Jaap van Dissel en Jacco Wallinga NOS

Twee weken geleden dacht het RIVM dat we in januari weer terug zouden zijn op het niveau van afgelopen zomer. Nu zijn hoofd infectieziektebestrijding Jaap van Dissel en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen, somberder. Het zou in dit tempo weleens maart kunnen worden voordat de tweede golf voorbij is.

Veel knoppen voor de overheid om aan te draaien, zien ze niet meer. Burgers zouden zich meer "mede-eigenaar van het probleem coronaverspreiding moeten voelen", stellen de RIVM'ers.

De NOS sprak met hen over het openhouden van de scholen en over de mogelijkheid om de hele samenleving in één keer te testen.

Als het in dit tempo doorgaat: hoelang duurt het dan voordat we weer onder de signaalwaardes zitten en terug zijn bij het niveau 'waakzaam'? Is het dan maart?

Wallinga: "Ja, dat is heel realistisch. De vorige keer keken we naar half januari, met redelijk grote onzekerheid. Het kon ook december of zelfs maart zijn. Nu is dat naar achteren geschoven, maar de onzekerheid is ook groter. Dus maart is helemaal niet zo raar. Maar je weet niet hoe het gedrag van mensen blijft, of mensen het blijven volhouden."

Waarom gaat het zo langzaam?

Van Dissel: "Ik denk toch dat er minder mensen thuiswerken. Op de weg is het drukker dan het in maart was. Uiteindelijk vertaalt zich dat allemaal in het aantal contacten dat mede bepaalt hoeveel besmettingen er zijn. Je krijgt ook het gevoel dat zodra er gunstige berichten worden gemeld, het urgentiegevoel bij mensen minder wordt. Het was vorig weekend toch wel erg druk in winkelstraten, waar vaak hele huishoudens rondliepen."

Kan het zijn dat de herfstvakantie ervoor zorgde dat het aantal nieuwe besmettingen in eerste instantie heel snel afnam, en nu weer minder?

Wallinga: "Ja dat kan. Het viel samen, dus we kunnen heel moeilijk uit elkaar trekken wat het effect van de lockdown en wat het effect van de herfstvakantie was. Over het algemeen zijn vakanties perioden met minder besmettingen: kinderen gaan niet naar school, en mensen zijn niet meer op hun werk. Maar we zijn nog bezig om dat preciezer uit te vogelen."

Stel: we zouden twee weken lang in een 'Italiaanse lockdown' gaan, waarbij we alleen naar buiten mogen voor de noodzakelijke boodschappen. Zouden we dan in een klap weer op een laag niveau zitten, in plaats van door blijven sudderen tot maart?

Wallinga: "Dat is in het algemeen een heel goed idee. Als iedereen twee weken thuis blijft ben je van heel veel infectieziekten af. Het punt is dat het heel zwaar is en moeilijk vast te houden. Ik denk dat de kosten psychologisch en economisch heel hoog zijn."

De daling ging bij de eerste golf sneller. Een verschil met nu: toen waren de scholen dicht. Kan het toch zijn dat scholieren, via hun ouders, het virus meer verspreiden dan we dachten?

Wallinga: "Ik weet niet of het meer is dan we dachten. We hebben altijd aangeven: er is wel verspreiding maar niet zoveel als we zien bij de twintigplussers. Wat we nu vooral zien is dat door de maatregelen het aantal besmettingen onder 20- tot 24-jarigen behoorlijk is afgenomen. Als gevolg daarvan is de groep met de meeste besmettingen nu de 15- tot 20-jarigen. Dat zouden de oudere middelbare scholieren kunnen zijn."

De horeca is gesloten om het aantal besmettingen bij twintigers aan te pakken. Met dezelfde gedachte zouden scholen toch kunnen worden gesloten om het aantal besmettingen bij middelbare scholieren terug te dringen?

Wallinga: "Bij twintigers hadden we een duidelijk idee waar de meeste besmettingen plaatsvonden. Een andere groep met veel besmettingen is de 50- tot 60-jarigen. Van hen weten we duidelijk waar zij besmettingen oplopen: behalve in hun eigen huis is dat op hun werk. Maar dat is niet zo duidelijk bij andere leeftijdsgroepen."

Van Dissel: "Bij 8,5 procent van besmettingen waar een locatie is gevonden worden scholen genoemd als plek waar het mogelijk gebeurd is. Maar voor de duidelijkheid: dat is nog altijd de helft van wat op het werk of via bezoek thuis plaatsvindt. En bij scholen is het nog onzeker of het op de school plaatsvindt, of rondom de school."

Maar als ze niet meer naar school gaan, zien ze elkaar ook niet rondom school, toch?

Wallinga: "De vraag is of ze elkaar dan niet elders opzoeken. Het is dan niet zo dat het aantal contacten automatisch minder wordt. Ik denk dat het in bepaalde gevallen zou kunnen leiden tot meer besmettingen."

Van Dissel: "Maar we hebben natuurlijk altijd bewust gezegd dat we het liefst zouden zien dat scholen open zijn, omdat die een hele belangrijke functie hebben. En dat we dat als maatschappij zouden moeten willen verkiezen boven andere maatregelen."

GroenLinks stelde deze week voor om in twee weekenden alle Nederlanders te testen, in de hoop dat er daardoor meer en sneller besmettingen worden opgespoord. Onderzoek van de Universiteit Utrecht toonde deze week aan dat het maar zeer de vraag is of dat gaat werken. En dus denken ze bij het RIVM dat sneltesten beter gericht kunnen worden ingezet.

In Slowakije hebben ze wel het hele land getest, en daar lijkt het aantal besmettingen toch fors te zijn afgenomen.

Wallinga: "Ze hebben daar massaal getest, maar in dezelfde periode hebben ze andere rigoureuze maatregelen doorgevoerd en de scholen gesloten. Dus die daling is niet zonder meer toe te schrijven aan het massaal testen."

Van Dissel: "In Luxemburg zijn groepen ook zeer uitvoerig getest. En die hebben geloof ik nu het hoogste besmettingsgetal van heel Europa. Dat wil niet zeggen dat het testen toen geen effect heeft gehad, maar je moet het wel integreren in een heel pakket van maatregelen en je moet goed nadenken hoe vaak je die testen dan wil uitvoeren."

Wallinga: "Ik denk dat je goed moet nadenken wat je er mee wilt bereiken. Op zich is testen geen bestrijding."

De redenatie is: als je massaal gaat testen haal je meer mensen zonder klachten, maar met corona eruit. En als die mensen in quarantaine gaan, verminder je de verspreiding.

Van Dissel: "Waarbij het probleem meteen is dat die asymptomatische personen, over het algemeen een veel lagere virale lading hebben. En het probleem is juist dat je die mist bij sneltesten. Dat is precies de paradox waar het om gaat. Mensen die presymptomatisch zijn (nog ziek gaan worden, red), daarbij is de situatie anders. Die spoor je wel wat eerder op."

En als we bijvoorbeeld alle mensen die nog fysiek naar hun werk gaan maandelijks laten testen?

Wallinga: "Uit het onderzoek van de Universiteit Utrecht wordt duidelijk dat je niet maandelijks moet testen, maar om de drie dagen. En iedereen moet meedoen en de maatregelen opvolgen. En we weten uit gedragsonderzoek dat mensen dat niet heel goed volhouden. Maar dat is de theoretische uitwerking. Wat betreft de praktische uitwerking: het zou eerst in een experiment moeten worden uitgeprobeerd of het nou werkt."

STER reclame