NOS

Om het klimaatakkoord van Nederland uit te voeren, zijn in het hele land duurzame energieplannen gemaakt. Maar burgers en gemeenteraden zijn daar tot nu toe nog onvoldoende bij betrokken. Dat blijkt uit een analyse van alle plannen van energieregio's door het Planbureau voor de Leefomgeving. Minister Wiebes van Klimaat zegt in een reactie dat de regio's burgers meer mee moeten laten praten.

Nederland is opgedeeld in dertig energieregio's, de zogenoemde Regionale Energie Strategieën (RES). Die hadden na wat uitstel vanwege corona tot vandaag de tijd om hun concept-plannen in te dienen bij een landelijk bureau, het Nationaal Programma RES.

Volgens het PBL geeft slechts een derde van de regio's aan burgers te hebben betrokken, met inhoudelijke aanpassingen tot gevolg. De plannen zijn wel allemaal op tijd ingeleverd, en tellen op tot zelfs meer dan nodig is.

Terechte waarschuwing

In het verleden bleek dat wanneer te veel van bovenaf werd besloten waar bijvoorbeeld een windpark moest komen, de tegenstand groter werd. Betrokkenheid van mensen is daarom volgens minister Wiebes noodzakelijk. "Er zijn regio's waar het draagvlak tot het nulpunt is gekomen. Daar hebben we echt wel van geleerd", zegt hij. "Het is een terechte waarschuwing van het planbureau."

Het ontbreken van de betrokkenheid van burgers wordt voor een deel veroorzaakt door corona. Allerlei informatiebijeenkomsten zijn geschrapt. Ook hadden regio's soms moeite om mensen te interesseren voor de RES, en geregeld zijn de plannen nog te abstract.

Veel regio's maken nog niet duidelijk waar de nieuwe energieopwekking gaat plaatsvinden. Nog maar een handjevol RES'en heeft al concrete zoekgebieden aangewezen, waarin bijvoorbeeld nieuwe wind- en zonneparken mogen komen. De impact die de plannen hebben op het landschap wordt dan ook nog niet echt duidelijk.

'Verrassend hoog bod'

Het goede nieuws is wel, stelt het PBL, dat de plannen bij elkaar opgeteld ruimschoots voldoende zijn om de doelen uit het klimaatakkoord te halen. Al eerder werd duidelijk dat de bereidheid bij regio's groot is om extra duurzame elektriciteit op te wekken. Samen komen ze tot "een verrassend hoog bod", aldus het PBL, voor ongeveer 50 terawattuur , terwijl de opgave voor 2030 35 terawattuur is.

Maar het blijkt ingewikkeld om burgers mee te laten profiteren van deze energietransitie. In het klimaatakkoord staat dat er gestreefd moet worden naar 50 procent lokaal eigendom. Maar hoe dat moet, is voor velen nog een vraag. Terwijl ervan uit wordt gegaan dat het draagvlak groter wordt als burgers er ook zelf aan verdienen. Regio's ontwikkelen nu eigen instrumenten hiervoor.

Zo worden er samenwerkingsverbanden gevormd tussen buurtverenigingen en projectontwikkelaars, wordt er soms een duurzaamheidsfonds voorgesteld of een verdeling van de opbrengst als vergunningsvoorwaarde gesteld voor de ontwikkeling van een windpark. Maar eigenlijk vragen de regio's om landelijke spelregels, stelt het Nationaal Programma RES.

Voorkeur voor zonne-energie

Eerder werd ook al duidelijk dat regio's een sterke voorkeur hebben voor zonne-energie, in plaats van voor nog meer windmolens. Maar, waarschuwt het PBL, zonne-energie is minder efficiënt, kost meer en zorgt voor meer problemen op het elektriciteitsnetwerk. Dat laatste is belangrijk, want nu al zijn er problemen op het net vanwege alle duurzame stroom. Wat de nieuwe plannen betreft, worden "vrijwel overal knelpunten op het netwerk" voorzien.

Dat de keuze voor zonne-energie hogere kosten met zich meebrengt, baart ook minister Wiebes zorgen. "Veel mensen vinden het een angstig vooruitzicht om ergens in hun blikveld die windmolens te krijgen. Maar we weten ook dat die kosten er wel toe doen. Daarom gaan we nu eerst die kosten in beeld brengen."

Kernenergie en biomassa

De recent opgelaaide discussie over kernenergie is overigens niet terug te vinden in de plannen. Het bouwen van nieuwe kerncentrales duurt te lang om in 2030 al een rol van betekenis te kunnen spelen. Biomassa komt wel her en der terug in de voorstellen, net als geothermie: aardwarmte.

Alles overziend concludeert het PBL dat het proces met de energiestrategieën nog in de kinderschoenen staat. De definitieve plannen moeten volgend jaar zomer klaar zijn. Echt grote knelpunten zijn er nog niet, "maar", aldus het PBL, "die kunnen wel ontstaan als burgers erbij worden betrokken en zoekrichtingen worden vertaald in concrete keuzes".

STER reclame