Annemarie Kas | NOS

Ineens hadden we uren tijd over, als we op pad gingen om te filmen hoe de Indonesiërs in Jakarta omgaan met de coronacrisis. Waar kwam al die extra tijd vandaan? Plotseling wisten we het, mijn cameraman en ik: natuurlijk, het verkeer!

In Jakarta weet je nooit precies hoe lang het duurt om van A naar B te komen. De Indonesische hoofdstad is berucht om de lange files en staat niet voor niks in de TomTom-top 10 van steden met het drukste verkeer wereldwijd. Maar de afgelopen weken waren de grote wegen nagenoeg uitgestorven door de lockdown-maatregelen.

Sinds vorige week gaat alles geleidelijk weer open: kantoren, moskeeën, restaurants. Meteen zijn de auto's en brommertjes terug. Het staat lang niet zo vast als voor de crisis, maar toch is het veel drukker op straat. En ik had nooit gedacht dat ik daar blij om zou zijn. De inwoners van Jakarta hebben het nodig. In mijn buurt blijft bij sommige restaurantjes 's avonds het licht uit. Die hebben het niet gered. Langs de brede tolwegen zijn de billboards leeg; er is even geen geld voor advertenties.

Temperatuur 'gecheckt': 32,4

Vooral de onderste laag van de bevolking heeft het zwaar. De jongens die normaal de hele dag passagiers rondrijden op brommertjes, voor vervoersapplicaties Go-Jek of Grab, mochten geen mensen vervoeren vanwege het besmettingsrisico. Nu het weer mag, komt Go-Jek met een inventieve oplossing: de chauffeurs krijgen een plastic scherm op hun rug als afscheiding. Zou dat echt helpen?

Die vraag heb ik hier vaker. Bij de ingang van mijn appartementencomplex zijn cabines geplaatst waar je een douche met desinfectiemiddel krijgt. Al op dag twee loopt iedereen er geroutineerd voorbij. En bij elk gebouw supermarkt, bank of restaurant neemt een beveiligingsmedewerker je temperatuur op. Hij zwaait met een apparaatje in de buurt van je hoofd. Mijn temperatuur varieert van een normale 36,7 graden tot 34 of 35 graden, zelfs een keer 32,4 graden. Zo warm is de buitenlucht ongeveer.

Annemarie Kas doet voor de NOS verslag uit Indonesië Annemarie Kas | NOS

Indonesiërs gaan vaak losjes om met de regels. Dus als de winkels dicht moeten blijven, gaan ze hun spullen op de straat ervóór verkopen. Om binnen Indonesië te kunnen vliegen heb je een verklaring nodig dat je geen covid-19 hebt. Al snel duiken die certificaten online te koop op. En kinderen reizen op grond van de uitzonderingsregels die voor zakenreizigers gemaakt zijn.

Ik gniffel vaak om dit soort verhalen, maar tegelijk bekruipt me een onheilspellend gevoel. De regering wil dat Indonesië de overgang naar 'het nieuwe normaal' maakt, maar dat is vooral omdat mensen weer geld moeten kunnen verdienen. Het nieuwe beleid houdt geen verband met het aantal besmettingen: dat stijgt namelijk gewoon door. Afgelopen week werden records gebroken. Bijna elke dag waren er meer dan duizend nieuwe besmettingen. Zondag stond de teller op 38.277 besmettingen en 2134 doden.

Die data van de overheid zijn niet erg betrouwbaar. Er wordt heel weinig getest en de administratie verloopt rommelig. Een groepje burgers ging zelf op onderzoek uit en zij stelden vast dat het aantal coronadoden drie of vier keer zo hoog moet liggen als de officiële cijfers. Hoe wijdverspreid het virus echt is over die 17.000 eilanden en 260 miljoen inwoners die Indonesië rijk is, weet niemand.

Nieuw normaal zonder toeristen

Het vreemde is dat de enorme crisis waar critici Indonesië voor waarschuwden, tot nu toe is uitgebleven. Zeker, er zijn tienduizenden mensen ziek en velen overlijden, de zorg staat onder druk en artsen moeten soms in plastic regenponcho's hun werk doen. Maar de ziekenhuizen lopen niet helemaal vol, zoals verwacht. Verspreidt het virus zich moeilijker door de hoge luchtvochtigheid? Is het vanwege de jonge gemiddelde leeftijd van Indonesiërs, zo rond de 30 jaar? Of komt het doordat Indonesiërs geen enorme knuffelaars zijn, zoals Italianen of Brazilianen? Een combinatie van die factoren?

Het 'nieuwe normaal' dat de regering graag wil, is voorlopig nog zonder buitenlanders. Indonesië heeft alle toeristenvisa opgeschort en het is onduidelijk wanneer het land weer opengaat. Bijvoorbeeld voor een eiland als Bali, waar veel inwoners afhankelijk zijn van toeristen, is dat een enorm probleem. De stranden van kustplaatsen als Canggu zijn officieel nog dicht, maar online gaan filmpjes rond van inwoners die toch komen surfen of een duik nemen. Op Instagram schrijft iemand erbij: "Het voelt of de wereld alweer veilig is."

STER reclame