ANP

De subsidie-eisen voor culturele instellingen worden ook volgend jaar versoepeld. Dit schrijft minister Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer waarin ze de aanvullende middelen voor de culturele en creatieve sector heeft uitgewerkt.

De minister volgt met de versoepeling een advies van de Raad voor Cultuur op. "De prestatieafspraken worden opgeschort, daar zijn we blij mee", reageert Marijke van Hees. Cultuurinstellingen worden dus niet afgerekend als er bijvoorbeeld te weinig bezoekers komen. "Het is belangrijk dat de schade voor de sector beperkt wordt en we zien dat de minister zich hiervoor inzet."

Harde financiële klappen

Volgens de minister vallen veel "mooie plannen van makers en instellingen waar maanden of zelfs jaren aan gewerkt is in duigen" en vallen er "harde financiële klappen" door de uitbraak van covid-19.

Op 15 april presenteerde het kabinet daarom een steunpakket van 300 miljoen euro voor de kunst- en cultuursector. Het geld is bedoeld om de culturele infrastructuur overeind te houden nu de sector tot stilstand is gekomen door de coronacrisis.

Van deze 300 miljoen gaat ongeveer de helft naar de grote instellingen die het rijk rechtstreeks subsidieert. Ook komt er 48,5 miljoen beschikbaar voor gemeenten en provincies om regionale musea, podia en filmtheaters overeind te houden. En de minister reserveert 30 miljoen voor een zogenoemde Cultuur Opstart Lening, voor makers die buiten alle andere algemene steunmaatregelen van de overheid vallen. En 11,8 miljoen gaat naar verschillende cultuurfondsen die het geld moeten inzetten om makers te helpen.

Noodmaatregel

Volgens de minister komen 1682 culturele ondernemers in aanmerking voor de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), waarmee ze hun personeel door kunnen blijven betalen.

In de cultuursector werken ongeveer 160.000 zzp'ers. Naar schatting komen hiervan 92.000 in aanmerking voor een tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO), schrijft de minister. Hoeveel zzp'ers in de culturele sector gebruik hebben gemaakt van deze regeling valt nu nog niet te zeggen.

"Het is goed dat generieke en specifieke maatregelen ook daadwerkelijk een deel van de mensen in de sector bereikt. Dat neemt niet weg dat er ook knelpunten zijn: daar moeten we oog voor houden", aldus de Raad voor Cultuur.

De hele keten moet overeind blijven.

Mirjam Terpstra, Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten

Mirjam Terpstra van de Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten zat al met smart te wachten op de uitwerking van het aangekondigde steunpakket: "Wat ons betreft ligt er een hartstikke goed voorstel, maar ons oordeel is natuurlijk gekleurd. Mijn leden kunnen het dit jaar redelijk uitzingen, omdat de minister de vitale onderdelen van onze sector overeind wil houden."

Kapitaalvernietiging

Terpstra ziet dat met name podia en vrije producenten nog altijd achteraan in de rij staan. Volgens haar heeft iedereen er belang bij dat de hele keten overeind blijft: "Het is heel simpel, als de podia omvallen hebben wij minder plek om te spelen. Sommige acteurs moeten nu noodgedwongen tijdelijk ander werk doen. Als dat te lang duurt, dan stromen ze uit. Dan is de prijs die je moet betalen om acteur te zijn te hoog. Dat is pure kapitaalvernietiging."

De minister doet haar best, zegt Terpstra. "Maar we roepen op om ook te kijken naar de lange termijn en niet het kind met het badwater weg te gooien."

Kaalslag onder podia

De kaalslag onder podia zou wel eens heel groot kunnen worden, reageert Gea Zantinge, voorzitter van de vereniging van schouwburg- en concertgebouwdirecties. "Ongeveer 80 procent van onze leden wordt niet gered met deze steun. We hebben angst dat podia zullen omvallen. Ook gemeenten kunnen niet altijd financieel bijspringen."

En dat heeft negatieve gevolgen voor makers, zegt Zantinge. "De podia hadden net een plan gemaakt om op hun beurt de vrije producenten te ondersteunen. Maar na vandaag kan dat niet meer."

STER reclame