W Series

De internationale racewereld kijkt zaterdag met een schuin oog naar Hockenheim, waar de W Series van start gaat. De nieuwe vrouwelijke raceklasse wordt met gemengde gevoelens ontvangen.

Achttien coureurs, onder wie de Nederlandse Beitske Visser, verschijnen dit weekend aan de start op het roemruchte Duitse circuit. Zij zijn overgebleven na een selectieprocedure die in januari met 55 kandidaten startte.

De vrouwen hopen via de W Series op een doorbraak in de racesport. Slechts twee vrouwen reden tot nu toe in de Formule 1: Lella Lombardi (zeventien races tussen 1974 en 1976) en Maria Teresa de Filippis (drie races in 1958 en 1959).

Een vrouwelijke raceklasse, is dat noodzakelijk?

Er is in de W Series overigens goed geld te verdienen, de prijzenpot is gevuld met 1,4 miljoen euro. Voor de winnares ligt er na zes races, waaronder één op het TT Circuit Assen, een bedrag van 450.000 euro klaar.

Toegegeven, het is een peulenschil in vergelijking met de miljoenen die in de Formule 1 worden verdiend. Toch kan de autosport wel wat diversiteit gebruiken.

Maar er is ook kritiek. In sporten als voetbal, tennis of wielrennen weegt het fysieke aspect zwaarder dan in de racesport, waarbij het meer om de stuurkunsten draait. Is die afscheiding van de mannen dan echt nodig?

"Of je nou een man of vrouw bent, als je goed bent, ben je goed", zegt de Nederlandse DTM-coureur Robin Frijns. Hij komt dit seizoen ook in de Formule E uit, de raceklasse voor elektrische auto's.

"In de kartsport doen sommige vrouwen vooraan mee, dus waarom zou dat niet in de DTM of in andere raceklasses kunnen?", vraagt Frijns zich af.

Staat het in de sterren geschreven?

De tijd moet uitwijzen of de W Series een succes wordt, maar wellicht staat het al in de sterren geschreven. Hockenheim is tot nu toe het enige circuit waarop een vrouw een DTM-race won, de Duitse Ellen Lohr in 1992.

Visser zat tijdens testdagen bij de besten in de nieuwe W Series

STER reclame