagen dus de kans groter dat het aantal besmettingen hoger ligt, omdat op die dagen er simpelweg meer getest is.

"Ik denk dat aan het begin van de week meer mensen zich laten testen omdat de werkweek weer begint. Als je vrij bent, heb je misschien sneller zoiets van: ik wacht nog even met testen", zegt Kloppenburg.

Uit cijfers van de GGD blijkt dat er net iets meer positieve testuitslagen in het weekend zijn. "We denken dat als mensen in het weekend zich laten testen, ze misschien last hebben van ergere klachten. Je geeft namelijk toch je weekenddag op, dus dan moet er wel iets aan de hand zijn."

Volgens RIVM-woordvoerder Harald Wychgel fluctueren de dagcijfers ook soms door na-rapportages vanwege storingen. Dat erkent de GGD. "Maar de laatste tijd zijn er bijna geen storingen meer geweest", aldus Kloppenburg.

Het is niet zo dat de testcapaciteit per dag wisselt, zegt Kloppenburg. Dat de ene dag zich meer mensen laten testen dan de andere dag heeft alleen maar te maken met de testbereidheid.

Volgens RIVM-woordvoerder Wychgel is het om alle bovenstaande redenen belangrijk om alleen naar de weekcijfers over de besmettingen te kijken. "De dagcijfers kunnen geen trend laten zien. Als je een trend wil ontdekken in de cijfers moet je van week tot week kijken."

Andere cijfers ook heel belangrijk

Natuurlijk zijn niet alleen de gegevens over het aantal besmettingen belangrijk. Ook cijfers over ziekenhuisopnames en dodental zeggen iets over de ontwikkeling van de coronapandemie in ons land.

Die cijfers zijn te zien in deze grafieken:

Het dagelijkse aantal besmettingen kan dus elke dag fluctueren, maar die dagcijfers zeggen niets over de ontwikkeling van het coronavirus in Nederland. Wychgel: "Wil je echt weten hoe de trends eruitzien? Kijk dan wekelijks naar de cijfers. Wat ik over de dagcijfers kan zeggen is dat ze fluctueren. Elke dag. Punt."

STER reclame