Begrafenisstoet voor gedode demonstranten in Najaf AFP

Op een van de bloedigste dagen sinds het begin van de anti-regeringsprotesten in Irak zijn in diverse steden tientallen betogers doodgeschoten door Iraakse veiligheidstroepen. Verschillende schattingen over het dodental doen de ronde, van 35 tot 45. Zo'n 230 mensen raakten gewond bij confrontaties met de militairen.

De brandstichting bij het Iraanse consulaat in de stad Najaf, afgelopen nacht, lijkt de gemoederen aan beide kanten verder te hebben verhit. Sinds oktober gaan jonge Irakezen de straat op om te protesteren tegen de regering, die ze de schuld geven van de economische malaise, de hoge werkloosheid onder jongeren en de kloof tussen rijk en arm. De betogers, onder wie veel sjiieten, keren zich ook tegen de sjiitische grootmacht Iran, de steunpilaar van de Iraakse regering.

In Najaf werden twaalf mensen doodgeschoten, in Bagdad vielen vier doden toen militairen het vuur openden op betogers bij een brug over de Tigris.

Betogers in Bagdad AFP

Het grootste bloedbad vond plaats in Nasiriya, waar volgens berichten voor zonsopgang 29 mensen werden doodgeschoten, toen militairen met scherp schoten op demonstranten die twee bruggen bezet hielden. President Mahdi heeft in een reactie de militaire commandant die gisteren werd aangesteld om de orde in Nasiriya te herstellen, alweer ontslagen.

Duizenden rouwenden negeerden in deze stad het uitgaansverbod om hun doden te begraven.

De autoriteiten reageren met harde hand op de protesten, waarbij de afgelopen tijd zo'n 350 doden zijn gevallen. President Mahdi heeft herhaaldelijk hervormingen beloofd, maar daarvan is nog niets gerealiseerd.

STER reclame