NOS Nieuws Binnenland

'Terug in het Oranjehotel voel ik meteen de beklemming'

Spelletjes spelen, op het bed springen en luisteren naar tante Keetie die sprookjes voorleest. Het klinkt haast als weekendje weg. Maar zo probeerde de tante van Bertie Icke-Hennipman (79) de moed erin te houden in de cel van het Oranjehotel.

Het Oranjehotel was de beruchte gevangenis in Scheveningen van de nazi-bezetters. Na een jarenlange renovatie wordt het complex vandaag door de koning heropend als museum en herinneringscentrum. "Misschien mag ik wel praten met Willem-Alexander", zegt Bertie opgetogen.

Bertie Icke-Hennipman in cel 601 van het Oranjehotel Privécollectie

Als kind zat zij in april 1944 vijf dagen vast in de gevangenis. Samen met haar kleine broertje Thijs en tante Keetie. De grote gevangenispoort herinnert ze zich nog goed. "Toen we aankwamen zat er een mevrouw in uniform heel hard te schreeuwen", vertelt de 79-jarige aan de telefoon.

"Toen zijn we in die kleine cel gestopt. En ik moet eerlijk zeggen: mijn tante heeft het zó goed gedaan. Ze deed net alsof we gingen kamperen. En toen we een paaspakket kregen van het Rode Kruis deed tante Keetie alsof het van Sinterklaas kwam."

Keetie speelde allerlei spelletjes met de kinderen, die 4,5 en 3 jaar oud waren. Ze mochten op het enige bed springen en er werd voorgelezen uit het sprookjesboek De Chinese Nachtegaal. Alles om de realiteit te verbergen. Wat uiteindelijk maar deels lukte. "Ik heb jarenlang nachtmerries gehad."

Tijdens de oorlog zaten ruim 25.000 Nederlanders vast in de Scheveningse gevangenis. Die kreeg tijdens de oorlog al de bijnaam Oranjehotel, omdat het de centrale plek was waar verzetsmensen werden vastgezet. Het was ook een doorvoerplaats voor gevangenen die vanwege hun etnische achtergrond, geloof of geaardheid waren opgepakt.

De gevangenis was voor 250 mensen ook de laatste halte voordat ze in de duinen van de Waalsdorpervlakte werden doodgeschoten.

Verzetsstrijder Gerrit Koele, die zelf ook in het Oranjehotel vastzat, vertelt over de indrukwekkende manier waarop deze mensen hun dood tegemoet gingen:

Gevangen verzetsstrijder: 'De striemen stonden op mijn blote rug'

Cel 601 was een van de dodencellen. Het kleine kamertje is nog precies ingericht zoals het na de oorlog werd aangetroffen. "Kop op!" en "de Heere vergeet zijn gevangenen niet" is op de muur is gekalkt. Er staat ook een kruis en een reeks streepjes om de dagen af te turven. De meeste gevangenen zaten namelijk 23 uur per dag in hun cel, zonder tijdsbesef.

De ingang van cel 601 Arjan de Jager

"Alles is hier leeg en grauw. IJskoud voel ik mij", schreef verzetsvrouw Corrie ten Boom over haar verblijf in de gevangenis. Zij was opgepakt omdat haar huis in Haarlem een schuilplek was voor Joden en andere onderduikers.

Maandenlang zat ze alleen in een cel. Ten Boom vond uiteindelijk troost in de kleine miertjes die over de vloer liepen. "Ik geef ze elke dag wat broodkruimels. Ik kijk er uren lang naar (..) Ik houd van mijn celgenootjes."

Naar de wc op een emmer

Bertie kan zich niet meer herinneren of ze ooit buiten hun cel zijn geweest. "Ik weet nog wel dat we pap kregen en op een emmer onze behoefte moesten doen. En dat we de gevangenis in kwamen en eruit gingen. Maar niet wat er van dag tot dag gebeurde."

Het drietal was opgepakt omdat de Duitsers op zoek waren naar de vader van kleine Bertie. Het broertje, zusje en de tante werden om nooit duidelijk geworden reden uiteindelijk op 8 april 1944 vrijgelaten. Ze overleefden allemaal de oorlog.

Bertie Icke-Hennipman samen met tante Keetie Privécollectie

"De allereerste keer dat ik weer door de gangen van de gevangenis liep, voelde ik meteen een beklemming", zegt Bertie. Dat was tijdens een herdenking nadat de oorlog was afgelopen. Ze had vooraf niet verwacht dat het bezoek zoveel impact zou hebben. "Het kwam toch door de oorlog. Ik was de jaren erna een angstig kind en ben ook in therapie geweest."

Na de oorlog werd de gevangenis gebruikt als plek waar NSB'ers en collaborateurs werden vastgehouden. Daarna is het complex nog tot 2009 nog in gebruik geweest als gevangenis. Om die reden was het gebouw alleen toegankelijk voor publiek tijdens de jaarlijkse herdenking op 4 mei.

De 79-jarige vindt het erg belangrijk dat de gevangenis vanaf zaterdag permanent open is voor publiek. Zodat de herinneringen aan het Oranjehotel niet verloren gaan. "Ik wil er zeker met mijn oudste kleinkinderen naartoe."

STER reclame